Dat de Sint Maartenskliniek in 2016 haar 80-jarig jubileum vierde, is weinig mensen ontgaan. Ook Maria van Oers was hiervan op de hoogte. Zij trad in 1940 in dienst van de Sint Maartenskliniek. Ze benaderde ons om haar herinnering te delen.

“Destijds leerde ik voor lerares Frans bij de zusters. Die vroegen of ik in de kliniek kon komen  werken. Dat deed ik, al wist ik niks van de verpleging. Vanaf de eerste dag stond ik alleen op de meisjeszaal. Een kind zei: ‘Als u me helpt, kan ik lopen.’ Ik deed mijn best, maar ze ging toch onderuit. Ik wilde graag helpen, maar wist vaak niet hoe…

Toen een jongen ’s nachts een thermometer had ingeslikt, adviseerde ik maar om veel water te drinken. Het ding kwam er gelukkig intact uit! Ik vergat ook eens een brancard vast te zetten bij het solarium, waar meisjes met tbc voor hun herstel moesten zonnen. Die reed toen een glazen deur aan gruzelementen. Niet alles ging dus goed, maar al doende leer je.

Toen de Duitsers de kliniek innamen, verhuisden we eerst naar Sint Michielsgestel, naar het  doofstommeninstituut en later naar een klooster in Oudenbosch. Na de bevrijding bracht het Engelse Rode Kruis de kinderen terug. Voor de meisjes begon ik een schooltje; voor de jongens een welpengroep. In 1948 kampeerden we in Zeeland. Daar heb ik leuke foto’s van. Ik werkte met plezier in de Maartenskliniek, maar toen ik mijn opleiding had afgerond, koos ik toch voor het onderwijs.

Vlak na mijn afscheid bezeerde ik een vinger en moest ik geopereerd worden. In de kliniek kreeg ik een eersteklas behandeling én een metalen staafje in mijn vinger als blijvende herinnering.”