Menu

Het heupgewricht is een kogelgewricht dat bestaat uit de heupkop (een bolvormig gewrichtsvlak) en de heupkom (een komvormig gewrichtsvlak). De kop en de kom passen precies in elkaar en kunnen naar alle kanten draaien met behulp van de spieren. De heup verbindt het bekken met het dijbeen, waarbij de kop zich in het bovenste gedeelte van het dijbeen bevindt en de kom zich in het bekken bevindt. 

Beide gewrichtsvlakken zijn bekleed met een laag kraakbeen, met tussen de gewrichtsvlakken een soort smerende vloeistof. De kop en de kom worden bij elkaar gehouden door een gewrichtskapsel en door de omringende spieren. Het gewrichtskraakbeen heeft een schokdempende functie en een glijwerking. De heup kan door deze bouw goed bewegen, is stabiel en goed belastbaar.

Gewrichtsslijtage (artrose) kan het gladde kraakbeenoppervlak van uw heup aantasten. Deze slijtage kan ontstaan door ouderdom, overbelasting, een trauma (bijvoorbeeld door een ongeluk), een ontsteking, een infectie of een standsafwijking. De kraakbeenlaag kan uiteindelijk zo beschadigd zijn dat de gewrichtsvlakken niet meer soepel langs elkaar kunnen glijden. Hierdoor wordt het voor u moeilijker om te bewegen. Ook kunt u pijn krijgen in de heup, lies, bovenbeen of knie. Bovendien krijgt uw heupgewricht steeds meer moeite om uw lichaamsgewicht te dragen tijdens inspanningen, zoals lopen en opstaan. De heup kan dan stijf aanvoelen.

De diagnose voor de behandeling

Doorverwijzing

1

Vraaggesprek en lichamelijk onderzoek

2

Bloedonderzoek

3 Optioneel

Röntgenonderzoek

4 Optioneel

Behandelingen