Menu
Het acromioclaviculaire gewricht (AC-gewricht) wordt gevormd door het uiteinde van het acromion (schouderdak) van het schouderblad en het buitenste uiteinde van de clavicula (sleutelbeen).

Op het uiteinde van beide botten bevindt zich een laag kraakbeen. Tussen de twee botten ligt een discus (kraakbeenschijf) die als stootbumper fungeert. Verder worden het acromion en de clavicula met meerdere ligamenten (banden) verbonden met omliggende botstructuren en gestabiliseerd. Om het AC-gewricht bevindt zich een gewrichtskapsel.

Ten gevolge van een ongeval (bijvoorbeeld een val met de fiets) kan het AC-gewricht gedeeltelijk of geheel uit de kom schieten (luxeren). Daarbij kunnen de ligamenten, die zorgen voor de stabiliteit van het acromion en de clavicula, uitrekken of gedeeltelijk of geheel afscheuren. Als dit gebeurt kan het uiteinde van de clavicula omhoog gaan staan. Er is dan sprake van instabiliteit van het AC-gewricht.

Door instabiliteit van het AC-gewricht kunt u last krijgen van pijn en/of een beperkte heffunctie van de schouder. U kunt ook last krijgen van hoogstand van het sleutelbeen (cosmetische klachten).

De diagnose voor de behandeling

Doorverwijzing

1

Vraaggesprek en lichamelijk onderzoek

2

Bloedonderzoek

3 Optioneel

Röntgenonderzoek

4 Optioneel

Behandelingen