Het krijgen van een heupprothese is voor mensen vaak al een spannende gebeurtenis. De ziekenhuisopname, de operatie en daarna het revalideren. In een heel enkel geval moet zelfs na korte of langere tijd de prothese weer vervangen worden door een infectie in de heup. Gelukkig komt dat maar weinig voor.

Per jaar worden in Nederland duizenden kunstheupen geplaatst. De Sint Maartenskliniek neemt er daarvan ongeveer 700-800 voor haar rekening, zo vertelt orthopedisch chirurg Jon Goosen. “De kunstheupen die nu in de Sint Maartenskliniek geplaatst worden, gaan gemiddeld 10 tot 15 jaar mee. Het kan zijn dat ze daarna vervangen moeten worden. Juist bij jongere mensen is dit vaak iets sneller, omdat die meestal een veel actiever leven leiden. Vervanging van de kunstheup komt in sommige gevallen ook eerder voor. Want net als een echte heup, doen sommige van deze heupen na een korte of langere tijd niet meer wat ze zouden moeten doen. Ze doen bijvoorbeeld pijn, of bewegen niet meer goed. Het kan zijn dat er dan voor wordt gekozen om de kunstheup te verwijderen en te vervangen, de zogeheten heuprevisie. Dit kan aan een aantal zaken liggen. De kunstheup is versleten, hij zit niet goed of zelfs los, of er zit een infectie in de heup.”

Afweerstoffen tasten het bot aan

Een ontsteking, of liever gezegd infectie, is één van de drie belangrijkste oorzaken waarom een prothese vervangen moet worden, vertelt infectioloog Denise Telgt. “Een kunstheup is lichaamsvreemd materiaal en daarom vatbaarder voor infecties. We doen er van alles aan om dat te voorkomen natuurlijk”, zegt ze. “Voor en tijdens de operatie zijn we uiterst behoedzaam om alles schoon te houden en te voorkomen dat er bacteriën naar binnen komen. Heel soms gebeurt het helaas toch dat er een laagje bacteriën op de kunstheup groeit. Dit laagje is niet bereikbaar voor het afweersysteem van je lichaam of antibiotica en deze bacteriën kunnen hier dus rustig leven. Hoewel het lichaam er niet bij kan, weet het wel dat er bacteriën zitten, en produceert het afweerstoffen. Deze afweerstoffen tasten niet de bacteriën, maar slechts het bot aan en dat zorgt voor pijn. Soms loopt zo’n ontsteking uit de hand en ontstaat er een heel ernstige infectie. En soms laat de prothese zelfs los.”

Twee soorten infecties

Er zijn grofweg twee soorten prothese-infecties, de vroege en late infectie, zo zegt Telgt. “Vroege infecties komen het meest voor. En deze zijn ook het makkelijkst te herkennen. Bij een vroege infectie blijft de wond lekken en is deze vaak heel erg rood. Soms krijg je zelfs koorts. Deze vroege infectie kunnen we meestal behandelen door de wond schoon te maken. We maken dan het gewricht en de prothese heel goed schoon en spoelen deze uitgebreid na. Vervolgens geven we een zo gericht mogelijke antibioticakuur. Op deze manier kan de heupprothese er vaak toch in blijven. Het is dus heel belangrijk om deze symptomen te melden en niet te lang aan te kijken.” Als een infectie drie maanden na de operatie optreedt, is er sprake van een zogenaamde late infectie. “Als een heup heel erg pijn blijft doen, kan dat een late infectie zijn. Een late infectie ontstaat bijna altijd vanuit een niet of niet goed behandelde vroege infectie. Om een late infectie te behandelen, moet de prothese eerst verwijderd worden. Hierna volgt weer een gerichte antibioticakuur. Pas als de infectie genezen is, kan er een nieuwe prothese worden geplaatst. Dit is een behoorlijk ingrijpende ingreep en die proberen we dan ook zo veel mogelijk te voorkomen.”

Fabeltje

Goosen licht toe hoe zwaar een heuprevisie kan zijn voor de patiënt. “Ik ben natuurlijk geen ervaringsdeskundige, althans niet van de patiëntzijde, maar het is wel goed om te weten dat een heuprevisie meestal een zwaardere operatie is dan de plaatsing van de eerste – primaire - heupprothese. Krijg je een primaire heupprothese, dan sta je meestal dezelfde dag alweer naast je bed. Bij een heuprevisie opereren we op een al eerder geopereerde plek en hebben we te maken met veel littekenweefsel. Ook moet eerst de oude heupprothese eruit en ook dat kan schade geven. Omdat je vaak meer bot bent verloren, is de prothese die we plaatsten ook nog groter. Al met al een ingewikkeldere operatie. Het is dan ook belangrijk dat de chirurg hier ervaren in is.” Het is overigens een fabeltje dat je slechts één keer een heupprothese kunt vervangen. “Dat ligt helemaal aan de situatie van de reden van revisie, de botkwaliteit en de spier- en huidkwaliteit ter plaatse.”

Prothese printen

Er zijn heel veel ontwikkelingen op het gebied van heupprotheses, vertelt Goosen. “Bijvoorbeeld het 3D printen van heupen. Op deze manier kunnen we een prothese precies op maat maken. In heel speciale gevallen laten we nu al een prothese 3D printen, als er bijvoorbeeld sprake is van een groot botdefect of een ernstig misvormd bekken. Maar dit is nog erg duur. In de toekomst hoop ik dat we hier in het ziekenhuis gewoon zelf een 3D-printer hebben staan. Vooral bij heuprevisies zou dat een enorme vooruitgang zijn.”