Naar hoofdinhoud
Logo Sint Maartenskliniek: Sint Maarten op zijn paard die een deel van zijn mantel geeft aan bedelaar
mijnmaartenskliniek

Inlogproblemen met de DigiD app?

Sommige mensen kunnen op dit moment niet inloggen met de DigiD app op hun Android-telefoon. Daardoor kunnen zij ook niet inloggen in ons patiëntportaal. Bekijk de oplossing op deze pagina.

www.digid.nl

Wat gebeurt er met mijn spieren na meerdere schouderoperaties?

Heeft u meerdere operaties aan dezelfde schouder gehad? Dan heeft niet alleen het bot of de schouderprothese veel meegemaakt. Ook de spieren, pezen en andere weefsels rond de schouder kunnen door eerdere operaties zijn veranderd.

Schouderoperaties kunnen invloed hebben op uw kracht en beweging. Soms blijft er ook pijn bestaan. Wat er nog kan herstellen, verschilt sterk per persoon. In dit artikel leggen de orthopedisch specialisten van de Sint Maartenskliniek uit wat er gebeurt met uw spieren, pezen en andere weefsels rond de schouder.   

Wat is een schouderprothese of schouderrevisie?

Een schouderprothese vervangt delen van het beschadigde schoudergewricht. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ernstige slijtage (artrose), een complexe breuk of andere aandoeningen van de schouder.

Soms ontstaat na verloop van tijd een probleem met een bestaande schouderprothese. Dan kan een schouderrevisie nodig zijn. Hierbij wordt een eerdere schouderprothese vervangen of aangepast.

Beide operaties zijn bedoeld om pijn te verminderen en de functie te verbeteren. Het herstel verloopt na een schouderrevisie vaak iets langzamer en vraagt soms meer begeleiding.

Wat gebeurt er met spieren na meerdere operaties?

Bij iedere schouderoperatie moet de chirurg door verschillende lagen weefsel heen om bij het gewricht te komen. Daarbij worden spieren en pezen zo veel mogelijk beschermd. Toch kan een operatie gevolgen hebben voor het weefsel rond de schouder. 

Na meerdere operaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van: 

  • littekenweefsel; 

  • verzwakte spieren; 

  • spieren die dunner zijn geworden; 

  • beschadigde of niet goed werkende pezen; 

  • verklevingen rond spieren en pezen; 

  • een veranderde spanning van de spieren; 

  • beschadiging of verminderde werking van een zenuw. 

Dit betekent niet dat al deze problemen bij iedere patiënt ontstaan. Ook hoeft een spier die verzwakt is niet per definitie blijvend beschadigd te zijn.

De spieren moeten na een operatie opnieuw samenwerken

De schouder is afhankelijk van een ingewikkeld samenspel van spieren. 

Als de anatomie van de schouder door een operatie of prothese verandert, verandert ook de manier waarop die spieren moeten werken. Na meerdere operaties kan dit samenspel verder verstoord raken. 

Een spier kan bijvoorbeeld nog aanwezig zijn, maar toch minder kracht leveren. Pijn, langdurig niet gebruiken van de arm en littekenweefsel kunnen daar allemaal een rol bij spelen. 

Hierdoor kan het moeilijker worden om de arm op te tillen, iets vast te houden of een beweging gecontroleerd uit te voeren.

De deltaspier is extra belangrijk bij een omgekeerde schouderprothese

Bij een omgekeerde schouderprothese werkt de schouder anders dan bij een natuurlijke schouder. 

De deltaspier, de grote spier aan de buitenkant van uw schouder, krijgt daarbij een belangrijke taak. Deze spier helpt voor een groot deel om de arm omhoog te brengen. 

Daarom kan een verzwakte of beschadigde deltaspier veel gevolgen hebben voor de functie van een omgekeerde schouderprothese. Ook de zenuw die deze spier aanstuurt is belangrijk. Problemen met de deltaspier of deze zenuw kunnen het herstel en de beweeglijkheid van de schouder beperken. 

Ook de pezen rond de schouder kunnen beschadigd zijn

Rond de schouder liggen verschillende belangrijke spieren en pezen. Een aantal daarvan vormen samen de rotator cuff. 

Deze spieren en pezen helpen bij het sturen en stabiliseren van de schouder. 

Na eerdere operaties kunnen pezen verzwakt of beschadigd zijn. Soms is een pees eerder gehecht en later opnieuw gescheurd. Ook meerdere eerdere operaties kunnen bijdragen aan onvoldoende functioneren van de rotator cuff. 

Bij een omgekeerde schouderprothese is de werking van de rotator cuff minder belangrijk voor het omhoogbrengen van de arm dan bij een gewone schouder. Toch kunnen de resterende spieren en pezen nog steeds belangrijk zijn voor bijvoorbeeld draaien en stabiliteit. 

Welke klachten kunt u merken?

Problemen met spieren, pezen of zenuwen kunnen verschillende klachten geven. 

U kunt bijvoorbeeld merken dat: 

  • uw arm minder kracht heeft; 

  • u uw arm niet of nauwelijks omhoog krijgt; 

  • u de arm wel met hulp kunt optillen, maar niet zelf; 

  • uw arm snel vermoeid raakt; 

  • bepaalde draaibewegingen moeilijk zijn; 

  • de schouder stijf aanvoelt; 

  • u pijn heeft bij bewegen; 

  • de schouder minder stabiel voelt. 

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Bij een schouderprothese kunnen bijvoorbeeld de positie van de prothese, het bot en de bevestiging van de prothese een rol spelen. 

Daarom is alleen naar de spieren kijken meestal niet voldoende. 

Kunnen spieren na meerdere operaties nog herstellen?

Dat hangt af van de oorzaak. 

Een spier die vooral verzwakt is doordat u de arm lange tijd weinig heeft gebruikt, kan soms weer sterker worden door gerichte training. 

Bij een beschadigde pees, veel littekenweefsel of een probleem met een zenuw kan herstel moeilijker zijn. Ook als een spier sterk is geslonken, kan niet altijd de oorspronkelijke kracht worden teruggekregen. 

Het is daarom belangrijk om eerst vast te stellen waarom een spier niet goed functioneert. 

Meer trainen is niet automatisch beter

Bij een zwakke schouder is het verleidelijk om vooral veel te oefenen. Maar na meerdere operaties en bij een complexe schouderprothese is dat niet altijd verstandig. 

Gerichte fysiotherapie kan helpen om spieren sterker te maken en de beschikbare functie zo goed mogelijk te gebruiken. Maar de oefeningen moeten passen bij de toestand van de prothese, het bot, de pezen en spieren. 

Is de prothese bijvoorbeeld verschoven of zijn onderdelen losgeraakt? Dan moet eerst duidelijk zijn hoeveel belasting veilig is. 

Begin daarom niet zelfstandig met zware krachttraining zonder overleg met uw behandelaar.

Hoe onderzoekt een specialist de spieren?

Een orthopedisch chirurg kijkt eerst naar uw hele schouder. Niet alleen naar de prothese. 

Tijdens lichamelijk onderzoek kan de arts bijvoorbeeld beoordelen: 

  • welke bewegingen u zelf kunt maken; 

  • hoeveel kracht u heeft; 

  • welke spieren nog goed aanspannen; 

  • of bepaalde spieren dunner zijn geworden; 

  • of de schouder stabiel is; 

  • welke bewegingen pijn veroorzaken. 

Daarnaast kunnen röntgenfoto's of een CT-scan nodig zijn om de prothese en het bot te onderzoeken. 

Wanneer er twijfel bestaat over de werking van een zenuw, kan soms aanvullend zenuwonderzoek nodig zijn. Welk onderzoek zinvol is, verschilt per situatie. 

Twijfelt u? Laat uw schouder beoordelen 

De Sint Maartenskliniek is gespecialiseerd in complexe orthopedische problemen en revisiechirurgie. 

Bij een schouder die meerdere keren is geopereerd, kijken onze specialisten daarom niet alleen naar de prothese. Ook de toestand van het bot, de spieren, pezen en andere weefsels is belangrijk. 

We bespreken wat nog mogelijk is, maar ook wat de beperkingen zijn. Vervolgens kijken we samen welke behandeling het beste aansluit bij uw situatie en bij wat u met uw arm wilt kunnen doen. 

Een nieuwe operatie is daarbij niet automatisch de beste oplossing. Het doel is om een weloverwogen keuze te maken en zoveel mogelijk functie en kwaliteit van leven te behouden of terug te krijgen. 

Dit artikel is bedoeld voor mensen die een anatomische  schouderprothese, een omgekeerde schouderprothese of een schouderrevisie hebben gehad. De informatie is gemaakt door orthopedisch specialisten van de Sint Maartenskliniek, expertisecentrum voor orthopedie. 

Feiten en cijfers