Het acromioclaviculaire gewricht bestaat uit het uiteinde van het schouderdak (acromion) en het buitenste uiteinde van het sleutelbeen (clavicula). Dit gewricht wordt in het kort “AC-gewricht” genoemd.

Beide botuiteinden zijn bekleed met kraakbeen. Hiertussen bevindt zich een laagje gewrichtsvocht zodat het gewricht soepel kan draaien. Het geheel wordt omgeven door een gewrichtskapsel.

Evenals in andere gewrichten kan het AC-gewricht slijten. De dikte van de kraakbeenlaag kan afnemen of zelfs helemaal verdwijnen. De medische term hiervoor is acromioclaviculaire artrose, in het kort AC-artrose.
AC-artrose komt veel voor bij mensen boven de 60 jaar, maar dit geeft lang niet altijd klachten.

AC-artrose kan pijn veroorzaken, wat u bovenop uw schouder voelt. De pijn kan daarbij uitstralen naar uw nek, maar ook naar uw arm. Soms voelt u tintelingen in uw hand. Het heffen van uw arm veroorzaakt pijn. Ook liggen op de schouder is vaak pijnlijk, u kunt er ’s nachts wakker van worden. Daarnaast kan druk op de schouder, bijvoorbeeld bij het dragen van een rugzak, een BH of een veiligheidsgordel, klachten geven.

De diagnose voor de behandeling