[ Postpolio Syndroo.. ]Het postpolio syndroom (PPS) is helaas niet te genezen. Het belangrijkste doel van revalidatie behandeling is het leren omgaan met de gevolgen van de ziekte, zowel op lichamelijk, psychisch als sociaal gebied. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van hulp en hulpmiddelen om de kwaliteit van het leven zo goed mogelijk te houden.
De behandeling wordt afgestemd op uw persoonlijke situatie en heeft de belangrijkste problemen die u ervaart, als uitgangspunt. Dit noemen we de kernproblemen. Hieronder zijn de verschillende kernproblemen die bij PPS kunnen voorkomen genoemd. Tevens wordt aangegeven wat welke behandelaar voor u kan doen.
De revalidatiearts geeft voorlichting over de gevolgen van PPS. Als er pijn is, onderzoekt hij of zij wat de pijn veroorzaakt en informeert en adviseert u daarover. Met de fysiotherapeut doet u oefeningen ter verbetering van uw houding en mobiliteit. Het doel hierbij is de spieren die niet door polio zijn aangedaan, in goede conditie te houden. Tevens wordt een aangepast sportprogramma aangeboden.
Ook werken verschillende therapeuten met u aan het verkennen, herkennen en erkennen van uw belastbaarheidgrenzen. De ergotherapeut helpt u met uw dagindeling en bekijkt met u hoe u uw dagelijkse handelingen op een minder belastende manier kunt uitvoeren. De psycholoog helpt u met inzicht in de relatie tussen denken, voelen en doen en uw lichamelijke en mentale belastbaarheidgrenzen. De maatschappelijk werker helpt u in het vinden van een nieuw evenwicht.
Ook zijn er diverse voorzieningen en hulpmiddelen die u bij uw dagelijkse activiteiten kunnen helpen. De therapeuten kunnen u adviseren en helpen bij het aanvragen hiervan.
De revalidatiearts geeft voorlichting over de gevolgen van PPS. De maatschappelijk werker begeleidt u en uw naasten in het vinden van de balans tussen draagkracht en draaglast. Ook biedt de maatschappelijk werker u inzicht in en ondersteuning bij het verwerkingsproces en de rolveranderingen. Als u last heeft van angst- en somberheidgevoelens of andere belemmeringen in het verwerkingsproces, zal de maatschappelijk werker dit signaleren. Een psycholoog biedt hiervoor een behandeling. Ook als de ziekte leidt tot problemen in de relationele sfeer kan de maatschappelijk werker of psycholoog u helpen.
De revalidatiearts informeert u over mogelijke taxivergoeding en de CBR-procedure. Als uw loopvaardigheid kan verbeteren door schoenaanpassingen of orthesen (beugels), bespreekt de revalidatie arts dit met u. Hij of zij draagt ook zorg voor de aanvraag ervan in overleg met de orthopedisch schoenmaker of instrumentmaker.
De ergotherapeut adviseert u over transferhulpmiddelen, woningaanpassing en vervoersvoorzieningen. En indien nodig helpt de ergotherapeut u met het aanvragen hiervan. Ook oefent de ergotherapeut het praktische gebruik van hulpmiddelen, zoals rolstoel, scootmobiel en trippelstoel.
Samen met de fysiotherapeut probeert u loophulpmiddelen uit, zoals een rollator, elleboogstokken, orthesen en schoenen. Ook kan de fysiotherapeut u adviseren over speciale fietsen, zoals handbikes en ligfietsen en deze met u uitproberen. Tevens oefent u de transfers, het lopen, de balans, het staan en het vallen. U werkt aan het behoud van uw conditie, kracht en beweeglijkheid.
De revalidatiearts kan contact opnemen met uw arboarts als u daar toestemming voor geeft. Wanneer u begeleiding wenst bij de veranderingen in uw werksituatie, uitkeringssituatie of andere praktische zaken, kan de maatschappelijk werker u helpen. De maatschappelijk werker kan u ook helpen bij het zoeken naar een andere dagbesteding. De ergotherapeut helpt u met uw lichaamshouding en mogelijke aanpassingen op uw werk. Bijvoorbeeld aanpassing van stoel en computer. De ergotherapeut kan u ook helpen de voorziening aan te vragen. Indien nodig bezoekt de ergotherapeut uw werkplek.
De fysiotherapeut helpt u uw ademhalingsmogelijkheden te verbeteren en leert u ontspanningsoefeningen. Ook kan de fysiotherapeut aanwijzingen geven voor uw longfunctie en eventueel ademhalingshulpmiddelen trainen. De logopedist helpt u uw ademhalingsmogelijkheden te optimaliseren en uw adem te verdelen tijdens het spreken.
De ergotherapeut en fysiotherapeut adviseren welke zit- en lighouding de spierspanning verlagen. Ook oefent u samen met de fysiotherapeut bewegingspatronen die spierspanning verminderen.
De ergotherapeut informeert u over hulpmiddelen ter preventie, bijvoorbeeld verwamde kousen en handschoenen.