Veelgestelde vragen over orthopedische infecties en antibiotica
Heeft u een orthopedische infectie en gebruikt u antibiotica? Dan heeft u misschien vragen. Dat is heel normaal. Op deze pagina vindt u antwoorden op veelgestelde vragen over antibiotica bij een orthopedische infectie. Zo weet u beter wat u kunt verwachten en waar u op moet letten tijdens uw behandeling.
De vragen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën:
Algemene vragen over infecties, kweken en de infectienazorg
Vragen rondom bloedprikken
Algemene vragen over antibiotica
Vragen over goed en veilig geneesmiddelgebruik
Vragen over bijwerkingen van antibiotica
Vragen over antibiotica via het infuus
Vragen over geneesmiddelen op reis
Algemene vragen over infecties, kweken en de infectienazorg
Algemene hygiëne is belangrijk om een infectie te voorkomen. Tijdens de pre-operatieve screening wordt er gekeken of u aandoeningen heeft die de kans op infectie vergoten. Als dit zo is worden er met u afspraken gemaakt hoe u daarmee om moet gaan.
Het kan zijn dat er tijdens een operatie hapjes uit het operatiegebied worden afgenomen om op kweek te zetten. Met deze kweken wordt gekeken of er sprake is van een infectie. Bij een sluimerende infectie kan het tot twee weken duren voordat de bacteriën zichtbaar worden. Daarom kan een infectie pas na twee weken definitief uitgesloten worden.
Bij een sluimerende infectie kan het tot 2 weken duren voordat de bacteriën zichtbaar worden. Daarom kan een infectie pas na 2 weken definitief uitgesloten worden.
In een deel van de operaties worden er kweken afgenomen tijdens de operatie. Na maximaal 2 weken kan er definitief beoordeeld worden of er sprake is van een infectie. In sommige gevallen krijgt u in afwachting van de uitslag alvast antibiotica mee naar huis. U wordt alléén gebeld als er toch een infectie wordt aangetoond in die 2 weken. Heeft u niks gehoord? Dan kunt u na 2 weken (einde van de kuur) stoppen met de antibiotica.
U kunt ons bellen via 024 327 2670.
Krijgt u ons niet te pakken? Spreek dan de voicemail in. We bellen u zo snel mogelijk terug.Belt u buiten kantoortijden? Dan wordt u automatisch doorgeschakeld naar de spoedpoli.
Heeft u geen dringende vraag? Dan kunt u ook mailen naar [email protected].
We proberen uw vraag de volgende werkdag te beantwoorden.U meldt zich aan bij de balie bij de polikliniek orthopedie op polipoliplein B, route 045 en dan balie 1.
De arts en apotheek controleren altijd of het geneesmiddel dat u gaat gebruiken samen kan met de medicijnen die u al gebruikt. U kunt in de apotheek vragen om uitleg.
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat probiotica een gunstig effect hebben op bijwerkingen door antibiotica gebruik. Daarom adviseren wij dit niet standaard. In sommige gevallen kan het klachten juist verergeren. Als u overweegt om probiotica te nemen, overleg dit dan eerst met de infectienazorg verpleegkundige.
U kunt het beste contact opnemen met de infectienazorg verpleegkundige. We kijken dan samen of u de tabletten alsnog moet innemen, of dat u de volgende gift neemt. Het is niet nodig om een dubbele dosis te nemen.
Als u bijwerkingen heeft die hinderlijk zijn dan moet u contact opnemen met de infectienazorg verpleegkundige. Wij raden u af om zonder overleg te stoppen met de antibiotica. De infectie kan dan weer terugkomen. Bij bijwerkingen overleggen we of de antibiotica gewisseld kan worden.
Er is geen bloedtest om te controleren of de infectie weg is na afronden van de antibioticakuur. Om te controleren of de infectie weg is zouden we een nieuwe operatie moeten doen met opnieuw afname van hapje voor kweek. Dit doen we niet standaard, omdat een nieuwe operaties ook weer veel risico’s heeft. Als er achteruitgang is of nieuwe tekenen van ontsteking dan neemt u contact op met uw eigen orthopeed.
Vragen over bloedprikken
U krijgt formulieren mee om bloed te laten prikken. Met deze formulieren kunt u terecht bij elke prikpost in Nederland.
Op het formulier staat alle informatie die de prikpost nodig heeft. De uitslag wordt naar de Sint Maartenskliniek gestuurd.
Laat u bloed prikken in de Sint Maartenskliniek? Dan komt de uitslag automatisch in uw dossier.
De uitslagen van het bloedprikken worden automatisch naar de Sint Maartenskliniek gestuurd.
Zodra de uitslagen bekend zijn, bellen we u. Dit doen we ook als alles goed is.
Zijn er afwijkingen? Dan maken we extra afspraken voor controle.
Is alles in orde? Dan volgt u het normale schema voor bloedprikken.U krijgt in dezelfde week dat u bloed laat prikken ook de uitslag te horen. Wanneer u bloed laat prikken vooraf aan een spreekuur afspraak bij de infectienazorg, dan krijgt u de uitslagen tijdens het bezoek aan de arts te horen.
Nee, het is niet verstandig om te stoppen als de bloeduitslagen goed zijn. U moet de kuur afmaken. Er kunnen nog bacteriën achterblijven als u eerder stopt met de antibiotica.
Algemene vragen over antibiotica
Antibiotica werken tegen ontstekingen die zijn veroorzaakt door een bacterie. Antibiotica kunnen bacteriën dood maken of de groei van bacteriën remmen. Er zijn verschillende soorten antibiotica, deze helpen tegen verschillende soorten bacteriën. Het is belangrijk om een kuur van antibiotica helemaal af te maken, ook als u na verloop van tijd geen klachten van de infectie meer heeft. Het kan namelijk zijn dat er nog bacteriën over zijn. Als deze niet behandeld worden, kan de infectie terugkomen. Antibiotica helpen niet tegen ontstekingen die worden veroorzaakt door een virus, zoals griep en verkoudheid.
Klik hier en ga naar Behandeling met antibiotica. U vindt daar een overzicht van de meest voorgeschreven antibiotica in de Sint Maartenskliniek. Klik op uw antibioticum om naar diverse betrouwbare bronnen met informatie te gaan.
Er is geen bloedtest om te controleren of de infectie weg is na afronden van de antibioticakuur. Om te controleren of de infectie weg is zouden we een nieuwe operatie moeten doen met opnieuw afname van hapje voor kweek. Dit doen we niet standaard, omdat een nieuwe operaties ook weer veel risico’s heeft. Als er achteruitgang is of nieuwe tekenen van ontsteking dan neemt u contact op met uw eigen orthopeed.
Als u bijwerkingen heeft die hinderlijk zijn dan moet u contact opnemen met de infectienazorg verpleegkundige. Wij raden u af om zonder overleg te stoppen met de antibiotica. De infectie kan dan weer terugkomen. Bij bijwerkingen overleggen we of de antibiotica gewisseld kan worden.
U kunt het beste contact opnemen met de infectienazorg verpleegkundige. We kijken dan samen of u de tabletten alsnog moet innemen, of dat u de volgende gift neemt. Het is niet nodig om een dubbele dosis te nemen.
De arts en apotheek controleren altijd of het geneesmiddel dat u gaat gebruiken samen kan met de medicijnen die u al gebruikt. U kunt in de apotheek vragen om uitleg.
U kunt de informatie over de vergoeding van uw geneesmiddelen vinden op www.medicijnkosten.nl. Als uw geneesmiddel wordt vergoed, zal de apotheek dit doorgaans rechtsreeks declareren bij uw zorgverzekeraar. De kosten van vergoede geneesmiddelen vallen onder het eigen risico
Gebruikt u metronidazol? Dan mag u helemaal geen alcohol drinken. Wanneer u dat wel zou doen, kunt u heel ziek worden. Wanneer u een ander antibioticum gebruikt, wil dat meestal niet zeggen dat u totaal geen alcohol mag drinken. Maar extra voorzichtigheid is wel belangrijk..
Alcohol kan de kans dat u maag- of leverbijwerkingen krijgt van een geneesmiddel vergroten. Als u een geneesmiddel gebruikt dat maag- of leverbijwerkingen geeft (zoals ontstekingsremmende pijnstillers), wees dan extra voorzichtig met alcohol. Daarnaast kan alcohol ook de omzetting van geneesmiddelen in het lichaam beïnvloeden. Soms versnelt alcohol de afbraak (waardoor het geneesmiddel minder goed werkt), maar alcohol kan bij andere geneesmiddelen de afbraak juist net remmen (hierdoor neemt het effect, maar vaak ook de bijwerkingen, toe). Als dit het geval is, zal de apotheker u hierover informeren.
Het op de juiste manier bewaren van uw geneesmiddelen is belangrijk: het zorgt ervoor dat geneesmiddelen hun werkzaamheid behouden. De bewaaradviezen zijn per geneesmiddel verschillend: bijvoorbeeld in of buiten de koelkast en niet boven of onder een bepaalde temperatuur. Vaak moeten geneesmiddelen op een donkere en droge plek bewaard worden. De badkamer is nooit een geschikte plaats om geneesmiddelen te bewaren. Ook hebben geneesmiddelen een uiterste houdbaarheidsdatum.
In de bijsluiter van uw geneesmiddel kunt u lezen hoe u uw geneesmiddel moet bewaren. Op de verpakking staat de uiterste gebruiksdatum. Bewaar daarom uw geneesmiddelen met de bijsluiter in de originele verpakking. Dan kunt u altijd teruglezen of u ze goed bewaart en tot wanneer u ze nog kunt gebruiken.
Bekijk ook ons filmpje over het bewaren van geneesmiddelen
U krijgt niet alle tabletten in 1 keer mee. Meestal krijgt u eerst tabletten voor 2 tot 4 weken met daarbij een herhaalrecept voor de resterende periode. Met het herhaalrecept krijgt u de resterende tabletten soms in 1 keer, maar het kan ook zijn dat u opnieuw een deel krijgt met een herhaalrecept. Dit kan per geneesmiddel en apotheek verschillen. Als uw tabletten bijna op zijn kunt u met het herhaalrecept nieuwe tabletten halen bij de apotheek. Als uw apotheek een nieuw recept nodig heeft, dan kunt u contact opnemen met de infectienazorg verpleegkundige. U kunt bellen naar: 024 365 2670.
Als er meerdere merken beschikbaar zijn van hetzelfde geneesmiddel met dezelfde werkzame stof, dan mag de zorgverzekeraar bepalen welke variant vergoed wordt. Dit heet het voorkeursbeleid of preferentiebeleid. Door het preferentiebeleid kan het gebeuren dat u regelmatig medicijnen van andere fabrikanten krijgt.
Geneesmiddelen van alle fabrikanten worden op dezelfde manier gecontroleerd. Dat betekent dat ze moeten voldoen aan dezelfde strenge eisen uit de geneesmiddelenwetgeving. Fabrikanten moeten aantonen dat het geneesmiddel van goede kwaliteit is en dezelfde hoeveelheid aan werkzame stof in het lichaam brengt als het originele merk van dat geneesmiddel. De verschillende merken van hetzelfde geneesmiddel werken dus allemaal hetzelfde, maar kunnen wel verschillen in vorm, kleur en vulmiddelen.
Bekijk ook ons filmpje over merk geneesmiddelen en merkloze geneesmiddelen.
In een tablet of capsule zit doorgaans maar een ‘snufje’ geneesmiddel. Vandaar dat in de meeste tabletten en capsules vulstoffen zitten om het middel handzamer te maken. Als vulmiddel wordt meestal gekozen voor lactose of cellulose. Patiënten met lactose-intolerantie zijn vaak bang om door deze geneesmiddelen maagdarmproblemen te krijgen. Vaak krijgen we dan ook het verzoek voor een lijst met lactosevrije geneesmiddelen, of de vraag of ‘geneesmiddel X’ lactose bevat. Het blijkt echter zo te zijn dat patiënten die lactose-intolerant zijn, geneesmiddelen met lactose wél verdragen. Problemen treden pas op bij een hoeveelheid lactose hoger dan zes gram. In geneesmiddelen is de hoeveelheid lactose zo gering dat deze hoeveelheid lang niet wordt gehaald. Patiënten die lactose-intolerant zijn, kunnen dus zonder problemen lactose-bevattende geneesmiddelen gebruiken.
Alleen bij patiënten met galactosemie (een aangeboren, erfelijke lactose-intolerantie) kunnen deze zeer kleine hoeveelheden lactose wel problemen veroorzaken. Dan bestaat er een reden om lactosevrije geneesmiddelen te gebruiken.
In sommige geneesmiddelen wordt tarwezetmeel gebruikt als vulstof. Die middelen kunnen klachten veroorzaken bij mensen met coeliakie. Maar omdat er meestal in een tablet minder dan 20 mg/kilogram gluten zit, mag een tablet officieel glutenvrij worden genoemd, en dus veilig worden geacht. Toch zijn er mensen met coeliakie die aangeven dat ze last hebben van geneesmiddelen. Dat komt waarschijnlijk vooral voor bij mensen die meerdere geneesmiddelen per dag gebruiken, waardoor alle kleine beetjes gluten zich opstapelen en mensen toch klachten ervaren.
Na een maagverkleining worden de maag en de darmen kleiner. Hierdoor kunnen geneesmiddelen (maar ook vitamines en mineralen) soms minder goed worden opgenomen in het bloed. Dit kan er toe leiden dat een geneesmiddel minder goed werkt. Andersom zijn er ook geneesmiddelen die mogelijk beter werken, mede omdat het lichaam van iemand die een maagverkleining heeft gehad, verandert. Dit is niet altijd goed te voorspellen. Het is daarom belangrijk dat uw arts en apotheker weten dat u een maagoperatie heeft ondergaan. Hierdoor kunnen er soms al vooraf maatregelen genomen worden, door bijvoorbeeld het type of de dosering van het geneesmiddel aan te passen.
Ook moet er gekeken worden naar het soort tabletten dat u slikt: zijn ze niet te groot, hebben ze een vertraagde werking of hebben ze een maag-beschermend randje. Al deze dingen kunnen van invloed zijn op de werking van het geneesmiddel
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat probiotica een gunstig effect hebben op bijwerkingen door antibiotica gebruik. Daarom adviseren wij dit niet standaard. In sommige gevallen kan het klachten juist verergeren. Als u overweegt om probiotica te nemen, overleg dit dan eerst met de infectienazorg verpleegkundige.
Vragen over goed en veilig geneesmiddelgebruik
Om de kans op een infectie te verkleinen, is ons advies om bij sommige operaties in de dagen voorafgaand aan de operatie een speciale neuszalf en een zeepoplossing te gebruiken. Als dit bij uw operatie nodig is, wordt u hierover geïnformeerd bij de pre-operatieve screening. U krijgt de producten dan ook mee naar huis.
Hoe u de neuszalf en zeepoplossing het beste kunt gebruiken, vindt u op onze hier.
Neem uw antibiotica op een vast moment op de dag. Moet u uw antibiotica meerdere malen op een dag gebruiken? Verdeel de giften dan zo goed mogelijk over de dag. Bijvoorbeeld om 7 en 19 uur als u uw antibiotica 2 keer per dag neemt en om 7 – 15 – 22 uur als u uw antibiotica 3 keer per dag neemt.
Voor alle tabletten en capsules geldt dat u deze het beste in zijn geheel kunt innemen met een glas water, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. U kunt het slikken gemakkelijker maken door eerst een slok te nemen en deze door te slikken, daarna de tablet of capsule in de mond te doen en nog een slok te nemen, maar deze nog niet door te slikken. Kantel het hoofd iets naar voren en slik het water met het geneesmiddel dan door. Drink daarna het glas water leeg.
Voor sommige antibiotica geldt nog een aanvullend advies. Deze vindt u hieronder en staan meestal ook op het etiket dat de apotheek op het geneesmiddel heeft geplakt:
Ciprofloxacine:
Calcium kan de opname van ciprofloxacine verminderen als u ciprofloxacine niet bij het eten inneemt. Hierover kunt u meer lezen op: https://www.apotheek.nl/medicijnen/ciprofloxacine#kan-ik-met-dit-medicijn-autorijden-alcohol-drinken-en-alles-eten-of-drinken
Clindamycine:
Zittend of staand innemen met veel water om irritatie aan de slokdarm te voorkomen.
Flucloxacilline:
Neem flucloxacilline minstens 1 uur vóór of 2 uur na de maaltijd in met een groot glas water (250ml). Ga in het half uur na inname niet liggen om irritatie aan de slokdarm te voorkomen.
Veel mensen denken dat zij het hoofd iets naar achteren gebogen moeten houden als zij een tablet of capsule doorslikken. Dit maakt het inslikken echter lastiger. Heeft u moeite met het slikken van geneesmiddelen, probeer dan het volgende. Neem eerst een slok water en slik deze door, doe de tablet of capsule in de mond en neem nog een slok water, maar slik deze nog niet door. Kantel het hoofd iets naar voren en slik het water met het geneesmiddel dan door.
Bekijk ook ons filmpje over het toedienen van geneesmiddelen.
Veel mensen gebruiken voor verschillende aandoeningen meerdere geneesmiddelen. Al die geneesmiddelen kunnen elkaar beïnvloeden. Zo kan het ene geneesmiddel ervoor zorgen dat het andere geneesmiddel minder goed werkt of juist net sterker werkt dan anders, waardoor de kans op bijwerkingen toeneemt.
De arts en apotheek controleren bij het voorschrijven en verwerken van het recept van de antibiotica of dit samen kan met de medicijnen die u al gebruikt. Soms leidt dit ertoe dat er wordt gekozen voor voor een ander geneesmiddel. Het kan ook zijn dat u wordt geïnformeerd om extra alert te zijn op bepaalde bijwerkingen of dat wordt geadviseerd een geneesmiddel op andere tijdstippen in te nemen om wisselwerking te voorkomen. Vanwege deze controle is het belangrijk dat uw arts en apotheker op de hoogte zijn van zowel de geneesmiddelen die u op recept van de arts gebruikt als de vrij verkrijgbare geneesmiddelen die u gebruikt. Wij zullen u daar daarom naar vragen.
U kunt apotheken toestemming geven om informatie over uw geneesmiddelgebruik elektronisch te delen met andere zorgverleners. U kunt meer informatie lezen en toestemming geven aan een apotheek via https://www.volgjezorg.nl/toestemming. Heeft u de Maartensapotheek nog geen toestemming gegeven? Dan kunt u via deze website aan de Maartensapotheek laten weten dat u wel toestemming wilt geven.
Ook als u geen klachten meer heeft, kan het zijn dat er nog bacteriën in uw lichaam aanwezig zijn. Als u eerder stopt met de kuur, kan het zijn dan deze achtergebleven bacteriën opnieuw uitgroeien tot een infectie.
Geneesmiddelen werken beter als het u lukt de geneesmiddelen te gebruiken zoals u met de arts heeft afgesproken. Toch vergeten de meeste mensen wel eens hun geneesmiddelen. Tips om uw geneesmiddelen te gebruiken zoals u hebt afgesproken met uw dokter:
Zet uw geneesmiddelen op een vaste plek, zodat u eraan herinnerd wordt dat u ze moet innemen, bijvoorbeeld op het aanrecht (buiten bereik van kinderen).
U kunt gebruikmaken van een medicijn-app op uw smartphone om u eraan te herinneren dat u uw medicijn moet innemen of injecteren. Elke app werkt weer een beetje anders, bijvoorbeeld door een signaal te sturen of een herinnerings-SMS-je. Kijk voor meer informatie op deze website.
Gebruik praktische hulpmiddelen zoals een medicijndoosje met vakjes voor elke dag, een medicijn-agenda of een medicijnrol.
Zorg dat u uw geneesmiddelen in uw tas heeft. Als u niet thuis bent kunt u toch uw geneesmiddelen innemen.
Vraag uw dokter, apotheek of verpleegkundige van de Sint Maartenskliniek om met u mee te denken.
Als u een dosering gemist heeft, is het afhankelijk van het geneesmiddel dat u gebruikt wat u het beste kan doen. Op de website www.apotheek.nl staat per geneesmiddel beschreven wat u moet doen als u een dosering heeft gemist. Voer in de zoekbalk op die website de naam van het geneesmiddel in waarvan u een dosering heeft gemist. Kijk vervolgens onder het kopje: "Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten?"
Neem contact op met de infectienazorg U kunt bellen naar: 024 327 2670 of naar de apotheek via 024 365 9677 als u twijfelt wat u het beste kunt doen of als u meerdere dagen uw doseringen heeft gemist.
Het is gebleken dat 60-80% van de mensen de inname van hun geneesmiddelgebruik tijdens de Ramadan veranderen. Mensen slaan dan doseringen over of nemen geneesmiddelen tegelijk in die niet tegelijk ingenomen mogen worden in verband met wisselwerkingen. Hierdoor kan het effect van het geneesmiddel afnemen of kunnen er bijwerkingen ontstaan.
Het is niet helemaal duidelijk of tijdens de Ramadan tussen zonsopkomst en zonsondergang geneesmiddelen mogen worden gebruikt. Sommige Islamitische stromingen beschouwen alle substanties die het lichaam binnenkomen, met uitzondering van zuurstof, als een doorbreking van het vasten. In dat geval zou geen enkel geneesmiddel, ongeacht de toedieningsvorm, overdag tijdens de Ramadan mogen worden gebruikt. Andere stromingen van de Islam erkennen dat geneesmiddelengebruik duidt op ziekte en merken gebruikers dan ook als patiënten aan, die op grond van de vrijstellingsregeling overdag geneesmiddelen zouden mogen gebruiken. Doorgaans heeft men geneesmiddelen die worden geïnjecteerd of op de huid worden aangebracht liever dan tabletten of zetpillen, omdat deze laatste twee worden toegediend via het spijsverteringkanaal en meer lijken op voedselinname. Soms kiezen mensen ervoor om het vasten later in te halen, of op een andere manier aan de religieuze plichten te voldoen.
Welke mogelijkheid het beste is, hangt af van verschillende factoren. Heeft u vragen over uw geneesmiddelgebruik tijdens de Ramadan? Neem dan contact op met de apotheek via 024 365 9677 of infectienazorg via 024 327 2670, wij denken graag met u mee.
Vragen over bijwerkingen van antibiotica
Antibiotica kunnen verschillende bijwerkingen hebben. In het begin van de behandeling kunt u last krijgen van uw maag of buik. In de meeste gevallen nemen deze klachten in de loop van de eerste week af. Soms helpt het om de antibiotica in te nemen nadat u iets gegeten heeft.
Bij diarree verliest u veel vocht. Om uitdroging te voorkomen, is veel drinken noodzakelijk. Bijvoorbeeld water, thee, heldere soep of bouillon. Volwassenen moeten per dag minstens 1,5 liter drinken. Drinkt u niet te veel achter elkaar, maar één kopje vocht per keer (dit is 100-150 milliliter).
Heeft u 3 dagen of langer last van diarree? Neem dan direct contact op met de infectienazorg (ook ’s avonds en in het weekend) via telefoonnummer 024 327 2670. Antibiotica kunnen diarree als bijwerking hebben en als u aanhoudende diarree heeft, worden geneesmiddelen niet voldoende uit de darmen opgenomen in het bloed.
Heeft u meer dan een uur na inname gebraakt? Dan kunt u ervan uitgaan dat de medicijnen voldoende door het lichaam zijn opgenomen. Heeft u korter dan 60 minuten na inname gebraakt, vraag dan de apotheker van de Maartensapotheek om advies.
Heeft u 3 dagen of langer last van braken? Neem dan direct contact op met de nazorgpoli (ook ’s avonds en in het weekend) door te bellen naar: 024 327 2670.
Antibiotica kunnen pijn en irritatie aan de slokdarm veroorzaken. Om dit te voorkomen neemt u deze middelen het beste staand of zittend in met een groot glas water. Het helpt soms ook om minimaal 30 minuten na inname niet te gaan liggen. Helpt dit onvoldoende om de klachten te voorkomen, neemt u dan contact op met de infectienazorg verpleegkundige door te bellen naar: 024 327 2670.
Wilt u meer informatie over uw geneesmiddel? Ga naar onze webpagina over infectie en klik onderaan de pagina op Informatie over antibiotica. U vindt daar een overzicht van de meest voorgeschreven antibiotica in de Sint Maartenskliniek. Klik op uw antibioticum om naar diverse betrouwbare bronnen met informatie te gaan.
Naast de gewenste effecten kunnen geneesmiddelen helaas ook bijwerkingen hebben. Deze bijwerkingen verschillen per geneesmiddel en treden in wisselende mate op. Meer informatie over bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt, vindt u op onze webpagina over infectie. Klik onderaan de pagina op Informatie over antibiotica. U vindt daar een overzicht van de meest voorgeschreven antibiotica in de Sint Maartenskliniek. Klik op uw antibioticum om naar diverse betrouwbare bronnen met informatie te gaan.
Ervaart u veel hinder van uw bijwerkingen? Neem dan contact op met de Maartensapotheek voor advies op maat. Wij raden u sterk af om zonder overleg te stoppen met de antibiotica. De infectie kan dan weer terugkomen.
Neemt u bij onderstaande klachten direct contact op (ook ’s avonds en in het weekend) met de Antibioticapoli door te bellen naar (024) 327 26 70:
Diarree en braken, langer dan 3 dagen
Huiduitslag
Jeuk
Geel oogwit
Koorts
Nieuwe pijn, roodheid, lekkage of pus in het geopereerde gebied
Als u een infuus heeft: roodheid of pus bij de (insteek van de) PICC-lijn
Bij twijfel of zorgen
Bekijk ook ons filmpje over bijwerkingen.
Als u bijwerkingen heeft die hinderlijk zijn, neemt u dan contact op met de infectienazorg verpleegkundige door te bellen naar: 024 327 2670. Wij zoeken dan samen naar een oplossing, soms hebben we tips om bijwerkingen te verminderen of schrijft de arts een alternatieve dosering of geneesmiddel voor. Wij raden u sterk af om zonder overleg te stoppen met de antibiotica. De infectie kan dan weer terugkomen.
