[ Actueel ]04-08-2009: In het looplaboratorium van de afdeling Research, Development & Education staat een meisje. Haar benen zijn beplakt met kleine bolletjes die het infrarode licht van de camera's reflecteren. Deze 'gangbeeld-analyse' legt driedimensionaal bewegingen vast. Brenda Groen onderzocht de kwaliteit van de metingen: 'De nauwkeurigheid van het bolletjes plakken is van grote invloed op het meetresultaat.'
Gangbeeld
De gangbeeldanalyse is een waardevol hulpmiddel om een goede diagnose te stellen bij mensen die moeilijk lopen. Daarbij kan het gaan om kinderen die last hebben van spasticiteit, om volwassenen die een beroerte (CVA) hebben gehad of volwassenen die moeten leren lopen met een beenprothese. Enige jaren geleden werden hun bewegingen nog vastgelegd op video, maar dit twee-dimensionale beeld gaf teveel vertekening. Driedimensionaal
Sinds 2006 werkt de Sint Maartenskliniek daarom met het zogenaamde 'Vicon-systeem'. In verschillende hoeken van het laboratorium hangen camera's die door middel van infrarood licht de bewegingen van de bolletjes vastleggen die op de benen van de patiënt zijn geplakt. Omdat het verkregen beeld driedimensionaal is, zijn de metingen met een softwareprogramma om te zetten in figuren die een objectief beeld geven van de bewegingen van de patiënt. De resultaten worden vervolgens door artsen of fysiotherapeuten geanalyseerd, waarna zij een indicatie kunnen geven voor de behandeling.
Verschuivingen
Voor nauwkeurige resultaten is het van groot belang dat de reflecterende bolletjes precies op de juiste plaats worden geplakt. En dat is nog niet zo makkelijk, volgens onderzoekster Brenda Groen. 'Het bolletje dat precies
ter hoogte van de knie-as moet komen, is bij een gezond iemand niet zo moeilijk te plaatsen. Maar als het been naar binnen gedraaid is, wordt het een stuk lastiger.' Groen deed daarom onderzoek naar het effect op de meetresultaten als bolletjes niet helemaal goed geplaatst zijn. 'We vergeleken de resultaten van een meting met goed geplaatste bolletjes met de resultaten van een meting waarbij de bolletjes één centimeter verschoven waren. Het verschil bleek soms behoorlijk groot te zijn.' Omdat deze conclusie voor Groen geen verrassing was - de praktijk had dat eigenlijk al uitgewezen- werd in het onderzoek ook een nieuw softwareprogramma getest dat kleine verschuivingen in de bolletjes compenseert. Het onderzoek toont aan dat dit inderdaad verbetering geeft.
Zuiverder meten
De gevoeligheid van het systeem is voor de onderzoekers aanleiding om een hulpmiddel te ontwikkelen dat het makkelijker moet maken om de bolletjes precies op de juiste plek te plakken. Geen speciaal ontworpen sjabloon of vernuftige meetlat, maar opnieuw een software-applicatie. 'We kunnen straks aan de hand van bewegingen berekenen waar precies de knie-as zit. En als we dat weten, kunnen we het bolletje beter plaatsen.' Een ingewikkeld verhaal, daar is Groen het mee eens. 'Maar uiteindelijk gaat het erom dat we straks nóg zuiverder kunnen meten, zodat behandelingen nog nauwkeuriger geïndiceerd of geëvalueerd kunnen worden.'
Meer informatie over onderzoek binnen de Sint Maartenskliniek.