Het heupgewricht is een kogelgewricht dat bestaat uit de heupkop (een bolvormig gewrichtsvlak) en de heupkom (een komvormig gewrichtsvlak). De kop en de kom passen precies in elkaar en kunnen naar alle kanten draaien.

Beide gewrichtsvlakken zijn bekleed met een laag kraakbeen, met tussen de gewrichtsvlakken een soort smerende vloeistof. De kop en de kom worden bij elkaar gehouden door een gewrichtskapsel en door de omringende spieren. Het gewrichtskraakbeen heeft een schokdempende functie en een glijwerking. De heup kan door deze bouw goed bewegen, is stabiel en goed belastbaar.

Gewrichtsslijtage (artrose) kan het gladde kraakbeenoppervlak van uw heup aantasten. Deze slijtage kan ontstaan door overbelasting, een trauma (bijvoorbeeld door een ongeluk), een ontsteking, een infectie of een standsafwijking. De kraakbeenlaag kan uiteindelijk zo beschadigd zijn dat de gewrichtsvlakken niet meer soepel langs elkaar kunnen glijden. Hierdoor wordt het voor u moeilijker om te bewegen. Uw heupgewricht krijgt ook steeds meer moeite om uw lichaamsgewicht te dragen tijdens inspanningen zoals lopen en opstaan. Bovendien gaat uw heup pijn doen en kunt u uw heup minder belasten.

De meest voorkomende klachten bij artrose van het heupgewricht zijn pijn en stijfheid. Meestal zit de pijn in uw liesstreek, maar de pijn kan uitstralen over het dijbeen en zelfs naar uw knie. Klachten treden vaak op bij het begin van de beweging of van de belasting van het gewricht, als u bijvoorbeeld opstaat uit een stoel. Dit noemen we startpijn of startstijfheid.

Door in beweging te blijven, zult u eerst nog merken dat uw klachten verminderen. Bij toenemende slijtage zullen uw klachten echter toenemen en op den duur voelt u het ook in rust en ’s nachts. Het spreiden en draaien van de benen gaat steeds moeilijker, of wordt zelfs onmogelijk.

De diagnose voor de behandeling