Menu
Het polsgewricht bestaat uit meerdere botjes: het uiteinde van het spaakbeen (radius), het uiteinde van de ellepijp (ulna) en de handwortelbotjes (carpalia). De botjes zijn met elkaar verbonden door ligamenten (banden). Hierdoor bewegen de botjes allemaal in de dezelfde richting mee bij het bewegen van de pols.

In een gezond polsgewricht zijn de uiteindes van de botten bedekt met kraakbeen waardoor de botten soepel en pijnloos langs elkaar kunnen bewegen. Bij artrose is de kraakbeenlaag versleten.

Dit kan ontstaan doordat het kraakbeen bij een ongeval beschadigd is geraakt of na veel en zwaar belasten van de pols. Ook hebben sommige mensen een erfelijke aanleg voor het ontstaan van artrose. Als u reumatoïde artritis heeft, wordt de artrose van het gewricht veroorzaakt door ontsteking van het gewricht.

Bij artrose van het polsgewricht heeft u last van pijn omdat de ‘kale’ botuiteinden langs elkaar bewegen. Verder bent u beperkt in de bewegingen van de pols en kunt u last hebben van krachtverlies en zwelling van het polsgewricht. Sommige patiënten hebben ook pijn bij weersveranderingen. Als de artrose erger wordt, kunt u ook pijnklachten hebben bij geringere bewegingen.

De diagnose voor de behandeling

Doorverwijzing

1

Vraaggesprek en lichamelijk onderzoek

2

Bloedonderzoek

3 Optioneel

Röntgenonderzoek

4 Optioneel

Behandelingen