U bent hier: Home » Nieuws » Patiëntervaringen » Patiëntenervaring

Mijn einddoel is weer leren lopen

Liggend op haar rug, in de tuin van vrienden, daagde het Liesbeth Paardekooper dat ze zich niet meer kon bewegen. Net daarvoor had ze, in een vrolijke bui, met de kleinkinderen van vrienden op een trampoline gesprongen. Zoals ze wel vaker deed. Maar op deze dag ging het anders dan anders. Ze stapte mis, viel… en brak haar nek.

Dwarslaesie
Vier maanden na het ongeval revalideert ze op de dwarslaesieafdeling van de Maartenskliniek. Liesbeth Paardekooper heeft, zoals dat in medische termen heet, een partiële dwarslaesie. Ter hoogte van haar nek zit een breuk die een deel van het ruggenmerg doorklieft. Signalen vanuit de hersenen komen niet meer daar waar ze wezen moeten, waardoor lichamelijke functies zijn uitgevallen. Daarom zit ze nu in een rolstoel: ‘Maar mijn einddoel is weer leren lopen. Er zijn gevallen bekend waar dat spontaan is gebeurd.’

Afhankelijk
Emotioneel heeft ze het, hoe kan het ook anders, zwaar gehad: ‘Eerst vatte ik het nog niet, dat ik gehandicapt was. Ik zag wel de pijn bij mijn man en kinderen, maar kon dat verdriet niet bij mijzelf plaatsen. Beetje bij beetje drong het tot mij door wat het betekende, die dwarslaesie, en besefte ik dat ik niets meer zelfstandig kon doen. Wat het betekent afhankelijk te zijn van anderen.’ Pas toen kwamen de emoties: ‘Mijn dochter beviel op vier oktober van een zoontje. Dat was voor mij heel moeilijk te verwerken. Ik zag even niet hoe ik snel na de geboorte bij haar op kraamvisite kon gaan.’

Inmiddels gaat het weer een stuk beter met haar, ook lichamelijk. Een deel van de functies is weer hersteld: ‘Drie maanden lang is mijn hoofd gefixeerd geweest. Ik droeg een soort van harnas waardoor ik mijn hoofd niet kon bewegen. En dat heeft heel goed geholpen. Ik kan mijn hoofd weer draaien, mijn handen gedeeltelijk gebruiken. Ik kan rechtop zitten in de rolstoel, zonder om te vallen. En ik kan mijzelf met beide benen afzetten.’

Therapie
Haar dagen op de Maartenskliniek vult ze met therapieën: ‘Fysiotherapie, ergotherapie, activiteitenbegeleiding; ik volg het allemaal. Binnenkort start ik met fitness- en conditietraining, en met statraining. Dat is hard nodig, want ik ben best gauw moe. Ze zeggen hier dat ik heel snel vooruit ga. Ik zie dat niet, maar ja, het kan mij natuurlijk niet snel genoeg gaan.’

Zelf doen
Net na het ongeval werd ze opgenomen in het Maxima Medisch Centrum. De overgang naar de Maartenskliniek, voor de revalidatie, viel haar aanvankelijk zwaar: ‘Hier moet je zelf hard werken aan je herstel. In het vorige ziekenhuis werd er juist voor je gezorgd. Ik hoefde maar te bellen en er stonden vier verpleegkundigen om mijn bed. Maar hier zeggen ze: ‘Zodra je iets kunt, moet je het zelf doen. Daar valt natuurlijk wel wat voor te zeggen. De mensen hier zijn heel zorgzaam en betrokken, dat wil ik benadrukken. Soms zie je wel dat er te weinig personeel is. Als ik dan moet wachten op het wassen en aankleden, kan ik wel eens in de stress schieten. Want als ik daardoor te laat ben, mis ik mijn therapieën. En juist daarvoor ben ik hier.’

December 2005.
Auteur: Communicatie [laatste update: 9 december 2010] - Vragen?