Cerebrale Parese (CP) is de medische term voor hersenbeschadiging tijdens de zwangerschap of bevalling. Het Revalidatiecentrum van de Sint Maartenskliniek helpt u om te gaan met deze houdings- en/of bewegingsstoornis.

Wat is Cerebrale Parese?

Cerebrale Parese (ook wel infantiele encefalopathie, Cerebral Palsy of kortweg CP) is eigenlijk een verzamelterm. Het is een combinatie van verschillende symptomen die ervoor zorgen dat het voor u moeilijker is te bewegen. CP is geen ziekte, maar een houdings- en/of bewegingsstoornis die u heeft gekregen door een beschadiging in uw hersenen. In de meeste gevallen is dit gebeurd voor of tijdens uw geboorte. Maar het kan ook zijn dat het in uw eerste levensjaar is gebeurd.

De beschadiging wordt gelukkig niet erger in de loop van de tijd. Maar u ondervindt er wel veel last van. De stoornis zorgt ervoor dat een deel van uw hersenen niet of anders functioneert. Hierdoor is het voor u moeilijk om te bewegen. Dit komt doordat de aansturing in uw hersenen minder goed verloopt.

Klachten

  • Problemen met bewegen (variërend van minder goed kunnen lopen of heel weinig kunnen bewegen tot volledig afhankelijk zijn van verzorging).
  • Problemen met eten, praten, horen en zien.
  • Geestelijke klachten (variërend van een enkel leerprobleem op school tot niets kunnen leren).

Er zijn verschillende typen bewegingsstoornissen:

  • Spastische Cerebrale Parese
  • Dyskinetische Cerebrale Parese
  • Atactische Cerebrale Parese

Spastische Cerebrale Parese

Dit type bewegingsstoornis komt het meeste voor (75 tot 85%). Bij spasticiteit heeft u een snelheidsafhankelijke weerstand als u passief beweegt (of bewogen wordt). Dit komt door een overactiviteit van reflexen. Als u zich beweegt, krijgt u een krampachtige verhoging van de spierspanning. Dit kan ook gebeuren als u rust of langzaam beweegt. Dit noemen we hypertonie. Op momenten waarop bij u geen spasticiteit optreedt, kan er sprake zijn van parese, zwakte van spieren en een toenemende vermoeibaarheid. Als u dit type bewegingsstoornis heeft, is het voor u moeilijker selectief te bewegen. Het kost u met andere woorden veel moeite om uw spieren gericht en apart aan te spannen. Uw bewegingen gaan moeilijk en stroef. En het kost u veel inspanning om de beweging uit te voeren. Het kan zijn dat u spasticiteit heeft aan één zijde (unilateraal, hemiparese) van uw lichaam of aan beide zijden (bilateraal, diplegie of tetraparese). In het eerste geval kunt u bijvoorbeeld uw rechterarm en -been minder goed gebruiken. Bij een diplegie kunt u vooral uw beide benen niet goed bewegen. Bij een tetraparese (tetra = vier) gaan de bewegingen bij zowel uw armen als benen moeilijk.

Dyskinetische Cerebrale Parese

Dit type bewegingsstoornis komt niet zo vaak voor (ongeveer in zes tot zeven procent van de gevallen van CP). Bij deze stoornis maakt u onwillekeurige bewegingen. Er zijn twee vormen van dyskinetische CP. Bij de eerste vorm, hyperkinetische CP (voorheen chorea-athetose), maakt u ogenschijnlijk doelloze en oncontroleerbare bewegingen. Dit gebeurt ook als u rust. Het kan zijn dat u langzame bewegingen maakt met opbouw van spierspanning. Dit gebeurt vooral in uw onderarmen en -benen, handen en voeten. We spreken dan van athetose, wat ‘geen vaste houding’ betekent. Het kan ook zijn dat u snelle schuddende en schokkende bewegingen maakt, vooral in uw gezicht en in uw armen en benen. Dit noemen we chorea.

Bij de tweede vorm, dystone CP, maakt u langzame, draaiende bewegingen en heeft u een sterk wisselende spierspanning met neiging tot hypertonie (verhoogde spierspanning). Dit neemt toe als u uw houding verandert. Of als u reageert op prikkels (zoals geluiden of emoties) of ergens van schrikt. U strekt dan vaak uw romp, armen en benen.

Atactische Cerebrale Parese

In ongeveer twee tot acht procent van de gevallen van CP gaat het over Atactische Cerebrale Parese. Bij deze stoornis verliest u uw normale spiercoördinatie. U maakt hierdoor schokkerige bewegingen.

De diagnose voor de behandeling

Voor uw behandeling komt u naar de polikliniek. Afhankelijk van uw situatie, verschillen de duur van de behandeling en de therapieën die u krijgt. In het gesprek met uw revalidatiearts en/of behandelteam spreekt u af welke behandelingen passen bij uw situatie en doelen.