[ Patiëntervaringen.. ]Reuma is niet alleen een ziekte die de patiënt zelf treft. Ook voor de omgeving kan de diagnose reuma grote gevolgen hebben. Arie Keiman, echtgenoot van Ria Keiman, heeft dit aan den lijve mogen ondervinden toen in ’91 bij zijn vrouw Reumatoïde Artritis werd geconstateerd. Van de een op de andere dag werd hij in de rol van verzorger geduwd.
Geen klagers
Je zult ze niet horen klagen, de familie Keiman uit Oss. Zoals Ria Keiman het zegt: ‘Ik houd niet van zeuren.’ Maar het optimisme dat ze uitstralen verwondert. Stel je voor, je bent op een familiereünie en je kunt ineens niets meer. Dat ondervond Ria Keiman zo’n 13 jaar geleden: ‘We waren aan het eten in een restaurant en ineens kon ik mijn handen en kaken niet meer bewegen. Ik had bovendien heel veel pijn.’ Wat enkele weken daarvoor begonnen was met pijn in de voeten, verplaatste zich langzaam over het hele lichaam. Een bezoek aan de internist bracht haar niet veel verder: ‘De diagnose was dat ik te veel poetste, mijzelf te druk maakte en dat ik te gespannen was. Het zou vanzelf wel overgaan.’
Diagnose RA
Maar niet lang daarna kreeg ze haar mond niet meer open. Praten en eten gingen niet meer. Een grote schok voor haarzelf, maar meer nog van haar man en – toen nog – twee jonge kinderen. Het was haar moeder die haar op het idee bracht dat het wel eens reuma zou kunnen zijn. Een verwijzing naar de Maartenskliniek, het ziekenhuis waar haar man een jaar eerder was geopereerd aan zijn rug, was snel geregeld. En dr. Franssen, haar behandelend reumatoloog, bevestigde het vermoeden: ze had inderdaad Reumatoïde Artritis.
Vergroeide handen
Een eerste opname van vier maanden volgde. ‘Toen ik hier kwam schrok ik me dood. Ik zag reumapatiënten in rolstoelen, ik zag vergroeide handen. Ik dacht, zo wordt ik toch ook niet? Nou, inmiddels heb ik die vergroeide handen wel!’ De mentale opvang op het reumacentrum bood gelukkig hoop. ‘Ik volgde heel veel therapieën, kreeg veel medicijnen, ijspakkingen. Niks hielp, maar de moed zakte me niet in de schoenen. Na drie maanden sloeg de behandeling aan. Ik was APK-goedgekeurd en mocht weer naar huis.’
Als een sneltrein
‘Maar’, zegt Arie Keiman, ‘thuis ontwikkelde de ziekte zich in sneltreinvaart. Het ging steeds slechter.’ Door de ziekte van zijn vrouw nam Arie Keiman steeds meer huishoudelijke taken op zich. Maar vanwege ernstige slijtage aan zijn rug was Arie Keiman in de WAO beland, dus het zware tilwerk was er niet bij. Gelukkig biedt de Thuishulp een oplossing voor het gezin waar, zoals Ria Keiman het stelt, ‘de lamme de blinde helpt’.
Persoonlijke aandacht
Ria Keiman wil geen kwaad woord horen over de Maartenskliniek. ‘Elk jaar lig ik wel enkele weken of maanden op afdeling G1, meestal voor een grote beurt.’ Daarmee doelt ze op het aansterken en weer op gang komen. ‘Als er al een minpunt is’, vervolgt ze, ‘dan is het wel dat ik niet meer kan roken op de verpleegafdeling. Je mist daardoor veel gezelligheid. Vroeger, als je ’s nachts ging roken, kwamen de zusters er wel eens bij zitten. Nu moet ik van de afdeling af. De verpleging mist me dan wel eens.’
Lof
Wat zowel Ria als Arie Keiman zo waarderen is de persoonlijke aandacht op het reumacentrum. Ria Keiman: ‘Alle lof voor de verpleging en de artsen. Je wordt hier zo goed opgevangen. Als patiënt, echtgenoot of partner wordt je overal bij betrokken.' Nog een paar weken en dan zit het er weer op voor dit jaar, hoopt Ria Keiman: ‘Ik kan nu even heel weinig – ik heb wat zware operaties achter de rug – maar dadelijk voel ik mij wel weer beter. Ik kan niet meer zo veel als ik weer thuis ben. Maar als ik maar weer een tijdje achtereen in een auto kan zitten, zodat ik nog eens ergens kom.’
Februari 2005.