[ Patiëntervaringen.. ]Een beetje topsporter zeurt niet over een pijntje, ook Miranda Boonstra niet. Deze semi-professionele steeplechaser is wel wat gewend met elf trainingen per week en een intensief wedstrijdseizoen. Dat haar voet opspeelde aan de start van de finale van de Europese kampioenschappen was dus niet ongewoon. Tijdens het lopen werd de pijn weliswaar erger, maar uitstappen was geen optie. De dag erop ging zelfs gewoon wandelen niet meer. Wat was begonnen als een pijntje bleek een acute, chronische ontsteking van de slijmbeurs in de hiel te zijn.
Naar de orthopeed Gespecialiseerde chirurgenteams
Miranda Boonstra werkt parttime als onderzoeker voor de vakgroep orthopedie van het UMC St Radboud. 'Maar dat vond ik toch een raar idee, om door je eigen baas geopereerd te worden. Ik voelde me daar niet prettig bij.' Toen werd het de Sint Maartenskliniek, de werkgever van haar vriend. Prettige bijkomstigheid is dat de chirurgen daar werken in gespecialiseerde teams met eigen aandachtsgebieden. Er is ook een team dat zich richt op de sport-orthopedie. Boonstra: 'Bij de Maartenskliniek werden foto's gemaakt, en daarop was te zien dat mijn hielbot een uitsteeksel had. Waarschijnlijk is dat aangeboren. Die uitstulping duwde op de slijmbeurs tussen het hielbot en de achillespees, en dat veroorzaakte de klachten.' Dr. Ronald van Heerwaarden, haar behandelend chirurg, besloot daarop het extra bot en de ontstoken slijmbeurs operatief te verwijderen.
Ook in Woerden
'In mei begon het loopseizoen, vervolgt Boonstra, 'en ik hoopte toch wel snel aan de beurt te zijn. Ik miste het lopen zo, het is mijn passie - ik train normaal tien tot elf keer per week - en ik was er al zeven maanden uit. Eigenlijk voelde ik me arbeidsongeschikt en wilde ik gewoon weer aan het werk. Van Heerwaarden begreep me gelukkig en zag hoe belangrijk sporten voor mij is.'
Ineens was daar het telefoontje van de chirurg. In Nijmegen was de wachttijd lang, maar als ze geen bezwaar had tegen reizen, kon ze de volgende dag al terecht in Woerden. Ook daar levert de Maartenskliniek, in samenwerking met het Zuwe Hofpoort ziekenhuis, orthopedische en reumatologische zorg. Enigszins overdonderd zei ze 'ja' op dit onverwachte aanbod, en meldde ze zich 's ochtends in Woerden.
Nieuwe ervaring
'Een geheel nieuwe ervaring voor mij, om patiënt te zijn,' herinnert ze zich de opnamedag. 'Je bent de controle over je leven kwijt, zo voelt het op het moment dat je het ziekenhuis binnenstapt. Je moet jezelf overgeven aan anderen. Bovendien hoorde ik er niet thuis voor mijn gevoel. Ik was niet ziek; behalve mijn voet was de rest van mijn lichaam gezond.'
De operatie verliep voorspoedig. Diezelfde avond mocht ze weer naar huis, op krukken. Binnen een week zat ze al op de hometrainer. Na drie weken was de operatiewond dicht en mocht ze het sporten oppakken. Nog niet lopen, daarvoor was het te vroeg, maar wel aquajoggen en fietsen. Het zo verlangde hardlopen volgde twee maanden later: 'Eindelijk mocht het weer, na negen maanden uit de running te zijn geweest. Ik was zo ontzettend blij. Voor de operatie was ik toch wel angstig geweest. Stel het gaat niet goed, dan moet je stoppen met lopen. Aan alle operaties zit een risico, en mij was van tevoren verteld dat de achillespees beschadigd kon raken.'
Naar het Sportmedisch Centrum
Van een beschadiging was geen sprake en met overgave stortte ze zich op het lopen. Maar het herstel stagneerde en verdere begeleiding bleef uit: 'Bij de chirurg was ik uitbehandeld en een beleid voor de revalidatie ontbrak. De wond bleef daardoor stug en stijf en mijn enkel te dik.'
Via via belandde ze bij sportarts Desiree Wierper van het Sportmedisch Centrum (SMC) Maartenskliniek. Zij adviseerde in overleg met de chirurg om ontstekingsremmers te slikken. Met fysiotherapeut Mike Kattebelt van het SMC ging ze aan de slag om haar coördinatie te verbeteren en de spierkracht te vergroten. Ze kreeg ook bindweefselmassage voor een betere doorbloeding van de enkel. Inmiddels zit ze al op zes looptrainingen per week, dus het gaat de goede kant op. Het Sportmedisch Centrum is een goede aanvulling op de klinische zorg, vindt Boonstra: 'Wat fijn is zijn de korte lijnen tussen de chirurgen, de sportarts en fysiotherapeuten. Er is veel overleg waardoor de kans op miscommunicatie tussen behandelaars klein is. Daarmee wek je vertrouwen bij sporters.'