[ Nieuwe heup ]Lees eerst de uitgebreide informatie over het plaatsen van een nieuwe heup.
Staat uw vraag er niet bij? Kijk dan eerst bij de algemene vragen, voordat u contact met ons opneemt.
Wij geven geen medisch advies via e-mail. Als u een medische vraag stelt, zullen wij u adviseren een afspraak te maken voor een polikliniekbezoek.
Bij een resurfacing heupprothese wordt een soort fietsbel over de oorspronkelijke (versleten) heupkop geplaatst. Dit in tegenstelling tot de gebruikelijke heupprothese waar een steel in het bovenbeen wordt aangebracht (zie soorten kunstheupen).
De Maartenskliniek gebruikt geen resurfacing heupprotheses omdat de heupchirurgen van mening zijn dat de nadelen van deze techniek groter zijn dan de voordelen.
Voorstanders stellen dat na een resurfacing prothese een eventuele revisieoperatie (vervanging van de oude prothese door een nieuwe) gemakkelijker is omdat de heupkop in eerste instantie gespaard is gebleven. Maar tegenover dit voordeel staat een aantal nadelen. De praktijkervaring die er wereldwijd is met deze techniek is beperkter. Verder blijkt dat bij de resurfacing prothese in 1 tot 2% van de gevallen de dijbeenhals onder de fietsbel afbreekt, waarna er toch nog een heupprothese met steel geplaatst moet worden. Mede daardoor ligt het revisiepercentage van een resurfacing heup hoger dan bij een gewone heupprothese. Daarnaast is de beweeglijkheid van de resurfacing prothese kleiner.
Gezien deze nadelen geeft de Maartenskliniek de voorkeur aan de gebruikelijke prothese met steel.
Patiënten die zich verder willen oriënteren op de resurfacing prothese, verwijzen wij door naar ziekenhuizen die ervaring hebben met deze techniek of adviseren wij vakliteratuur te raadplegen, zoals dit artikel uit Acta Orthopaedica.
Nee, u ervaart wel wondpijn maar daar staat tegenover dat de 'oude' pijn (als gevolg van de versleten heup) weg is. Mocht extra pijnstilling noodzakelijk zijn, dan volstaat een paracetamol.
Het vervangen van de heup door een heupprothese duurt gemiddeld 1 - 1½ uur.
De opname duurt gemiddeld 5 dagen.
Wij geven online geen individueel medisch advies. Als u een medische vraag heeft, zullen wij u adviseren een afspraak te maken voor een polikliniekbezoek.
Bloeduitstorting
Na een heupvervangende operatie kunt u last krijgen van een
bloeduitstorting. Dit is een normaal verschijnsel en kan geen kwaad. De
bloeduitstorting, die kan lopen van uw bil naar uw enkel, voelt hard
aan en is pijnlijk. Na ongeveer 4 weken is de bloeduitstorting
verdwenen.
Onrustige benen
Soms komt het voor dat patiënten na de operatie last hebben
van onrustige benen: benen die niet stil zijn te houden en die blijven
trillen. Dit is een normaal verschijnsel en van tijdelijke aard. Kramp
in het bovenbeen kan ook voorkomen. Als u slecht kan slapen door het
trillen of de kramp, dan kan de huisarts u geneesmiddelen
voorschrijven: Inhibin tegen het trillen of Diazepam bij kramp.
Met krukken lopen
Na de operatie moet u 8 weken met krukken lopen. Er zijn
patiënten die hun goede heup onbewust extra gaan belasten, wat
pijnklachten tot gevolg heeft. Daarom het advies om regelmatig rust te
nemen tijdens de eerste 8 weken.
Tijdens de opname leert u over de 90-graden regel: in de eerste 4
maanden na de operatie mag de hoek bij zitten tussen uw bovenlichaam en
uw bovenbenen nooit kleiner zijn dan een rechte hoek, 90 graden hoek.
U mag dus rechtop zitten in een stoel en lekker 'onderuit' gaan
zitten, maar u mag niet vooroverbuigen. U mag ook niet bukken in de
eerste 4 maanden, dus: geen schoenen strikken, niet zelf uw sokken
aandoen, niets oprapen, niet krabben aan uw voet, niet zelf uw
teennagels knippen, enz.
Als hulpmiddel kunt u bij de Thuiszorgwinkel een helping hand /
handyman (grijparm) aanschaffen om spullen op te rapen.
Na 1 dag bedrust mag u alweer opstaan en beginnen met lopen. Een fysiotherapeut begeleidt u hierbij en leert u met krukken lopen. De fysiotherapeut laat u ook zien hoe u in en uit bed moet stappen, in en uit een stoel, hoe u in- en uit een auto moet stappen en hoe u het beste naar het toilet kan gaan.
Wanneer een ingroeiprothese wordt gebruikt, wordt die niet gecementeerd. De term 'ingroeien' slaat niet zozeer op de prothese als wel op het bot waar de prothese ingaat. Op de plek waar de prothese is gezet, zal het bot ingroeien in de prothese.
Na de operatie, als u weer thuis bent, zult u de eerste weken minder mobiel zijn. Daarom moet u voor de operatie een aantal hulpmiddelen regelen:
Al deze hulpmiddelen kunt u krijgen bij de Thuiszorgwinkel bij u in de buurt.
Tijdens het préoperatief onderzoek heeft u een gesprek met de anesthesioloog. Samen met de anesthesioloog maakt u de juiste keuze voor een narcose, afhankelijk van uw situatie. Op deze website vindt u meer informatie over anesthesie bij een behandeling.
Gelukkig kunnen de meeste mensen thuis terugvallen op een partner, familielid, vriend of vriendin. Zij kunnen u helpen bij het wassen van uw onderbenen, het aan- en uitkleden, het schoonmaken van uw huis, eten koken, boodschappen doen, enz.
Thuiszorg
Soms is die hulp niet aanwezig, bijvoorbeeld als u alleenstaand
bent. U kunt dan de Thuiszorg inschakelen voor hulp in huis. Kijk
op
de website van de Thuiszorg voor adressen of voor meer
informatie over hun dienstverlening.
Tijdelijk verblijf in zorg- of verpleeghuis
Als hulp thuis ontbreekt, kan het soms wenselijk zijn om de
eerste weken na de operatie tijdelijk te verblijven in een verzorgings-
of verpleeghuis. Tijdens het préoperatief onderzoek zal de
orthopedieconsulente kijken of zo'n verblijf in een verzorgings- of
verpleeghuis gewenst is.
De verpleegkundige op de verpleegafdeling zal dit gedurende uw
opname voor u regelen. Het is natuurlijk prettig als u voor u opgenomen
wordt wil nadenken in welk tehuis u zou willen verblijven.
Als u hierover voor de opname contact zou willen opnemen met
het
CIZ (het Centraal Indicatieorgaan Zorginstellingen) in uw
omgeving en hier mogelijk al afspraken over zou kunnen maken, zouden
wij dit zeer op prijs stellen.
De prothesekop en -kom worden vastgezet in het boven- en heupbeen. Daarvoor gebruikt de chirurg een hechtmiddel. Chirurgen noemen dit vastzetten 'cementeren', waardoor bij patiënten verwarring ontstaat. Het hechtmiddel dat de chirurg gebruikt is een soort cement, wat er voor zorgt dat de prothese vast komt te zitten aan het bot zodat die niet los kan raken.