Na een beroerte kunnen er verschillende problemen met het praten optreden:

De uitspraak is minder duidelijk

Om klanken te vormen, maakt u bewegingen met uw mond en tong. Als u na de beroerte onduidelijk spreekt of bepaalde klanken niet goed uitspreekt, dan noemen we dit een ‘dysartrie’. Dit betekent dat één of meer spieren die betrokken zijn bij de uitspraak niet meer goed werken. Mensen kunnen u niet goed verstaan. Dit wordt vaak erger als u moe of geëmotioneerd bent.

U heeft moeite (bepaalde) klanken vlot uit te spreken

Het kan zijn dat de spieren om te praten wel werken, maar dat de hersenen ze niet goed aansturen. We spreken dan van een ‘verbale apraxie’. De spieren maken geen vlotte of soepele beweging tijdens het spreken. Bij de één is spreken daardoor helemaal niet mogelijk. Bij de ander is spreken wel mogelijk, maar kost het moeite om de juiste mondbeweging te maken. Een verbale apraxie gaat vaak samen met andere problemen in het handelen.

Uw stem is zacht, hees of valt (soms) weg

Door een beroerte kan uw stemband (deels) verlamd zijn. De stembanden sluiten daardoor niet volledig. Er komt lucht langs de stembanden, waardoor uw stem hees klinkt. Ook stress, verhoogde spierspanning en veranderde ademhaling hebben invloed op de stemkwaliteit. Door deze spanning kunnen uw stembanden overbelast raken en kan heesheid ontstaan.

U spreekt meer op één toon

Uw spraak klinkt eentonig, zonder dat dit uw bedoeling is. Dit noemen we ook wel monotone spraak. Er klinkt dan weinig emotie door. Voor de gesprekspartner klinkt de stem wat saai. Met oefeningen leert de logopedist u weer meer melodie in het spreken te krijgen.

U heeft moeite de goede woorden te vinden

Heeft u vaak moeite om het goede woord te vinden voor wat u wilt zeggen? We noemen dat ‘woordvindingsproblemen’. Deze zijn het gevolg van taalproblemen. Na een beroerte noemen we dit afasie. Bij ernstige woordvindingsproblemen gebruikt u niet of nauwelijks de juiste woorden. Lichte woordvindingsproblemen vallen voor een gesprekspartner/luisteraar nauwelijks op. U kunt hier zelf wel last van hebben.

U heeft moeite een logisch verhaal te vertellen

U heeft moeite met het vertellen van een samenhangend verhaal. U springt van de hak op de tak, weidt te veel en te vaak uit of komt niet (snel) tot de kern. De gesprekspartner kan uw verhaal niet meer goed volgen. Dit kan tot misverstanden leiden.