U bent hier: Home » Nieuws » Patiëntervaringen » Patiëntenervaring

Ze mogen best zien dat ik een been mis

Een ding wist Raymond van Hal pertinent zeker. Dat ene houten paaltje langs het fietspad van Terschelling moest weg. Want dat onbenullige paaltje gaf zijn leven een drastische wending. Met zijn motorvrienden was hij aangekomen op het eiland. Nog maar net van de boot, moest hij op zijn Harley Davidson uitwijken naar het fietspad. Het volgende moment lag hij naast zijn motor in de berm van de weg. Met zijn been zou het niet meer goed komen.

Op de atletiekbaan van de Universiteit van Wageningen staat een groep mensen te wachten tot het stopt met regenen. Het is een bont gezelschap. Geen sporters maar een dokter, een bouwvakker, een dame met golftas, een wandelaar, zelfs een man in een groen OK-pak. Als de lucht opklaart, vertelt de regisseur welke shots ze gaan draaien. Echte patiënten en behandelaars vervullen de hoofdrol in het spotje waarin de Maartenskliniek zich presenteert als 'specialist in beweging'.

De 34-jarige Raymond van Hal is er ook, samen met zijn vriendin. Moet je er bij de andere 'acteurs' naar gissen wat ze mankeren, bij Raymond is het direct duidelijk.
De metalen prothese die zijn linkerbeen vervangt, zie je meteen.'Raymond loopt heel vaak in korte broek', vertelt zijn vriendin. 'Hij schaamt zich er absoluut niet voor'.
Dat blijkt ook uit zijn enthousiaste reactie toen hij gebeld werd of hij zin had om mee te doen aan het filmpje. 'Ik heb nog nooit in een film gespeeld, het leek mij leuk om eens mee te maken', vertelt hij. 'Ik heb er geen moeite mee dat mensen zien dat ik een groot deel van mijn been mis'. Maar soms staat hij versteld van de reacties van mensen. Bijvoorbeeld als ze hem schaamteloos aanstaren. Of die keer dat hem gevraagd werd minder vaak een korte broek te dragen als hij op bezoek kwam. 'Die vrouw vond dat zo moeilijk voor haar kinderen. Dan denk ik, heb je wel eens nagedacht hoe dat voor mij voelt?

Met hetzelfde gemak als dat hij zijn beenprothese toont, vertelt hij over het ongeluk, nu bijna twee jaar geleden. 'Toen ik daar alleen in de berm lag, had ik geen idee wat er aan de hand was. Een veearts die even later voorbij kwam, heeft mijn been op lieshoogte afgebonden, met de broekriem van haar man. Dat heeft mijn leven gered, anders was ik zeker doodgebloed'. Het been van Raymond van Hal werd tijdens zijn uitwijkmanoeuvre afgekneld tussen een houten paaltje en het motorblok van de Harley. Op wat huid en een paar spieren na, was het onderbeen volledig losgerukt. 'Ik zag wel dat het mis was, maar het rare was dat ik helemaal geen pijn voelde. De veearts zei dat de pijn waarschijnlijk na een half uur zou komen opzetten. Dat klopte ook'.

Uiteindelijk lag hij meer dan een uur te wachten op de traumahelikopter. Het weer was slecht, vanuit Groningen konden ze niet opstijgen, daarom werd de helikopter van VU Medisch Centrum Amsterdam ingezet. Ondertussen kregen ook zijn motorvrienden door dat hij een ongeluk had gehad. 'Zij hebben mijn vriendin en ouders gebeld en verteld dat ik mijn been gebroken had, om ze niet teveel te laten schrikken'. Toen ze in het ziekenhuis arriveerden, was de schok groot.
'Je vraagt je natuurlijk meteen af hoeveel van je been je zal overhouden. In eerste instantie hebben ze mijn knie nog proberen te sparen maar een week later werd het toch een bovenbeenamputatie.' De herinnering aan de pijn in de week daarna raakt hem nog steeds. 'Toen ik voor het eerst overeind moest komen uit bed, voelde ik het bloed in de stomp lopen. Het stroomt je been in, maar kan vervolgens niet weg'.

Twee weken na het ongeluk kon hij tot zijn grote opluchting naar huis. 'Al in het ziekenhuis hadden we besloten dat ik in de Maartenskliniek wilde revalideren, ook al is dat wat verder weg'. Toen de wond genezen was, kon hij met dagbehandeling beginnen. 'Ik heb hier weer helemaal opnieuw leren lopen. Mensen begrijpen niet dat je daar een hele dag mee bezig kunt zijn, maar het is gewoon heel hard werken'. Om te laten zien wat hij de hele dag deed, nodigde hij verschillende familieleden en vrienden uit een dagje mee te komen naar Nijmegen. 'Daar konden ze zien dat ik zeker niet zielig was, dat ik weer steeds meer kon. Ik klom zelfs tegen de klimwand omhoog met mijn ene been'.

Het contact met de behandelaars en de andere revalidanten vond hij heel stimulerend. Door hen werd hij ook wegwijs gemaakt in de wereld van de vele instellingen waar je als 'gehandicapte' mee te maken krijgt. Als iets hem boos maakt is het wel de bureaucratische molen die je door moet om wat voor elkaar te krijgen. Maar Raymond van Hal bijt zich erin vast in. 'Ik heb met veel moeite kunnen regelen dat ik een handbike kreeg van de gemeente. Aangepast sporten zoals rolstoelbasketbal kun je niet waar ik woon, en zwemmen is zo veel gedoe. Nu stap ik op de fiets, zet muziek op en kan mijn geest de ruimte geven. Ik wil ook nog een bakfiets regelen zodat ik met mijn dochtertje van acht maanden de deur uit kan'.

Sinds een paar maanden werkt Raymond bij een reclamebureau. 'Ik was huisschilder maar dat kan ik nu niet meer. Ik heb een goede opleiding maar voor het ongeluk deed ik daar eigenlijk niks mee. Nu heb ik vreemd genoeg veel leuker werk. Hopelijk kan ik het volhouden, want ik heb het ontzettend naar mijn zin' .
Vele maanden na het ongeluk zaagde hij het paaltje dat hem zijn been kostte eigenhandig om. Het staat als een soort relikwie bij hem thuis, evenals zijn eerste prothese die hij in beton goot en in de tuin plaatste. De Harley staat te verstoffen in de schuur. Met de deuk er nog in. 'De kans is klein dat ik ooit nog motor rijdt. Maar voorlopig kan ik hem nog niet weg doen'.

De spot van de Maartenskliniek waarin Raymond van Hal figureert, is te zien op de cityscreens in Nijmegen.
Auteur: Astrid van de Laar [laatste update: 9 december 2010] - Vragen?