De dwarslaesie heeft gevolgen voor de manier waarop u allerlei activiteiten kunt doen. U heeft bijvoorbeeld moeite met dingen vast te pakken. Het kan ook zijn dat u niet meer kunt staan en lopen.

De plek en grootte van de beschadiging in uw ruggenmerg bepaalt hoeveel signalen er nog doorgegeven kunnen worden en hoeveel spieren u nog kunt gebruiken. Als de onderbreking in uw nek zit, kunt u over het algemeen een gedeelte van uw armen en uw benen niet bewegen. Als de onderbreking lager zit, kunt u uw benen niet bewegen.

Spieren die geen signalen vanuit uw hersenen krijgen, kunnen niet getraind worden. Wel is het belangrijk te zorgen dat uw spieren niet te kort worden. Hierdoor kunt u dan bijvoorbeeld niet meer goed zitten. Tijdens de revalidatie werken we aan het op lengte houden van uw spieren, trainen van spieren die wel sterk zijn en het trainen van activiteiten op een andere manier. Hierbij krijgt u met meerdere behandelaars te maken.