“Toch knap van uw vrouw dat ze bij u blijft.” “Handig zo’n karretje, hoeft u tenminste niet te lopen.” “Ik heb echt medelijden met u.” Zomaar enkele opmerkingen waar Emile Goos mee te maken krijgt sinds hij circa twintig jaar geleden door een dwarslaesie in een rolstoel belandde. “Mensen weten vaak niet hoe ze op mij moeten reageren”, zegt hij. “Er is nog veel onwetendheid. Ze vinden mij anders dan anderen, omdat ik in een rolstoel zit.”

Emile (ervaringsdeskundige op onze afdeling Dwarslaesie) is een vrolijke en vriendelijke man, die na al die jaren goed heeft leren omgaan met die – onhandige en vaak ook vernederende - opmerkingen. Toch heeft hij ook een grens. En die wordt overschreden als mensen zeggen dat het zielig is voor zijn kinderen dat ze zo’n vader hebben die niks kan. “Ik ken mijn beperkingen en probeer het maximale eruit te halen bij de opvoeding van mijn kinderen”, zegt hij. “We doen alles wat anderen ook doen, ik ga met ze zeilen en we gaan op vakantie. Alleen kost het ons meer energie. Dan is het laatste wat je wilt horen dat het zielig is voor je kinderen.”

Kinderen zijn oprecht

Gelukkig krijgt Emile ook vaak mooie reacties, met name als hij op de handbike zit. De leukste reacties die hij krijgt, komen vooral van kinderen. Emile: “Bijvoorbeeld op de parkeerplaats bij de supermarkt als ik met mijn rolstoel via de lift uit mijn auto kom. Dan kijken ze mij met grote ogen aan. Laatst zei een jongetje dat hij dat ook wilde. Toen mocht hij van mij met het liftje omhoog en omlaag. Dat vond hij super leuk! De ouders van het jongetje stonden er wat ongemakkelijk bij. Ouders generen zich vaak voor wat hun kinderen in alle eerlijkheid en enthousiasme tegen mij zeggen. Dat is helemaal niet nodig. Ik vind die oprechtheid juist leuk.”

Gewoon normaal doen!

“Kinderen stellen hun vragen vooral uit nieuwsgierigheid”, legt Emile uit. “Volwassenen hebben vaak al zelf een beeld gevormd. Een beeld dat wordt bepaald door wat ze kennen uit hun eigen omgeving, of juist van wat ze hebben gezien op televisie. Dat werd laatst weer bevestigd toen een winkelmedewerkster aan mijn vrouw vroeg of ik wel kon praten… Ik ben niet doof of geestelijk beperkt. Je kunt gewoon normaal tegen mij praten, zoals je tegen iedere volwassene praat. Die onwetendheid bij sommige mensen vind ik af en toe wel lastig. Ik zit dan misschien in een rolstoel, maar verder heb ik twee prachtige kinderen, een mooie vrouw, een fijn huis en goede vrienden. Je hoeft met mij dus zeker geen medelijden te hebben!”