Menu

Niels de Langen uit Heteren is veertien jaar. Hij zit in de derde klas van de havo en blinkt uit in een bijzondere sport. O ja, zijn rechteronderbeen is geamputeerd en zijn linkeronderbeen functioneert nauwelijks. Met die handicap gaat hij echter heel relaxed om. Niels en zijn moeder Thera geven zelfs aan dat zijn leven nu rijker is dan wanneer hij twee gezonde benen zou hebben…

“Ik ben gezond geboren,” vertelt Niels, “maar twee weken voor mijn eerste verjaardag kreeg ik de ziekte meningokokken-sepsis. Daardoor werden mijn bloedvaten aangevreten. Er kwam geen bloed meer in mijn benen, waardoor mijn rechteronderbeen is afgestorven. Die moest toen geamputeerd worden. En mijn linkeronderbeen was ook zwaar beschadigd, die functioneert nauwelijks meer.” Niels overleefde de ziekte ternauwernood en stond ineens aan het begin van een leven met een handicap. Als peuter kwam hij onder behandeling in de Sint Maartenskliniek. Eerst bij de peuterrevalidatie, waar hij onder andere leerde lopen. Niels: “Ook ben ik meerdere keren geopereerd. Tegenwoordig kom ik er alleen nog af en toe op controle.”

Niet anders dan anderen

Niels heeft twee protheses, die hij de hele dag aanheeft. “Als ik grotere afstanden moet afleggen, gebruik ik ook een rolstoel”, legt hij uit. “Zoals op school. Ik kan bijvoorbeeld niet rennen, normaal fietsen of dansen, maar verder doe ik gewoon dezelfde dingen als mijn vrienden. Ik heb mezelf ook nooit als anders beschouwd.” Zijn moeder Thera beaamt dat: “Niels heeft eigenlijk nooit problemen gehad met zijn handicap; hij weet ook niet beter dan dat hij zo is. Hij gaat er heel relaxed mee om en haalt overal het positieve uit.” Illustratief is een voorbeeld uit Niels zijn kindertijd. Zijn ouders vroegen een keer of hij niet liever twee gezonde benen had. Zijn antwoord? “Nee hoor, je zou er maar de hele dag mee moeten lopen.”

Skiën zonder benen?

Kenmerkend voor deze tiener is dat hij vooral kijkt naar wat hij wél kan. En daarbij springt met name één ding in het oog: zitskiën. De ouders van Niels zijn gek op wintersport. Ze onderzochten dan ook de mogelijkheden voor Niels op dat gebied. Daarbij kwamen ze op de website van de Vereniging Gehandicapte Wintersporters (VGW) terecht. Die vereniging bleek veel verstand te hebben van aangepast skiën voor kinderen. Op achtjarige leeftijd had Niels zijn eerste skiles, op de borstelbaan met twee skietjes eronder. En hij vond het meteen erg leuk!

Talent ontdekt

“In 2010 deed ik als twaalfjarige mee aan een skidag in Zoetermeer voor jongeren met een handicap”, vertelt Niels. “Je moest eigenlijk dertien jaar zijn om te mogen meedoen. Maar omdat ik met mijn foto op het inschrijfformulier stond, maakten ze een uitzondering voor mij.” Tijdens die dag vroeg de coach van het Nederlands talentteam of hij wilde meetrainen in Landgraaf. Inmiddels is hij doorgestroomd naar het beloftenteam en reist hij drie keer in de maand naar de skihal in Zuid-Limburg voor slalomtraining. “Een behoorlijke investering”, erkent Thera. “Maar het is die investering zeker waard.”

Mooie sportieve toekomst

Dat al die trainingsuren in Landgraaf niet voor niks zijn, bewijst Niels met zijn goede resultaten tijdens internationale wedstrijden voor volwassenen. Hij skiet dan tegen de top van de wereld. Niels: “Eind 2012 was mijn eerste toernooi, toevallig in Landgraaf. Ik werd daar achtste op de slalom.” Hij was daarmee de beste Nederlander. Begin 2013 bewees hij dat het geen toevalstreffer was: in Oostenrijk veroverde hij een vijfde plek. En dat in een deelnemersveld waarbij de tegenstanders veel ouder en meer ervaren zijn. Verder won hij eind januari 2013 nog een jeugdtoernooi in Spanje. Waarom is hij zo goed? “Mijn focus aan de start is goed en ik durf korte lijnen te skiën, krap langs de palen”, verklapt hij. “Mijn droom is om uiteindelijk mee te doen aan de Paralympics. Voor Sotsji in 2014 ben ik nog te jong, daarom richt ik mij op Zuid-Korea in 2018. Daar moet het gebeuren.”

En school dan?

“Ik kan die trainingen en toernooien combineren met school, omdat ik de beloftenstatus van het NOC*NSF heb”, legt hij uit. “Daardoor kan ik speciale regelingen treffen met mijn school. Ik moet het schoolwerk natuurlijk wel inhalen. Dat doe ik dan thuis. Zolang ik voldoende sta, werkt de school hieraan mee. Dat is natuurlijk wel een goede stimulans om mijn best te blijven doen en mijn huiswerk te maken.” Bovendien kijkt Niels ook al verder naar wat hij naast zijn sportcarrière nog meer wil bereiken. “Ik wil later geneeskunde studeren en me dan specialiseren als revalidatiearts. Ik denk dat mijn eigen ervaringen daarbij een meerwaarde kunnen zijn.”