Dure reumamedicatie niet altijd zinvol
16-02-2010: Voor sommige mensen met reumatoïde artritis is het een vast ritueel. Om de vier tot acht weken krijgen ze in het ziekenhuis een infliximab-infuus (Remicade®), een geneesmiddel dat helpt de klachten te bestrijden. Maar het is de vraag of sommige patiënten niet te veel van dit medicijn krijgen of zelfs antistoffen aanmaken tegen het middel. Apotheker Bart van den Bemt deed promotieonderzoek naar de effecten van infliximab.

Bij reumatoïde artritis ontstaan er ontstekingen in de gewrichten, vooral in de handen, voeten en polsen. Vroeger kregen mensen vooral rust voorgeschreven, maar de afgelopen tien jaar is er veel veranderd in de behandeling van deze aandoening. Van den Bemt: ‘Tegenwoordig bestrijden we reumatoïde artritis zo snel mogelijk. Dit gebeurt met reumaremmers zoals methotrexaat en sulfasalazine, en met biologicals.’ Biologicals, zoals infliximab, bestrijden de stoffen in het lichaam die de ontsteking stimuleren. Een andere vooruitgang in de behandeling van reumatoïde artritis is dat de ziekteactiviteit van patiënten beter wordt gevolgd. Daardoor kunnen reumatologen de behandeling aanpassen op de heftigheid van de ontsteking op dat moment. Door deze nieuwe ontwikkelingen lopen patiënten minder gewrichtsschade op en ondervinden zij minder hinder van hun aandoening.
DosisBij veertig tot zestig procent van de patiënten slaat infliximab aan en onderdrukt het de gevolgen van de ontstekingsreuma. Maar het vermoeden bestond dat sommige patiënten een te hoge dosis krijgen. Voor zijn onderzoek hielp Van den Bemt mee aan de ontwikkeling van een methode om de hoeveelheid infliximab in het bloed te meten. ‘Door het onderzoek zien we dat sommige mensen met een lage ziekteactiviteit tegelijkertijd erg lage hoeveelheden infliximab in het bloed hebben.’ Bij sommige mensen is infliximab zelfs helemaal afwezig in het bloed. Vooral dat laatste vindt de onderzoeker opvallend. Deze patiënten hebben wel verminderde klachten, maar dat komt blijkbaar niet door het gebruik van infliximab, want het medicijn is in het bloed niet terug te vinden. ‘Je kunt je afvragen of het gebruik van dit dure medicijn dan nog wel zin heeft,het lichaam breekt het immers toch weer heel snel af.’ Een mogelijke verklaring voor de verminderde ziekte-activiteit kan zijn dat deze mensen zijn gestart met inflixmab toen ze zich slecht voelden, maar dat de ziekteactiviteit na verloop van tijd vanzelf afnam.
Gelijke klachten
Van den Bemt wilde ook weten wat de gevolgen zijn van het verlagen van de dosis infliximab. Een lagere dosis kan leiden tot minder bijwerkingen voor de patiënt. ‘Maar’, benadrukt Van den Bemt: ‘verlaging van de dosis mag natuurlijk niet leiden tot een toename van de klachten.’ Om dat te onderzoeken verlaagde hij bij een groep patiënten met een lage ziekteactiviteit de dosis van 5 mg per kg lichaamsgewicht naar 3 mg per kg. Het resultaat was verrassend. Op één patiënt na werden de reumaklachten niet erger, maar bleven ze gelijk. ‘Dit leert ons dat we bij patiënten die een hoge dosis van dit geneesmiddel krijgen, regelmatig moeten kijken of we de dosering niet kunnen afbouwen.’ Een lagere dosis kan leiden tot minder bijwerkingen. Bovendien is infliximab een duur middel. ‘Afhankelijk van de dosering kost het al gauw 15.000 tot 22.000 euro per jaar per persoon.’
VoorspellenHet meten van de ziekteactiviteit in combinatie met de hoeveelheid infliximab in het bloed kan volgens Van den Bemt een voorspeller zijn voor de werking van het geneesmiddel. ‘Medicamenteuze behandeling van reumatoïde artritis kan zo meer op de individuele patiënt worden aangepast.’ Als blijkt dat de patiënt geen baat heeft bij infliximab, kan eerder een andere biological worden toegediend, die wel helpt reumatoïde artritis te bestrijden. Verder onderzoek is volgens de apotheker nodig om te kijken hoe in de praktijk patiënten geselecteerd kunnen worden voor het afbouwen of stoppen van infliximab.