U bent hier: Home » Research, Development & Education » Wetenschappelijk onderzoek » Ruggebied » Balanshandhaving en looppatronen bij meisjes met idiopathische scoliose

Balanshandhaving en looppatronen bij meisjes met idiopathische scoliose voor en na chirurgische correctie

Periode


2009-2012

Sponsor


Sint Maartenskliniek

Doel

Stoornissen in de balanshandhaving en in het looppatroon komen veelvuldig voor bij patiënten met idiopathische scoliose. Sommige van deze afwijkingen kunnen hinderlijk zijn voor een patiënt. Tot nu toe is echter weinig onderzoek gedaan naar de veranderingen in het lopen en staan die optreden na een chirurgische correctie van de wervelkolom. Het doel van deze studie is om te kijken of er postoperatief een verbetering optreedt in de balanshandhaving en het looppatroon bij meisjes met scoliose.

Uitvoering

Meisjes in de leeftijd van 12-18 jaar met een diagnose van idiopathische scoliose (zonder andere spier-skelet afwijkingen) die in aanmerking komen voor een operatie zullen worden benaderd voor deelname. De patiënten zullen voor, ongeveer 3 maanden en 1 jaar na de operatie worden gemeten. De meting zal bestaan uit een aantal balanstaken en het lopen op een loopband met verschillende snelheden.

Resultaten

De studie is in januari 2009 van start gegaan, dus er zijn hebben nog maar weinig resultaten. De eerste resultaten geven echter aan dat patiënten met scoliose wel in staat zijn om de testen goed uit te kunnen voeren, zowel voor als na de operatie. Ook zien we dat met name de rotaties in de romp meer uitgesproken zijn bij de hogere snelheden. De romprotatie is voor de operatie asymmetrisch, maar blijkt na de operatie weer meer symmetrisch te worden. In de bewegingen van heup, knie en enkel zien we geen verschillen met het 'normale' looppatroon. We hopen de volledige resultaten in 2012 bekend te kunnen maken.

Toepasbaarheid

Met de resultaten van deze studie hopen we een beter inzicht te krijgen in de gevolgen van een chirurgische correctie van de wervelkolom op het lopen en staan. Hiermee kunnen we patiënten in de toekomst beter inlichten.