[ Actueel ]10-11-2009: Als ouder vind je je eigen kind automatisch uniek en bijzonder. Tegelijkertijd wil je dat je kind vooral gewoon is. Dat het goed kan meekomen op school, vriendjes heeft en lekker kan sporten. Maar niet alle kinderen ontwikkelen zich hetzelfde. Wat doe als je het gevoel hebt dat er misschien wat aan de hand is met je kind?
'Het is een strijd tussen je hoofd en je hart', vertelt Hermine Florack. 'Rationeel wil je weten of er iets aan de hand is, maar emotioneel wil je niets liever dan dat je kind gewoon is.' Een paar maanden geleden besloot Florack haar achtjarige zoon toch te laten testen. 'Jean-Pierre is een vrolijk en pienter kind, maar op school presteert hij heel wisselend. Schrijven vindt hij lastig en hij kan zich niet goed concentreren in de klas. Daarnaast viel ons op dat hij moeite had met zijn evenwicht en coördinatie, bijvoorbeeld tijdens het voetballen.' Hermine Florack en haar partner wilden zo snel mogelijk weten wat er aan de hand zou kunnen zijn. 'Daarom ben ik blij dat ik hoorde van 'Zoom-in'. Daar zitten verschillende specialismen bij elkaar die gezamenlijk kijken naar de ontwikkeling van je kind.'
Acht disciplines
'Zoom-in is het expertise- en adviescentrum voor zorg, onderwijs en begeleiding waarin de Sint Maartenskliniek, St. Maartenschool en REC-Rivierenland samenwerken. 'Het afgelopen jaar hebben we in een pilotfase de screening en het team vormgegeven', vertelt orthopedagoog Sarien ter Haar, 'en we gaan eind van dit jaar formeel van start'. Er is onder ouders en leerkrachten veel belangstelling voor wat het nieuwe centrum biedt. 'Het unieke is dat wij kinderen met motorische problemen, maar zonder medische achter-grond, in twee dagen vanuit acht disciplines bekijken. Daarna geven wij een integraal handelingsadvies over wat het kind nodig heeft aan ondersteuning; zowel in de zorg, het onderwijs als in de thuissituatie'.
Coördinatie en plannen
Vanuit het REC is Ter Haar ambulant begeleider op basisscholen. Daar ziet ze de kinderen die in de klas niet goed kunnen meekomen of kampen met uiteenlopende problemen. 'Ouders merken dat hun kind onhandig is. Zoon of dochter knoeit met eten, gooit vaak dingen om en heeft moeite met bestek of een pen vasthouden'. Ook met taken waarvoor je moet plannen, zoals aankleden, kunnen kinderen moeite hebben. 'Het duurt lang voordat het kind 's ochtends klaar is. Dan heeft hij zijn trui al aan maar het hemd ligt er nog', legt de orthopedagoge uit. 'Kinderen met deze problemen worden thuis en op school snel overvraagd. De kans is groot dat ze gefrustreerd of onzeker worden omdat ze de hele dag op hun tenen moeten lopen'.
Begrip
Het moment dat ze na de testdagen te horen kreeg dat Jean-Pierre de ontwikkelingstoornis DCD heeft, staat Hermine Florack nog levendig voor ogen. 'Stiekem hoop je als ouder toch dat er niets bijzonders is met je kind. Nu ben ik vooral blij dat we weten wat er met Jean-Pierre aan de hand is. Ik begrijp nu beter welke dingen voor hem moeilijk zijn.
We hebben meer geduld met hem en kunnen hem positiever benaderen. Als hij 's middags onderuit gezakt op de bank zit, begrijp ik nu dat hij moe is omdat hij de hele dag moeite heeft moeten doen om dingen goed uit zijn handen te laten komen. Eerst zou ik hebben gezegd: 'Joh, ga eens lekker buiten spelen'. Nu zeg ik dat hij maar even lekker moet uitrusten'.
Sleutel
Ouders zijn vaak bang dat er een etiketje op hun kind wordt geplakt. 'Dat is niet ons doel', vertelt Sarien ter Haar. 'Wat we willen is dat ouders en leerkrachten een advies krijgen hoe ze het kind zo goed mogelijk kunnen begeleiden'. Maar waar begin je, als er zowel cognitieve, gedragsmatige als motorische problemen geconstateerd zijn? 'Niet alles kan tegelijk. Als team zoeken we naar dat aspect wat de sleutel kan zijn tot verbetering. Bijvoorbeeld eerst het motorische aanpakken met fysiotherapie, om beter in balans te blijven. Als het kind meer controle krijgt over zijn motoriek, kan het zijn dat ook de concentratie verbetert. Daardoor stijgen de schoolprestaties en krijgt het kind meer zelfvertrouwen'.
| DCD DCD staat voor Developmental Coordination Disorder. Dit is een verzamelnaam voor een aantal kenmerken van (licht) gestoorde motorische functies, zoals een lage spierspanning, een grote be-wegingsonrust, coördinatieproblemen of problemen met fijnmotorische vaardigheden. DCD lijkt voor te komen bij 5 tot 10 % van de schoolgaande kinderen. Meer informatie: www.balansdigitaal.nl |
|
Zoom-in |