Logo Sint Maartenskliniek: Sint Maarten op zijn paard die een deel van zijn mantel geeft aan bedelaar
mijnmaartenskliniek
Versleten heup

Fysiotherapie na de operatie totale heupprothese

Enkele uren na de operatie start u al met fysiotherapie. De fysiotherapeut neemt de leefregels met u door en u begint met een aantal oefeningen op bed. Ook mag u al op de bedrand zitten en een stukje lopen met een loophulpmiddel. Hieronder vindt u meer informatie hierover.

Leefregels na de operatie

  • U mag slapen in iedere gewenste houding. (evt. kussen tussen de benen voor comfort).

  • Vermijd een combinatie van maximale heupbuiging, het kruisen van de benen en het naar binnen draaien van het been. Hoe u bij uw voeten moet komen om deze (b.v.) te wassen of sokken en schoenen aan te doen oefent u eerst met de fysiotherapeut.

  • Als u merkt dat de heup een bepaalde beweging nog niet toelaat, zet dan niet door zodat u niets forceert.

  • U mag niet met de benen over elkaar zitten.

  • Afbouwen van uw loophulpmiddel mag op basis van de kwaliteit het lopen.

  • Auto rijden en fietsen mag weer als de loophulpmiddelen niet meer nodig zijn.

  • Bukken mag door het geopereerde been naar achteren te steken.

Voor meer informatie en tips kunt u eventueel kijken bij de uitgebreide behandelinformatie. 

Oefeningen voor op bed na de operatie

De volgende oefeningen zijn bedoeld om de doorbloeding in uw been te stimuleren en om het bewegingsgevoel in uw been weer terug te krijgen. Oefening 1 kunt u 2 keer per uur 15 keer herhalen. De andere oefeningen kunt u ongeveer ieder uur 10 keer herhalen.

Korte uitleg rondom het (trap)lopen met krukken

Bij traplopen loopt u aan de kant waar een stevige trapleuning zit en waar de treden het breedst zijn.
Zorg ervoor dat u de kruk steeds in het midden van de trede zet. Bekijk ook onderstaande filmpjes voor een goed beeld van het (trap)lopen met krukken. 

Trap op:

  1. Ga dicht bij de trapleuning staan.

  2. Houd met één hand de trapleuning vast en neem beide krukken in de andere hand.

  3. Steun op de kruk en de trapleuning en plaats als eerste het goede been op de volgende trede.

  4. Plaats er vervolgens het geopereerde been en de kruk bij.

Trap af:

  1. Houd met één hand de trapleuning vast en neem de beide krukken in de andere hand.

  2. Plaats de kruk één trede lager.

  3. Zet het geopereerde been ook één trede lager.

  4. Steun nu op de kruk en de trapleuning en zet het goede been nu op de zelfde trede als de kruk en het geopereerde been.

Oefeningen