Weer beide handen gebruiken dankzij intensieve therapie
Een halfzijdige verlamming van haar rechterarm en -hand. Dat was een van de gevolgen van het herseninfarct dat mevrouw Janssen (78) uit Venlo een jaar geleden kreeg. Om deze beperking te omzeilen, gebruikte ze vooral haar linkerarm en -hand. Haar deelname aan het Forced Use programma van de Sint Maartenskliniek bracht daar verandering in. Daar leerde ze haar rechterarm en -hand weer te gebruiken. Samen met haar dochter vertelt mevrouw Janssen over haar ervaring met het Forced Use programma.

Mevrouw Janssen weet het nog goed. Vooral de sturing van bewegingen van haar rechterarm en -hand verliep na de beroerte moeizaam. Daarbij waren de kracht en het gevoel duidelijk verminderd. Zo liet ze een voorwerp dat ze met de rechterhand vasthield niet actief los, maar trok ze het met de linkerhand uit de rechterhand. Ook reikte ze niet met de rechterarm naar een voorwerp, maar gebruikte ze haar linkerhand. Met de rechterhand kon ze grove grepen maken; fijnere vingerbewegingen lukten niet.
SlingIn het Forced Use programma worden revalidanten gestimuleerd om eenhandig met hun aangedane arm en hand intensief te oefenen en activiteiten uit te voeren. Daarbij wordt hun gezonde arm en hand vastgezet in een sling en een spalk. Zo werd ook mevrouw Janssen gedwongen, oftewel geforceerd, om haar aangedane arm en hand te gebruiken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat door dit gedwongen gebruik, de arm en hand na verloop van tijd weer spontaan worden ingeschakeld. Na afloop van deze intensieve oefenperiode volgt nog een driedaagse training waarin revalidanten leren beide handen goed in te zetten.
NapoleonForced Use is een intensieve therapie waarbij revalidanten samen in een groep van ongeveer vier personen 2,5 week worden opgenomen in het revalidatiecentrum van de Sint Maartenskliniek. In de weekenden mogen de deelnemers naar huis. Janssen: ‘In mijn groep zaten voor de rest alleen mannen. Het was gezellig en we konden het prima met elkaar vinden. Dat is wel belangrijk als je zo’n zwaar programma volgt. Al die tijd trek je met elkaar op.’ Al gauw werd de sling, die elke dag om moest, door de groep omgedoopt tot Napoleon. Want de manier waarop de arm in de sling zat, leek wel erg veel op het klassieke beeld van Napoleon met zijn rechterhand in zijn vest.
Nooit gesmokkeldDoor oefeningen leerde Janssen haar fijne motoriek, kracht en coördinatie te verbeteren. ‘Het was hard werken. We oefenden niet alleen in de Sint Maartenskliniek, maar we moesten ook thuis aan de slag. De thuisoefeningen werden steeds aan het einde van de week samen met onze begeleiders opgesteld. Het Forced Use programma motiveerde mij echt om weer zelf dingen te doen met mijn rechterhand.’ En, voegt ze hier trots aan toe: ‘Ik heb nooit gesmokkeld met oefeningen, ook thuis niet.’
DobbelstenenVandaag heeft mevrouw Janssen de laatste tests gehad en alles wijst er op dat ze haar rechterhand weer goed kan gebruiken. Ze laat elk voorwerp nu actief los, kan met haar rechterarm voorwerpen op borsthoogte pakken en kan fijne grepen maken, bijvoorbeeld kralen grijpen en deze precies plaatsen. Ook kan ze meerdere voorwerpen vanuit de handpalm manipuleren, bijvoorbeeld drie dobbelstenen in de handpalm verzamelen en ze daarna één voor één neerleggen op tafel.
Draad oppakkenJanssen plukt nu thuis de vruchten van het vele oefenen. ‘Ik kan weer veel dingen doen met mijn rechterhand. Breien, brood snijden, mijn haren kammen, veters strikken, voorzichtig strijken, uit een beker drinken, een handtekening zetten, noem maar op.’ Haar dochter had niet verwacht dat haar moeder de draad weer zo goed kon oppakken na het herseninfarct. ‘Omdat alles meer tijd kost, heeft mijn moeder nu wel hulp nodig in het huishouden en maakt ze gebruik van tafeltje-dekje maaltijden.’
Maar ook al gingen de tests vandaag goed, de dochter merkt op dat haar moeder soms nog steeds de neiging heeft om alleen de goede hand te gebruiken. Ze wijst haar moeder daar wel steeds op.
AandachtJanssen kijkt tevreden terug op het programma. ‘Wat ik vooral fijn vond was de goede begeleiding en de aandacht van de medewerkers in het revalidatiecentrum. Dat heb je wel nodig, want er wordt veel van je gevraagd.’Haar dochter vond het goed dat de familie betrokken werd. ‘Je maakt echt deel uit van het programma. Dat is ook wel nodig omdat je thuis vaak op elkaar aangewezen bent.’
Dat het resultaat ook blijvend is, blijkt uit de testen die twaalf weken na de behandeling afgenomen werden: zelfs zonder therapie heeft mevrouw Janssen vooruitgang geboekt.