Patiënten 20–40 jaar met heupklachten
Bij jonge, actieve patiënten met aanhoudende heup- of liesklachten is het belangrijk om ontwikkelingsdysplasie van de heup (DDH) tijdig te overwegen. Vroege herkenning kan progressieve kraakbeenschade en vroegtijdige artrose helpen voorkomen.
Wanneer denken aan DDH?
- Leeftijd 20–40 jaar
- Geleidelijk ontstane liespijn, soms bil- of bovenbeenpijn
- Pijn bij belasting (lopen, traplopen, sporten) en/of lang zitten
- Verminderde heupmobiliteit
- Positieve familieanamnese voor heupdysplasie of vroege heupartrose
Let op: klachten worden regelmatig geduid als tendinopathie of aspecifieke heupklachten, waardoor diagnostiek vertraagd kan worden.
Lichamelijk onderzoek
- Pijn bij flexie-adductie-endorotatie (FADIR)
- Soms beperkte abductie of endorotatie
- Drukpijn in de lies
- Beoordeel looppatroon en beenlengteverschil
Aanvullend onderzoek
- X-heup (AP bekkenopname) is eerste keus
--> Let op een verminderde laterale overdekking (CE-hoek < 25° verdacht)
--> Ondiepe heupkom - Overweeg verwijzing bij persisterende klachten en/of afwijkende radiologie
- Bij twijfel of discrepantie tussen klachten en röntgenbeeld: laagdrempelig overleg
Wanneer verwijzen?
- Aanhoudende klachten > 3 maanden ondanks conservatief beleid
- Afwijkingen passend bij dysplasie op X-heup
- Jonge patiënt met duidelijke mechanische klachten en functionele beperking
Vroege verwijzing is van belang: gewrichtssparende chirurgie (bijvoorbeeld periacetabulaire osteotomie) is met name effectief vóór het ontstaan van gevorderde artrose.
Verwijs via ZorgDomein:
Orthopedisch > Heup > Sint Maartenskliniek > heupklachten jongvolwassenen < 40 jr (ook met heupdysplasie DDH)