De dokter vertrekt
17-12-2008: Sommige van zijn patiënten behandelt hij al 29 jaar. Bijna allemaal hebben ze een plekje in zijn geheugen. En in zijn hele loopbaan heeft reumatoloog dr. Dirk Jan de Rooij geen moment overwogen zijn carrière een andere wending te geven. Maar nu, na 29,5 jaar dienstverband, zit zijn tijd erop. Op 1 december gaat de dokter met pensioen.
Het geven van een interview is bijna net zo erg als een bezoekje aan de tandarts, vindt dokter de Rooij. Maar aan het eind van zo'n lange carrière hoort het er nu eenmaal bij, dat is ook voor hem zonneklaar. Hij praat vriendelijk, bedachtzaam, vertelt zonder omhaal dat hij een echte patiëntenman is. Dat hij niet goed is in administratie, en dat hij dat ook geen seconde zal missen. In tegenstelling tot het contact met zijn patiënten.
Tranen
Die patiënten nemen nu al maandenlang afscheid van dokter de Rooij. Ze brengen cadeautjes, persoonlijke geschenken als drank, geborduurde eierdopjes en zelfgemaakte jam. Er worden tranen gelaten. 'U mag nog geen 65 worden, zeggen ze.' Hij vindt het niet leuk dat zijn patiënten moeite hebben met zijn vertrek. 'Als je zoveel jaar met iemand hebt meegemaakt, besef je dat je toch een bepaalde band hebt.'
Ontwikkelingen
Dokter de Rooij maakte in 1979 zijn entree bij de Sint Maartenskliniek. De afdeling reumatologie was toen voornamelijk een opnameafdeling, waar patiënten lang bedrust moesten houden. Een wereld van verschil met de huidige inrichting van het reumacentrum, waar patiënten behandeld worden met steeds betere medicijnen en waar ze leren omgaan met hun klachten. 'Al die nieuwe inzichten en ontwikkelingen hebben het vak leuker gemaakt,' zegt dokter de Rooij. 'De echte ontstekingssreuma is inmiddels aanzienlijk beter te behandelen.'
Tweede man
Dokter de Rooij heeft zich nooit beperkt tot zijn rol als patiëntenman. Altijd vervulde hij nevenfuncties. 'Het houdt je jong om steeds bezig te zijn met nieuwe ontwikkelingen,' zegt hij. Hij deed promotieonderzoek naar een groep reumapatiënten die antistoffen had tegen specifieke eiwitten in de celkern, naar aanleiding van een nieuwe laboratoriumtest die was ontwikkeld door de afdeling Biochemie. Later nam hij plaats in het toenmalige managementteam orthopedie-reuma en boog hij zich over de organisatiestructuur. Geen succes, vond hij, want 'wij eigenwijze dokters willen ons niet laten leiden door administrateurs.' Alhoewel dokter de Rooij lange tijd als onderhoofd fungeerde onder toenmalig centrumdirecteur Van de Putte, bedankte hij voor de eer diens plaats in te nemen toen Van de Putte afscheid nam. 'Ik ben geen vlaggendrager,' zegt dokter de Rooij. 'Ik ben een typische tweede man.'
DBC's
Hij werd gevraagd voor de beroepsbelangencommissie van de reumatologen en werd vice-voorzitter in het landelijke reumatologenbestuur. Daar kreeg hij te maken met financieringskwesties en kwamen de DBC's op. Een ontwikkeling waar je als Maartenskliniek bij moet zijn, vindt hij. 'Anders gaat iemand anders op een gegeven moment vertellen waar jij de kruisjes moet zetten.' Inmiddels staat dokter de Rooij bekend als 'de DBC-man van het reumacentrum'.
Zonder twijfel
In die kleine 30 jaar heeft hij geen moment overwogen zijn carrière een andere wending te geven. 'Het is eigenlijk niet bij me opgekomen,' zegt hij nadenkend. 'Ik ben een slechte planner, vind het moeilijk te bedenken wat ik over zoveel jaar wil doen. Ik leef nu en heb me altijd bezig gehouden met wat er nú ontwikkeld moest worden. Voor je het weet ben je dan weer 5 jaar verder. Pas vorig jaar realiseerde ik me: ik word 65. En ik moet misschien eens stoppen met de continue zorg voor al die patiënten.'
Een echte dokter
Hij wordt door zijn collega's een 'echte ouderwetse dokter' genoemd. Dokter de Rooij heeft wel een idee wat daarmee wordt bedoeld. 'Ik ben er als dokter in eerste instantie voor mijn patiënten. Maar misschien bedoelen ze ook wel dat ik vind dat artsen een bepaalde plaats hebben in een ziekenhuis. Want een ziekenhuis draait uiteindelijk op de kwaliteit van de dokters.' Bijna verontschuldigend zegt hij: 'Kijk, ik heb een witte jas aan. Dat is mijn uniform. En ook in bestuurstijd draag ik een witte jas. Want ik zit er als dokter, als patiëntenman. En nu zie je soms dokters in hetzelfde pak als bestuurders rondlopen. Nee, denk ik dan, het is ánders.'
Collega's
Zijn collega's complimenteren hem met het feit dat hij op zijn 65e vakinhoudelijk nog helemaal bij is. Hij wordt integer genoemd, aimabel, direct, een goed vakman. Hij zal gemist gaan worden als belangrijk adviseur en vertrouwenspersoon. De complimenten doen dokter de Rooij bijna blozen. Hij lacht als hij hoort dat hij ook nukkig wordt genoemd- het komt hem bekend voor. Want soms roept hij iets te hard 'Nee' als iemand met een voorstel komt. 'Al kom ik daar vaak snel op terug. Ik zie snel wat er mis kan zijn. Maar als ik het nog eens doordenk, zie ik er toch wel wat in. En dan ga ik er ook voor.'
Na het afscheid
Er daalt na het afscheid geen diepe rust neer in zijn leven, daar is hij de man niet naar. Hij heeft zijn commissiewerk, zijn kleinkinderen, zijn vrouw is blij dat hij straks wat vaker thuis is. En hij wil weer gaan roeien, zijn oude sport. Trots vertelt hij dat hij ooit nationaal kampioen is geweest, in de heren 8. Hij blijft met plezier nog invalwerk doen, om zijn collega's bij te staan en af en toe nog patiënten te zien. Dokter de Rooij zal niet snel zeggen dat hij trots is op zijn loopbaan bij de Maartenskliniek. Wel zeer tevreden. 'Ik ben ontzettend blij dat ik zo mijn werk heb kunnen doen.'
Patiënten aan het woord
Mevr. Jouwersma-v.d. Vegt: 'Ik ben bijna 25 jaar lang door dokter de Rooij behandeld. Inmiddels heb ik zeven protheses, dus we hebben een hoop meegemaakt samen. De eerste keer dat ik hier kwam, kreeg ik twee nieuwe knieën. Dat ging helemaal mis en dokter de Rooij toonde zich toen erg begaan. Ik vind hem een hartelijke man die enorm betrokken is bij zijn patiënten. Het is vreselijk jammer dat hij weg gaat, maar ik hoop dat hij heerlijk gaat genieten van een potje golf met zijn vrouw. Want die zal hem wel eens gemist hebben.'
Mevr. Tollenaar: 'Mijn man en ik zijn allebei reumapatiënt. Hij komt al 25 jaar bij dokter de Rooij, ik inmiddels 17 jaar. Het is een toegewijde, vriendelijke man die de tijd voor je neemt. Hij is direct, zegt waar het op staat. Dat vind ik prettig. Hij moet altijd lachen als we weer samen binnen komen. We hebben allebei altijd last van dingetjes en daar hebben we het dan over. Dat is vaak ook heel gezellig. En als het nodig is, is hij duidelijk over wat er moet gebeuren. We zeggen altijd dat we geluk hebben dat we meteen naar de goede dokter zijn gestuurd.'
|