Zondag 4 maart worden de Oscars weer uitgereikt. Heeft u de genomineerden al zien schitteren op het witte doek? Die kans is best groot, want de filmindustrie draait – ondanks het downloaden en diensten als Netflix – nog steeds enorm goed. Per jaar verdient deze industrie wereldwijd ruim $38 miljard dollar. Films hebben een flinke impact op de maatschappij. En wat doet dat met onze opvatting over personages met een beperking in houding en beweging in de film?

Er is regelmatig maatschappelijk discussie over de invloed van films op onze kinderen, denk aan het geweld in films en de invloed ervan op de ‘verharding’ van onze maatschappij. Binnen academische filmwetenschap is dit regelmatig ook onderwerp van discussie. De wetenschap is er nog niet definitief uit of en welke invloed populaire films hebben op de opvattingen van de kijkers. Het bedrijfsleven kent die discussie niet (meer), die zijn er over uit; films hebben wel degelijk invloed op de kijkers, getuige de talloze voorbeelden van betaalde ‘product placement’ in films. Maar als films invloed hebben op het kopen van een blikje cola of bier, wat doen films dan met onze opvattingen over personages met een handicap/beperking in houding en beweging?

Drie stereotypen

Als het gaat om personages met een beperking in houding en beweging in populaire films, zie je al snel drie stereotypen voorbijkomen:
Het slachtoffer is een personage dat in de film eigenlijk alleen het onderwerp van medelijden is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Maggie uit de film Million Dollar Baby.
De slachtoffer-held is het personage dat zijn tegenslag en beperking overwint en daarbij ook inspireert, dit kan zich op heel verschillende manieren uiten, denk aan het meer gevoelige Intouchables over de vriendschap tussen een man met een dwarslaesie en zijn verzorger. Of Paul Verhoeven’s gewelddadige RoboCop, waarbij de kapotgeschoten armen en benen van de hoofdpersoon worden vervangen door robot-protheses die hem letterlijk een superheld maken die wraak zoekt bij zijn aanvallers.
Het derde voorbeeld, de slechterik, heeft zijn handicap vooral als een soort accessoire om extra te laten zien dat dit personage een slechterik is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Darth Vader uit Star Wars, waarbij zijn robot-protheses hem helpen ‘slecht’ te worden toen hij zijn arm en benen kwijtraakte. Of de Duitse Gestapo-agent Herr Flick met zijn wandelstok in de comedyserie ‘Allo ‘Allo.

Ook in de media

Een analyse van berichten uit de media, en onze eigen ervaring met journalisten, leert dat ook deze industrie (onbewust) op zoek is naar deze stereotypen; vooral het slachtoffer en de slachtoffer-held. Neem als voorbeeld de gigantische media-aandacht eind 2015 voor ‘onze’ Ruben en zijn exoskelet, waarmee hij letterlijk kon opstaan uit zijn rolstoel. Daarnaast vind je regelmatig verhalen terug in de media, van ‘slachtoffers’ waarbij het verhaal alleen maar gaat over de problemen van een patiënt die (nog) niet goed kunnen worden verholpen, doordat bijvoorbeeld de medicijnen te duur zijn of dat de dokter fouten heeft gemaakt of dat de verzekeraar dwarsligt.

Gewone verhalen juist belangrijk

Het opvallende verschil met de verhalen die wij in de kliniek meemaken, is dat het heel vaak gaat om het gewone leven, zonder – voor de buitenwereld - heldhaftige avonturen. ‘Weer leren lopen na mijn dwarslaesie? Zal wel, eerst maar eens leren zelfstandig mijn toiletbehoefte te regelen!’, of ‘Ik wil weer graag een balletje trappen met mijn kinderen’ en ‘weer aan het werk gaan’. Dit zijn hele belangrijke verhalen voor veel van onze patiënten. Zij vinden zichzelf helemaal geen slachtoffer of hebben helemaal geen behoefte om aan een groot publiek te laten zien wat ze allemaal weer kunnen.

Krachtige symbolen

Het is heel goed te begrijpen waarom mensen, op straat, in de media en in de filmindustrie, op zoek zijn naar deze stereotypen van mensen met een beperking in houding en beweging. Het spreekt mensen aan (met weinig kennis over hoe het echt is), omdat dit makkelijke en krachtige symbolen zijn. En dit leidt tot meer kaartverkoop en meer krantenabonnementen. Maar als we één ding leren in de kliniek, is dat als we onze patiënten en verwijzers echt willen aanspreken, dan moeten we juist laten zien wat het betekent in je gewone dagelijks leven, om te maken te krijgen met een beperking. Voor je partner, je kinderen, naaste familie en vrienden word je toch wel de held als ze zien hoe hard je hebt gewerkt tijdens je behandeling om letterlijk weer een stap verder te komen. Ook al is dat ‘alleen maar’ om daarmee op zaterdag weer langs de lijn bij het voetbalveld van je kind te staan.