U bent hier: Home » Behandelingen » Revalidatie » Afasieteam » Patiëntenervaring

Op jacht naar het gestolen woord

Jan Koesen noemt zichzelf ‘een man van het woord’. Taal speelt een centrale rol in zijn leven. Veertig jaar was het zijn broodwinning als journalist bij de Gelderlander en auteur van uiteenlopende boeken. Maar nu hij door een herseninfarct te maken heeft met afasie, staat zijn wereld op zijn kop. De kunst van het schrijven en spreken dreigt hij voorgoed kwijt te raken, en ook met zijn geheugen voert hij een verbeten strijd. Over zijn ziekte en zijn ervaringen als afasiepatiënt schreef hij een boek. ‘Op jacht naar het gestolen woord’ wordt uitgegeven door de Afasie Vereniging Nederland en ligt sinds vorige week in de boekhandel.

Meedogenloos
‘Ik kwam terug van vakantie uit Italië toen ik op Schiphol een klap kreeg. Ik voelde me hartstikke ziek maar kon met veel moeite toch nog thuis komen. Ik werd onderzocht op longontsteking maar de waarnemend huisarts bleek het bij het verkeerde eind te hebben. Een paar dagen later voelde ik me wegzinken en werd ik naar de eerste hulp gebracht. Drie dagen later sloeg ik mijn ogen op in het ziekenhuis. Ik bleek een hartaanval te hebben gehad, gevolgd door een herseninfarct.’ Al snel werd duidelijk dat het herseninfarct ook zijn taalvermogen had aangetast. Na anderhalve week ziekenhuis kon hij bij de Maartenskliniek terecht voor revalidatie. Lachend vertelt hij: ‘Ik ben een gedreven persoon, behoorlijk eigenwijs en heb een niet gering ego. Ze hebben me hier stevig aangepakt, meedogenloos bijna. Maar begrijp me goed, ik ben erg tevreden over mijn revalidatie bij de Maartenskliniek.’

Opgegraven
Tijdens het revalideren kwam hij met regelmaat zichzelf tegen omdat hij eens vertrouwde dingen opnieuw moest leren. ’Ik heb veel volleybal gespeeld. Nu bleef bij volleybal mijn rechterhand achter, ik was mijn coördinatie kwijt en dat maakte me ontzettend pissig. Maar de meeste moeite had ik met het feit dat ik door de afasie beroofd was van mijn woorden. Schrijven is mijn passie, ik droom er mijn hele leven al van om literatuur te maken. Tijdens logopedie kon ik me ontzettend opwinden als ik niet uit mijn woorden kwam. Ik ben veel woorden kwijt maar door mijn grote woordenschat kan ik vrij makkelijk een vervangend woord vinden.’ Na een half jaar revalideren, begint Jan Koesen met het schrijven van het boek over zijn ervaringen. Na driekwart jaar is het af. De Afasie Vereniging Nederland is enthousiast over het werk en besluit het boek uit te geven. ‘Ik heb het nog wel flink herschreven omdat ik dingen soms te mooi wilde maken en me te weinig bloot gaf. Want feit blijft: door alles wat er gebeurd is, ben ik hard geraakt.’


De afasie verslagen

Ik rij naast Noor. Ik moet opeens denken aan een politicus. Ik ken de man al jaren, hij mij niet meer. Ik heb hem geïnterviewd toen hij nog minister was van Economische Zaken en ik naar Saoedi Arabië was gegaan voor een reportage over de aanleg door Nederlandse ondernemers in dat woestijnland (toen een reis naar het Midden Oosten nog gewoon was zonder Al Quada-gedoe). Ik ken hem nog toen hij premier was en toen hij later als Hoge Commissaris van Vluchtelingen verdacht van het leggen van een hand op een verboden bilspleet, ik kende hem toen en nu, ik wist dat hij een zware baard, nou ja, ik kende hem intens, maar ik kon niet op zijn naam komen. Ik wist niet meer hoe hij heette en als klassiek afasiepatiënt zat mij dit dwars. Dus Noor praat en rijdt en praat en rijdt en ik pieker in stilte op die naam en opeens weet ik het weer: Ruud Lubbers. Eindelijk, eindelijk weet ik hoe hij heet en het zal me worst wezen wat er met hem gebeurt, maar ik heb mijn afasie verslagen. Ik merk in mijn afasiegroepje dat mijn stellingen waar zijn. Ik denk dat ik meer lijd aan mijn gehavende woordenschat dan driekwart van mijn mederevalidanten. Elk woord waar ik niet op kan komen blijft in mijn geheugen steken, soms wel driekwart dag, soms wel dagen. Dan pijnig ik mijn hoofd zo af dat ik pas rust heb als ik het heb teruggevonden. Berenbos Boterberg. Ja, afasie vreet aan je woordenschat als een pitbull aan een worst.

Uit: Op jacht naar het gestolen woord;
Jan Koesen, ISBN 90-807713-3-3, uitgave AVN.




Afasie
Afasie ontstaat na een hersenletsel door bijvoorbeeld een ongeluk of een herseninfarct. Op de plek in de hersenen waar te weinig zuurstof komt, sterven hersencellen af. De linkerhelft van de hersenen is dominant voor taal. Als we spreken van afasie is er meestal in deze hersenhelft iets beschadigd. De ernst en omvang van de afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel en het vroegere taalvermogen. Daarnaast hangt het af van iemands persoonlijkheid hoeveel impact de afasie heeft op zijn leven. Door taaltherapie onder begeleiding van een logopediste kan het taalvermogen zoveel mogelijk hersteld worden.

December 2004.

| Share
Auteur: Communicatie [laatste update: May 15, 2013] - Vragen?