Door middel van deze kwaliteitsstudie willen we kijken hoe het mensen met een revisie totale knieprothese (TKP) vergaat na de operatie op zowel korte als lange termijn.
Bij een revisie van een totale knieprothese kan de tweede prothese op twee manieren worden vastgezet in het bot. Bij de eerste manier wordt de steel van de prothese in het bot vastgezet met een soort vulmiddel: botcement. Bij de andere manier wordt de steel van de prothese in het bot vastgeklemd. Beide technieken worden wereldwijd gebruikt en met beide technieken zijn goede resultaten behaald. Met dit onderzoek willen wij met een zeer nauwkeurige meetmethode onderzoeken of er verschil is in stabiliteit van de prothese tussen deze twee plaatsingstechnieken.
Een open of gesloten wig correctieosteotomie is een veel gebruikte en effectieve behandeling voor standsafwijkingen in varus (O) of valgus (X) richting van de knie. Uit onderzoek bij patienten met een varus afwijking van de knie blijkt dat zowel de pijn als de functie van de knie sterk verbeterd door de operatie. Ook het looppatroon verandert en wordt vergelijkbaar met een normaal looppatroon. Verandering van het looppatroon is een belangrijke factor voor het bepalen van het succes van de correctie osteotomie. Bepaalde loopkarakteristieken lijken daarbij ook een indicatie te kunnen geven van mate van herstel op de lange termijn.
Bij mensen met een valgus standsafwijking kan er zowel in het onder- als bovenbeen gecorrigeerd worden. De zogenoemde tibia kop osteotomie of de supracondylaire femur osteotomie. Omdat deze operatie relatief weinig uitgevoerd worden is er weinig bekend over de veranderingen in het looppatroon en de beweging van de knie voor en na de operatie.
Het doel van dit project is het bepalen van het effect van een valgus correctie osteotomie op verschillende loopkarakteristieken, de kniefunctie en de pijn.
Computerondersteuning kan bij het plaatsen van een totale knieprothese worden gebruikt als een extra paar ogen van de orthopeed. Omdat het apparaat heel nauwkeurig is, is het erg geschikt als meetinstrument voor onderzoek op de operatiekamer tijdens het plaatsen van een totale knieprothese. Met dit onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de eigenschappen van de kniebanden en bewegingsmogelijkheden van de knie met en zonder prothese.
Een valgusstand (X-stand) van de knie is operatief te behandelen door middel van een gesloten tibiakoposteotomie. Echter, deze standscorrectie wordt relatief weinig uitgevoerd en er is weinig bekend over de laxiteit van de binnenste kniebanden (MCL-laxiteit) na deze ingreep. Doel van de studie is het evalueren van de laxiteit van de kniebanden na een gesloten tibiakoposteotomie van de knie (standscorrectie valgusstand).
Het doel was te onderzoeken of er verschil in stabiliteit is tussen een gesloten wig osteotomie en een open wig osteotomie. De osteotomie van het onderbeen werd uitgevoerd om stand ervan te corrigeren. Hiermee wordt geprobeerd de slijtage aan de binnenzijde van de knie te stoppen, om zodoende de pijnklachten te verminderen. Naast de oude gesloten wig techniek is er een nieuwe open wig techniek ontwikkeld. Deze operatietechniek is simpeler. De vraag was echter of de techniek even snel stabiliseert als de gesloten techniek. Tevens wordt gekeken naar het herstel van het dagelijks functioneren van de knie.
Uit eigen onderzoek blijkt dat een open wig tibiakoposteotomie een veilige behandeling is voor een standscorrectie van het onderbeen. Hiermee wordt geprobeerd de slijtage aan de binnenzijde van de knie te stoppen, om zodoende de pijnklachten te verminderen. Recentelijk is er een nieuwe behandeling ingezet die de vroege belasting na een standscorrectie van het onderbeen vanaf twee weken als uitgangspunt heeft. Het doel van dit onderzoek was te bepalen of de stabiliteit van een open wig standscorrectie van het onderbeen, voldoende was in dit nieuwe protocol met vroege belasting vanaf 2 weken. Tevens werd het herstel van het dagelijks functioneren van de patiënten gevolgd.
De voorste kruisband (VKB) bestaat functioneel uit 2 vezelbundels, de anteriomediale bundel (AMB) en de posterolaterale bundel (PLB). Beide zijn bij verschillende bewegingen bij de kniebuiging actief om de knie stabiliteit te verlenen. Bij de meest uitgevoerde VKB reconstructie, waarbij een gescheurde VKB door een nieuwe band wordt vervangen, wordt meestal 1 bundel, de AMB, hersteld. Om echter betere resultaten te bereiken, lijkt het beter om beide bundels te herstellen. Daarvoor is een goed anatomisch inzicht van de plaats van de aanhechtingen van beide bundels noodzakelijk. Het doel is te onderzoeken waar de aanhechtingen van beide bundels zich op zowel het bovenbeen als het onderbeen bevinden, wanneer tijdens een kijkoperatie in de knie wordt gekeken.