Artikeloverzicht

Minder bloedprikken bij reumapatiënten

Uit onderzoek van de Sint Maartenskliniek blijkt dat bloedcontrole bij mensen met ontstekingsreuma veel minder vaak nodig is dan nu standaard wordt gedaan. Zeker als de ziekteactiviteit stabiel is en mensen geen bijwerkingen hebben van de medicatie. Daarom gaan wij deze standaard bloedcontroles op al onze locaties verminderen. Dat biedt voordelen voor de patiënten, de zorgverleners, de maatschappij én het milieu.

Veel mensen met ontstekingsreuma (reumatoïde artritis, axiale spondyloartritis of artritis psoriatica) krijgen voor hun behandeling zogeheten DMARD’s. Dat zijn medicijnen die de afweerreactie van het lichaam onderdrukken. Die medicijnen kunnen bijwerkingen geven. Om dat te controleren, testen we standaard het bloed van patiënten. De kans dat een half jaar na de start met een medicijn nog bijwerkingen ontstaan, is echter heel klein. Daarom gaan we die standaard controle verminderen.

Zinnige en zuinige zorg

Zolang er geen bijwerkingen van de medicatie zijn, hoeft de patiënt voortaan nog maar één keer in de twee jaar bloed te prikken. Dat is prettiger voor de patiënt. En het scheelt tijd en kosten voor de zorg. Ook zijn er minder reis- en transportbewegingen nodig naar de prikpost en het laboratorium. Met deze maatregel leveren we dan ook een mooie bijdrage aan verduurzaming én aan zinnige en zuinige zorg.

CRP nog wel nodig

Deze verandering vindt in 2026 plaats. We houden patiënten op de hoogte wanneer dit is. Het meten van de ziekteactiviteit (CRP) van de reuma van deze patiënten blijft wél noodzakelijk voor iedere afspraak. Bij de meeste van onze reumapatiënten gebeurt dat met een vingerprik.