[ Actueel ]01-04-2009: Een broodje kroket of een ijsje eten op advies van de diëtiste van het ziekenhuis: het lijkt een paradox, maar is toch de dagelijkse praktijk. In ziekenhuizen worden dit soort 'tussendoortjes' bewust aangeboden aan patiënten die ondervoed zijn. Want ondervoeding in ziekenhuizen komt veelvuldig voor. Diëtisten van de Sint Maartenskliniek zijn een preventieproject gestart om dit probleem tegen te gaan.
Ondervoeding serieus probleem
Ondervoeding in Nederland? De meeste mensen kunnen het zich nauwelijks voorstellen. 'Niet alleen patiënten, maar ook medewerkers zijn verbaasd als wij het probleem ter sprake brengen', vertelt Anneke Beukenkamp. Beukenkamp is diëtist en heeft samen met haar collega's subsidie gekregen om een aanpak tegen ziektegerelateerde ondervoeding te ontwikkelen. Want ondervoeding bij ziekte is een serieus probleem in ziekenhuizen: landelijke cijfers geven aan dat 25 tot 40 procent van de patiënten ondervoed is. Slechts de helft hiervan wordt herkend en behandeld. Het probleem van ondervoeding bij ziekte wordt niet alleen onderschat door artsen, verpleegkundigen en het management, maar ook door de patiënten zelf.
Verminderde eetlust door pijn
'Mensen die ziek zijn hebben een verhoogde kans om ondervoed te raken. Ze eten minder dan normaal vanwege pijn en stress. Of ze hebben minder eetlust als gevolg van hun medicatie. Ook kan ondervoeding ontstaan door een hogere voedingsbehoefte, bijvoorbeeld bij herstel na grote operaties', zegt Beukenkamp. De gevolgen zijn niet mis: ziektegerelateerde ondervoeding kan leiden tot langzamer herstel en een verhoogde kans op complicaties bij ziekte en operaties, zoals infecties, decubitus (doorliggen) of een vertraagde wondgenezing. Deze situatie kan weer leiden tot een langere opnameduur en een verhoogd medicijngebruik. Uit een recent onderzoek uitgevoerd door Ohra, blijkt dat een effectieve aanpak van ondervoeding de opnameduur kan verkorten met ongeveer anderhalve dag per patiënt.
Calorierijke tussendoortjes
Afgelopen jaar hebben de diëtisten van de Maartenskliniek een start gemaakt met de aanpak van ondervoeding. Zij gingen, bij wijze van proef, van start op twee afdelingen: C2 (orthopedie) en G1 (reuma). De aanpak bestond uit twee onderdelen. Ten eerste werden alle patiënten door een verpleegkundige gescreend op ondervoeding. Wanneer bleek dat een patiënt inderdaad matig of ernstig ondervoed was, volgden er gerichte dieetadviezen.
Deze dieetadviezen riepen nogal wat reacties op. Niet alleen bij patiënten, maar ook bij verpleegkundigen en voedingsassistenten. Ondervoede patiënten krijgen namelijk extra tussendoortjes aangeboden. Zij kunnen onder andere kiezen uit een kroket, een frikandel, ijs, kaasblokjes of nootjes. Dat zijn nou niet meteen voorbeelden van gezonde tussendoortjes zoals het voedingscentrum die voorschrijft. 'Toch worden deze tussendoortjes heel bewust voorgeschreven', vertelt Beukenkamp. 'Het is van belang dat deze patiënten snel aansterken, door méér calorieën te eten dan wordt aanbevolen. Deze mensen hebben per dag 400 tot 600 extra calorieën nodig. Een appel van 60 calorieën zet dan niet veel zoden aan de dijk.' Naast deze tussendoortjes, die gemiddeld bestaan uit 200 calorieën en 10 gram eiwit, worden ook de reguliere maaltijden aangepast. Ondervoede patiënten krijgen toetjes en andere producten met veel energie en eiwitten aangeboden.
Het belang van goede voorlichting
Het geven van goede voorlichting over de aanpak van ondervoeding is van groot belang en maakt deel uit van het proefproject van de diëtisten. Verpleegkundigen en voedingsassistenten zijn uitgebreid geïnformeerd over het probleem, de gevolgen en de geprotocolleerde dieetadviezen. Zij worden nauw betrokken bij de aanpak van ondervoeding. Verpleegkundigen voeren een screening uit bij opname en adviseren de patiënten. Voedingsassistenten reiken twee tot driemaal daags de genoemde tussendoortjes uit. Beukenkamp: 'En natuurlijk de voorlichting naar patiënten. Want niet alle patiënten begrijpen meteen het belang van de geadviseerde tussendoortjes of hebben er moeite mee. Vooral als ze in het verleden bijvoorbeeld actief met lijnen bezig zijn geweest'.
Praktijk blijkt vaak lastig
In de praktijk blijkt het voor patiënten moeilijk te zijn om de voorgeschreven extra's ook daadwerkelijk te nuttigen. Anita Driessen, voedingsassistente op afdeling G1 heeft hier wel een verklaring voor: 'Mensen die hier op de afdeling liggen, hebben vaak helemaal geen zin om te eten, door hun ziekte of door pijn. Deze patiënten krijgen niet eens hun normale portie eten op, dus die hebben absoluut geen trek in extra tussendoortjes'. En soms, moet ze eerlijk bekennen, komt het ook wel eens voor dat het bezoek de kaasblokjes opeet, die eigenlijk voor de ondervoede patiënt bedoeld waren…
Het proefproject bij de afdelingen C2 en G1 is inmiddels afgerond. Het heeft onder andere geleid tot toenemende aandacht voor het fenomeen ondervoeding en tot vroegtijdige signalering en behandeling van ondervoeding. De diëtisten hopen dat dit project navolging krijgt en geïmplementeerd kan worden in het gehele ziekenhuis.
Ondervoeding bij ziekte Er wordt gesproken over ziektegerelateerde ondervoeding wanneer er bij ziekte sprake is van onbedoeld gewichtsverlies (zonder bewust te lijnen) van meer dan 10% in de laatste 6 maanden (ernstige ondervoeding) of meer dan 5% in de laatste maand (matige ondervoeding). Verder is er ook sprake van ondervoeding bij een Body Mass Index (BMI) lager dan 18,5 (ernstige ondervoeding). Bij een BMI van 18,5-20 is er sprake van matige ondervoeding. Zie ook www.snellerbeter.nl. Daarnaast wordt er gekeken naar de recente voedselinname. Bij zeer beperkte of geen voedselinname van meer dan 5 dagen is er ook sprake van ondervoeding. Ook bij mensen met overgewicht (BMI groter dan 25) kan dus sprake zijn van ondervoeding. |
door Nancy Albertz