U bent hier: Home » Behandelingen » Revalidatie » Cognitieve revalidatie » Patiëntervaring

Ik doe een ding, en dat doe ik goed

‘Ze adviseerden mij bij de Sint Maartenskliniek altijd een valhelm in plaats van therapie,’ begint Luc Boekesteijn zijn verhaal. ‘Ik wilde namelijk altijd sneller dan ik kon.’ Drie jaar geleden kreeg hij een ernstig herseninfarct. Na een intensieve revalidatieperiode bij de Maartenskliniek wist hij zich op wonderbaarlijke wijze terug te werken naar zijn leidinggevende functie bij Rijkswaterstaat. Onlangs nomineerde hij zijn werkgever voor de prestigieuze Hersenbokaal.

Luc Boekesteijn zat met zijn gezin en een aantal familieleden op Terschelling toen hij een hartstilstand kreeg. Twintig minuten lang werd hij gereanimeerd door zijn zwager, tot de ambulance kwam. Eenmaal overgebracht naar het ziekenhuis in Leeuwarden kreeg hij op de intensive care een herseninfarct. Boekesteijn raakte in coma en werd meerdere malen door de artsen opgegeven. Zijn vrouw en kinderen kregen te horen dat hij, mocht hij ontwaken, waarschijnlijk niet meer dan een kasplantje zou zijn. Toen hij na twee weken toch bijkwam, kon hij niet meer praten, niet meer lopen en zelfs niet meer slikken.

Alles behalve management
Twee jaar later zit een energieke man in zijn werkkamer bij Rijkswaterstaat in Arnhem te vertellen over wat hij heeft meegemaakt. Boekesteijn is hoofd Human Resource Management, een drukke managementfunctie waarbij hij de hele dag met mensen bezig is. Dat hij met zijn hersenletsel deze functie weer kan vervullen, is uitzonderlijk. Mensen met hersenletsel kunnen vaak moeilijk overzicht bewaren, hun informatieverwerking verloopt trager en ze zijn veel gevoeliger voor prikkels. ‘Ze hebben tegen mij gezegd dat ik alles weer zou kunnen, behalve een managementfunctie,’ zegt Boekesteijn. ‘Dat zullen we nog wel eens zien, dacht ik.’
Boekesteijn revalideerde poliklinisch bij de Maartenskliniek. Dat begon met alleen ergo- en fysiotherapie, maar werd geleidelijk uitgebreid. Er kwamen gesprekken met een psycholoog en hij leerde structuur aan te brengen in zijn dagen. Zijn programma besloeg uiteindelijk 3 á 4 dagen in de week. ‘Ik was enorm gedisciplineerd,’ vertelt hij. ‘Ik was altijd en overal oefeningen aan het doen. Sommige mensen vonden dat ik gek was, maar anders had ik hier volgens mij niet gezeten.’

Tranen met tuiten
Al heel vroeg in het revalidatieproces gaf Boekesteijn aan dat hij weer aan het werk wilde. ‘Ik was pas 48 en zag mezelf nog niet thuis zitten. Ik voelde een enorme drive om te bewijzen dat ik het nog kon.’ Zijn werkgever en de bedrijfsarts schoven bij de revalidatiearts en de neuropsycholoog van de Maartenskliniek aan tafel. Daar werden ze geïnformeerd over de beperkingen van Boekesteijn en wat ervoor nodig was om hem binnenboord te houden. Er bleek bij zijn werkgever een grote bereidheid te zijn om in hem te investeren. ‘Het vertrouwen dat daaruit sprak, is heel bepalend voor me geweest. Ook al hoorde ik achteraf dat er twijfels waren.’ Een klein jaar na zijn herseninfarct kwam Boekesteijn weer voor het eerst op de werkvloer, en huilde ‘tranen met tuiten’. ‘Ik dacht niet dat ik hier nog terug zou komen.’

In de beginperiode van zijn terugkeer zat er een manager HRM van een andere vestiging op zijn plek. ‘De afspraak was dat ik naast haar aan de slag ging. Naarmate ik meer ging doen, deed zij minder. En aan het eind van de rit zouden we dan wel kijken of het ging lukken.’ Hij vond het verschrikkelijk om iemand aan het hoofd van zijn club te zien, maar besefte dat het nodig was. In september 2008 keerde Luc Boekesteijn terug op zijn oude post.

Nooit meer multitasken
Inmiddels is hij anderhalf jaar fulltime aan het werk. Hij heeft een managementassistente die hem helpt zijn dagen in te delen. Vergaderingen worden afgewisseld met klusjes achter zijn bureau, bezigheden die veel van hem vragen worden verspreid over de dag. Ze selecteert zijn mailtjes en zorgt ervoor dat hij niks vergeet. Bovendien wordt zijn rustmoment veilig gesteld: tussen 13 en 14 uur sluit Boekesteijn even zijn ogen op de EHBO-kamer. ‘Ik besef dat het heel uniek is dat dit zo georganiseerd kan worden,’ zegt Boekesteijn. ‘Gelukkig ga ik nog steeds vooruit en heb ik steeds minder hulp nodig.’ Een grote verandering in zijn manier van werken is dat hij vroeger vaak tien dingen tegelijk deed, iets wat nu niet meer gaat. ‘Ik rende bellend door de gangen, lift in lift uit, het kon niet gek genoeg zijn. Tegenwoordig doe ik één ding, en dat doe ik goed. Dat is een levenskunst geworden.’
Hij staat af en toe nog versteld van zijn eigen verhaal, als hij terugkijkt. Hoe hij de eerste dagen niet eens doorhad wat er met hem aan de hand was. Hoe hij alles wat hij moeilijk vond gewoon maar deed, zodat hij zelf kon ondervinden wat hij nog wel en niet kon. Dat hij ooit dacht een geval voor het verpleeghuis te zijn. Dat hij drie jaar geleden nog halfzijdig verlamd was, maar nu alleen nog een subtiele scheve trek in zijn gezicht heeft. Hij is geïnspireerd door wat er met hem gebeurd is, en door de vragen die dat oproept. Waarom uitgerekend hij, en waarom is het hem zo goed gelukt om terug te komen? ‘Ik besef elke dag dat ik ongelofelijke mazzel heb gehad dat ik er nog ben,’ zegt hij. ‘Maar tegelijkertijd is me ook heel veel goeds overkomen.’

Voor contact met lotgenoten of het lezen van meer ervaringen over niet aangeboren hersenletsel: www.nah-stichting.nl

Arbeidsrevalidatie na herseninfarct

Terugkeer naar de oude werksituatie is in het revalidatieproces na een herseninfarct altijd onderwerp van gesprek. Revalidatiearts Marion Verhulsdonck en neuropsycholoog Marlies van Kessel begeleiden mensen na hersenletsel, indien mogelijk, terug naar werk. Dat gaat in nauwe samenwerking met de bedrijfsarts. ‘Onze rol is de patiënt bewust maken van wat hij wel en niet kan’, zegt Verhulsdonck. ‘Hierover kunnen we informatie geven aan de werkgever en de bedrijfsarts. De bedrijfsarts bekijkt vervolgens in hoeverre de beperkingen op de werkvloer ingepast kunnen worden.’

Grenzen
Of iemand na hersenletsel terug kan keren naar zijn of haar oude werkplek, is afhankelijk van veel variabelen. De aard en de ernst van het letsel spelen een rol, maar ook het soort werk is bepalend voor een eventuele terugkeer. Daarnaast is de bereidheid van werkgevers om te investeren in hun werknemers wisselend. En natuurlijk is de motivatie van de patiënt heel belangrijk. ‘Het is vaak moeilijk vooraf te zeggen of terugkeer naar de oude werkplek mogelijk is,’ zegt Verhulsdonck. ‘Het is vaak een kwestie van proberen en kijken waar de grenzen liggen.’

Onzichtbaar
Hersenletsel geeft onzichtbare problemen, zoals geheugenstoornissen en een tragere informatieverwerking. ‘Voor veel werkgevers is dat nieuw,’ zegt Van Kessel. ‘Het is dus belangrijk dat zij betrokken zijn bij het revalidatieproces, zodat ze goed geïnformeerd worden over de problemen die er zijn. Daarmee neem je de patiënt in bescherming en vergroot je de kans op een succesvolle terugkeer.’

ACHN
Een belangrijke speler in het revalidatieproces na hersenletsel is het
Ambulant Centrum voor Hersenletsel (ACHN), onderdeel van de Maartenskliniek. Wanneer patiënten motorisch zijn uitgerevalideerd en er op cognitief gebied geen herstel meer plaatsvindt, leren zij bij het ACHN strategieën die hen helpen om te gaan met hun beperkingen. Zo leerde Luc Boekesteijn bij het ACHN om één ding tegelijk te doen en daar de tijd voor te nemen die hij nodig had.
Wanneer het niet mogelijk is om de patiënt te begeleiden naar zijn oude werksituatie, vindt er binnen de Maartenskliniek geen begeleiding plaats naar nieuw werk. In dat geval wordt, indien mogelijk, vanuit het UWV een reïntegratietraject opgestart.

| Share