U bent hier: Home » Nieuws » Actueel » Rondje Waalbrug tegen etalagebenen

Rondje Waalbrug tegen etalagebenen

16-06-2009: Aanvankelijk merkte Verona Moerkens niet dat er iets aan de hand was. Ze had weliswaar een slechte conditie en was wat eerder moe dan voorheen. Totdat een collega haar attendeerde op het feit dat ze zo met haar been sleepte. Het duurde nog ruim anderhalf jaar voordat de diagnose Claudicatio Intermittens werd gesteld, ook wel etalagebenen genoemd. Dit is een benaming voor pijn in de benen als gevolg van een vernauwing of afsluiting van een slagader naar of in de benen.

Rusten voor de etalage
'Mijn klachten ontstonden zo geleidelijk, dat ik eerst helemaal niets doorhad', vertelt Verona Moerkens (30). 'Ik had zware benen en tijdens het sporten sliepen mijn voeten regelmatig. Langzaam maar zeker ging ik steeds minder bewegen en nam ik steeds vaker de auto.' Op een gegeven moment waren de klachten zó hevig dat ze nog maar 100 meter kon lopen, niet meer kon autorijden, niet meer volledig kon werken en 's nachts zelfs het dekbed niet meer op haar benen kon verdragen.
Een typische klacht bij de aandoening claudicatio intermittens is pijn na een stukje lopen. Tijdens het lopen hebben de beenspieren meer zuurstof en dus meer bloed nodig. Bij gebrek aan zuurstof ontstaat verzuring van de spieren, wat de krampende pijn veroorzaakt. Na een korte pauze, door bijvoorbeeld voor een etalage stil te staan (vandaar de term 'etalagebenen') neemt de pijn af en kan men weer verder lopen.

Beweging en dieet
Het stellen van een diagnose duurde bij Verona Moerkens relatief lang. 'Dit had waarschijnlijk met mijn jonge leeftijd te maken', denkt ze zelf. De aandoening claudicatio intermittens komt meestal voor bij mensen boven de 50. Pas na een lange zoektocht langs diverse ziekenhuizen werd duidelijk wat er aan de hand was. 'Ik heb die periode als heel vervelend ervaren, regelmatig had ik het gevoel dat ik niet serieus genomen werd.' Ze kwam voor behandeling terecht bij het Sport Medisch Centrum Maartenskliniek (SMC) in het Goffertpark. Het programma dat het SMC voor haar 'op maat' samenstelde, bestond in aanvang uit twee tot drie keer per week fysiotherapie. Daarnaast bezocht Moerkens eens in de paar weken een diëtiste. 'In het begin zag ik er het nut niet zo van in', bekent Moerkens, 'ik sportte namelijk al een paar keer per week en ik was vanwege mijn overgewicht ook al onder behandeling bij een diëtiste'.

Goede informatie
Volgens Femke Boom, de fysiotherapeute die haar begeleidde, zit de kracht van het programma met name in het verstrekken van de juiste informatie over de aandoening en therapie. 'Het is belangrijk dat patiënten met deze aandoening veel lopen', stelt Boom. 'De juiste intensiteit en frequentie zijn hierbij van belang. Zo zijn traplopen en krachttraining minder geschikt omdat de benen dan te snel verzuren. De juiste kennis motiveert patiënten veelal om de behandeling vol te houden'.
'In die periode was mijn toekomstperspectief vrij somber', vertelt Verona. 'Ik las dat ik nooit meer langer dan een kilometer zou kunnen lopen zonder pijn. Ik was bang dat ik nooit meer kon werken en sporten, en dat ik mijn appartement zonder lift wellicht moest verlaten'. Maar van haar fysiotherapeute leerde Verona Moerkens tevreden te zijn met elke kleine stap vooruit, in plaats van een ver einddoel na te streven. En na een tijdje kon zij worden gerustgesteld: volgens de fysiotherapeut zou ze ooit weer over de Zevenheuvelenweg kunnen wandelen. Deze bemoedigende aanpak stimuleerde haar blijvend.

Rondje Waalbruggen
Inmiddels heeft Verona Moerkens haar intensieve programma afgebouwd en ze is weer aan het werk als coördinator bij een instituut voor jeugdzorg. De Zevenheuvelenweg heeft ze inmiddels bedwongen met de fiets. Ze zal de rest van haar leven veel moeten blijven lopen. Op dit moment loopt ze dagelijks: in de lunchpauze een half uur en 's avonds een uur. Met haar vrienden heeft ze een loopschema opgesteld, waarbij elke dag een ander 'loopmaatje' meeloopt. Ze lopen bijna elke dag hetzelfde rondje: vanuit Nijmegen over de fietsbrug en via Lent over de Waalbrug weer terug. 'Mijn vrienden vinden het rondje inmiddels wel saai, maar voor mij heeft het een speciale betekenis. De tocht is gemarkeerd met mijlpalen, omdat ik telkens verder kon lopen'. Zo betekende het bereiken van de derde pijler van de fietsbrug veel voor haar. Ook het bereiken van het 'midden', op de dijk in Lent was zo'n overwinning. 'En nog steeds zijn het graadmeters voor me: ik leid eruit af hoe het met me gaat'.
Haar angst voor de toekomst is inmiddels helemaal verdwenen. 'Ik weet nu dat ik het zelf in de hand heb. Zolang ik me aan mijn loopschema en aan mijn dieet houd, gaat het goed.'

Ziekte vaak niet herkend

Claudicatio intermittens komt voor bij ongeveer 20% van de mensen boven de 50 jaar. Roken, hoge bloeddruk, suikerziekte, overgewicht en een hoog cholesterolgehalte, vergroten de kans op de ziekte. Weinig mensen gaan met hun klachten naar de huisarts omdat ze denken dat de pijn in hun benen hoort bij het ouder worden. Ook huisartsen herkennen de ziekte niet altijd.
Vroegtijdige herkenning en behandeling kan ernstige gevolgen voorkomen. De meest eenvoudige behandeling bestaat uit een gezond leefpatroon. Soms is het nodig om te dotteren: een vernauwd bloedvat wordt dan opgerekt. Bij ernstige klachten en wanneer andere behandelingsmethoden geen effect hebben, wordt een operatie uitgevoerd. In het uiterste geval kan een amputatie nodig zijn.