Veelgestelde vragen over reumamedicatie

Algemene vragen over reumamedicatie

Als u start met een nieuw geneesmiddel dan duurt het enige tijd voordat het geneesmiddel werkt. Hoe lang het duurt voordat een geneesmiddel werkt, verschilt per geneesmiddel en per aandoening waarvoor het geneesmiddel wordt gebruikt. Meer informatie over de werking van het geneesmiddel dat u gebruikt, vindt u op de pagina Medicatie bij reuma.

Werkt uw geneesmiddel minder dan u gewend bent en duurt het nog te lang voordat u weer een consult hebt bij de reumatoloog? Neem dan contact op met uw reumatoloog.

Naast het gewenste effect kunnen geneesmiddelen helaas ook bijwerkingen hebben. Deze bijwerkingen verschillen per geneesmiddel en treden in wisselende mate op. Niet van alle bijwerkingen merkt u zelf iets. Bijwerkingen die u niet zelf merkt, worden door uw reumatoloog via bloedonderzoek in de gaten gehouden. Bij dit soort bloedonderzoeken wordt bijvoorbeeld uw leverfunctie, uw nierfunctie en/of de hoeveelheid bloedcellen in uw bloed gecontroleerd.

Naast de gewenste effecten kunnen geneesmiddelen helaas ook bijwerkingen hebben. Deze bijwerkingen verschillen per geneesmiddel en treden in wisselende mate op. Meer informatie over bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt, vindt u op de pagina Medicatie bij reuma.

Heeft u last van bijwerkingen? Neem dan contact op met de Maartensapotheek voor advies op maat.

Bekijk ook ons filmpje over bijwerkingen.

Als u een vorm van ontstekingsreuma heeft en hiervoor afweeronderdrukkende geneesmiddelen gebruikt, krijgt u van de huisarts een oproep voor de griepprik. Het gaat bijvoorbeeld om corticosteroïden (zoals prednison), methotrexaat, azathioprine, anti-TNF-alfaremmers, JAK-remmers en rituximab.

Gebruikt u één van de genoemde afweerremmende middelen? Dan is een griepvaccin vaak aan te bevelen. Mensen die een griepprik krijgen, hebben minder kans op een griepinfectie. Als u ondanks de prik toch griep krijgt, wordt u daar meestal minder ernstig ziek van.

U beslist zelf of u de griepprik wilt halen, u bent dit niet verplicht. Als u twijfelt, dan kunt u het eventueel met uw arts bespreken, die samen met u de afweging kan maken of het belangrijk voor u is om de griepprik te halen.

Bekijk ook ons filmpje over het griepvaccin bij reuma.

U kunt de informatie over de vergoeding van uw geneesmiddelen vinden op www.medicijnkosten.nl.

Wanneer u geneesmiddelen gebruikt, wil dat meestal niet zeggen dat u totaal geen alcohol mag drinken. Maar extra voorzichtigheid is wel belangrijk. Een paar geneesmiddelen mogen absoluut niet met alcohol worden gecombineerd, zoals metronidazol en enkele middelen speciaal tegen overmatig alcoholgebruik. Wanneer u deze middelen toch zou gebruiken in combinatie met alcohol kunt u heel ziek worden. Maar meestal ligt het wat subtieler.

Alcohol kan de kans dat u maag- of leverbijwerkingen krijgt van een geneesmiddel vergroten. Als u een geneesmiddel gebruikt dat maag- of leverbijwerkingen geeft (zoals methotrexaat en ontstekingsremmende pijnstillers), wees dan extra voorzichtig met alcohol. Daarnaast kan alcohol ook de omzetting van geneesmiddelen in het lichaam beïnvloeden. Soms versnelt alcohol de afbraak (waardoor het geneesmiddel minder goed werkt), maar alcohol kan bij andere geneesmiddelen de afbraak juist net remmen (hierdoor neemt het effect, maar vaak ook de bijwerkingen, toe). Als dit het geval is, zal de apotheker u hierover informeren.

Het op de juiste manier bewaren van uw geneesmiddelen is belangrijk: het zorgt ervoor dat geneesmiddelen hun werkzaamheid behouden.
De bewaaradviezen zijn per geneesmiddel verschillend: bijvoorbeeld in of buiten de koelkast en niet boven of onder een bepaalde temperatuur. Vaak moeten geneesmiddelen op een donkere en droge plek bewaard worden. De badkamer is geen geschikte plaats om geneesmiddelen te bewaren. Ook hebben geneesmiddelen een uiterste houdbaarheidsdatum.

In de bijsluiter van uw geneesmiddel kunt u lezen hoe u uw geneesmiddel moet bewaren. Op de verpakking staat de uiterste gebruiksdatum. Bewaar daarom uw geneesmiddelen met de bijsluiter in de originele verpakking. Dan kunt u altijd teruglezen of u ze goed bewaart en tot wanneer u ze nog kunt gebruiken.

Bijsluiters van uw geneesmiddelen kunt u ook online vinden op www.apotheekkennisbank.nl/geneesmiddelen/bijsluiters/zoeken.

Als er meerdere merken beschikbaar zijn van hetzelfde geneesmiddel met dezelfde werkzame stof, dan mag de zorgverzekeraar bepalen welke variant vergoed wordt. Dit heet het voorkeursbeleid of preferentiebeleid. Door het preferentiebeleid kan het gebeuren dat u regelmatig medicijnen van andere fabrikanten krijgt.

Geneesmiddelen van alle fabrikanten worden op dezelfde manier gecontroleerd. Dat betekent dat ze moeten voldoen aan dezelfde strenge eisen uit de geneesmiddelenwetgeving. Fabrikanten moeten aantonen dat het geneesmiddel van goede kwaliteit is en dezelfde concentratie aan werkzame stof in het lichaam brengt als het originele merk van dat geneesmiddel. De verschillende merken van hetzelfde geneesmiddel werken dus allemaal hetzelfde, maar kunnen wel verschillen in vorm / kleur / vulmiddelen.

Bekijk ook ons filmpje over merk geneesmiddelen en merkloze geneesmiddelen.

Is uw geneesmiddel tijdelijk niet te leveren, omdat de fabrikant problemen heeft met het produceren? Dan proberen we via de groothandel of indien nodig door middel van import uit het buitenland hetzelfde geneesmiddel van een andere fabrikant te verkrijgen.

Soms zijn er problemen met grondstoffen en hebben meerdere fabrikanten niet de mogelijkheid om het geneesmiddel te produceren. In dat geval overleggen uw reumatoloog en de apothekers van de Maartensapotheek wat voor u een alternatief zou kunnen zijn. Zodra uw geneesmiddel weer te verkrijgen is, kunt u weer overstappen naar uw vertrouwde geneesmiddel.

Geneesmiddelen van alle fabrikanten worden op dezelfde manier gecontroleerd. Dat betekent dat ze moeten voldoen aan dezelfde strenge eisen uit de geneesmiddelenwetgeving. Fabrikanten moeten aantonen dat het geneesmiddel van goede kwaliteit is en dezelfde concentratie aan werkzame stof in het lichaam brengt als het originele merk van dat geneesmiddel. De verschillende merken van hetzelfde geneesmiddel werken dus allemaal hetzelfde, maar kunnen wel verschillen in vorm / kleur / vulmiddelen.

Bekijk ook ons filmpje over merk geneesmiddelen en merkloze geneesmiddelen.

Breng medicijnafval terug naar uw apotheek of naar een plek voor klein chemisch afval. U kunt medicijnafval als volgt aanleveren:

  • Doosjes: alleen de strips. De kartonnen doosjes kunnen bij het oud papier.
  • Flesjes en tubes: verwijder het etiket, voor uw eigen privacy.
  • Doe gebruikte naalden altijd in een naaldencontainer.

Er bestaan diverse hulpmiddelen voor het openen van de verpakking van uw geneesmiddel. Denk hierbij aan een tablet-uitdrukker, een tabletsplitter, een naalddopverwijderaar, een tubeknijper en een hulpmiddel om oogdruppels uit het flesje te knijpen.

Ook biedt de apotheek meerdere vormen van service op het gebied van het openen van uw verpakking, zoals het uitdrukken van bepaalde geneesmiddelen in een pot en het opendraaien van de pot. Informeer naar de mogelijkheden bij de Maartensapotheek.

Meer informatie over het openen van geneesmiddelverpakkingen en het goed gebruiken van geneesmiddelen vindt u op de website van ReumaNederland.

Sommige reumamedicatie heeft invloed op uw vruchtbaarheid, dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. Ook zijn er medicijnen die schadelijk kunnen zijn voor uw ongeboren kind als u zwanger bent. Vooral de eerste 3 maanden van de zwangerschap is uw ongeboren kind gevoelig voor medicijnen.

Ook is er bepaalde reumamedicatie waarbij het beter is geen borstvoeding te geven. Wilt u vader of moeder worden of borstvoeding geven, dan is het dus goed om dit op tijd te bespreken met uw arts. Overleg met uw arts welke geneesmiddelen u veilig kunt gebruiken. Als het nodig is, moet u misschien een tijdje andere geneesmiddelen gebruiken.

Na een maagverkleining worden de maag en de darmen kleiner. Hierdoor kunnen geneesmiddelen (maar ook vitamines en mineralen) soms minder goed worden opgenomen in het bloed. Dit kan er toe leiden dat een geneesmiddel minder goed werkt. Andersom zijn er ook geneesmiddelen die mogelijk beter werken, mede omdat het lichaam van iemand die een maagverkleining heeft gehad, verandert. Dit is niet altijd goed te voorspellen. Het is daarom belangrijk dat uw arts en apotheker weten dat u een maagoperatie heeft ondergaan. Hierdoor kunnen er soms al vooraf maatregelen genomen worden, door bijvoorbeeld het type of de dosering van het geneesmiddel aan te passen.

Ook moet er gekeken worden naar het soort tabletten dat u slikt: zijn ze niet te groot, hebben ze een vertraagde werking of hebben ze een maag-beschermend randje. Al deze dingen kunnen van invloed zijn op de werking van het geneesmiddel.

In een tablet of capsule zit doorgaans maar een ‘snufje’ geneesmiddel. Vandaar dat in de meeste tabletten en capsules vulstoffen zitten om het middel handzamer te maken.

Als vulmiddel wordt meestal gekozen voor lactose of cellulose. Patiënten met lactose-intolerantie zijn vaak bang om door deze geneesmiddelen maagdarmproblemen te krijgen. Vaak krijgen we dan ook het verzoek voor een lijst met lactosevrije geneesmiddelen, of de vraag of ‘geneesmiddel X’ lactose bevat. Het blijkt echter zo te zijn dat patiënten die lactose-intolerant zijn, geneesmiddelen met lactose wél verdragen. Problemen treden pas op bij een hoeveelheid lactose hoger dan zes gram. In geneesmiddelen is de hoeveelheid lactose zo gering dat deze hoeveelheid lang niet wordt gehaald. Patiënten die lactose-intolerant zijn, kunnen dus zonder problemen lactose-bevattende geneesmiddelen gebruiken.

Alleen bij patiënten met galactosemie (een aangeboren, erfelijke lactose-intolerantie) kunnen deze zeer kleine hoeveelheden lactose wel problemen veroorzaken. Dan bestaat er een reden om lactosevrije geneesmiddelen te gebruiken.

In sommige geneesmiddelen wordt tarwezetmeel gebruikt als vulstof. Die middelen kunnen klachten veroorzaken bij mensen met coeliakie. Maar omdat er meestal in een tablet minder dan 20 mg/kilogram gluten zit, mag een tablet officieel glutenvrij worden genoemd, en dus veilig worden geacht. Toch zijn er mensen met coeliakie die aangeven dat ze last hebben van geneesmiddelen. Dat komt waarschijnlijk vooral voor bij mensen die meerdere geneesmiddelen per dag gebruiken, waardoor alle kleine beetjes gluten zich opstapelen en mensen toch klachten ervaren.

Uit onderzoek blijkt dat de helft van de mensen met reumatische aandoeningen alternatieve therapieën gebruikt. Een alternatieve behandeling is een behandeling die niet onder de reguliere behandeling valt. Een alternatieve behandeling heet ook wel ‘complementaire behandeling’ omdat het een aanvulling is op de gewone, ‘reguliere’ behandeling van uw arts. Stop dus niet met uw reguliere behandeling, anders loopt u onnodige gezondheidsrisico’s.

Er bestaan veel soorten alternatieve behandelingen: voorbeelden zijn acupunctuur en homeopathie. Van de meeste alternatieve behandelingen is (nog) onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat ze daadwerkelijk helpen. Ook is van veel alternatieve behandelingen niet alles bekend over bijwerkingen of wisselwerkingen met geneesmiddelen die u van uw arts krijgt.

Alternatieve behandelingen kunnen effecten hebben op de symptomen van de ziekte (pijn, vermoeidheid), maar niet op de oorzaak van de ziekte zelf. Genezing van reuma is niet mogelijk, ook al zeggen sommige alternatieve behandelaars dat dit wel zo is. Ook is er geen enkele alternatieve behandeling die schade aan gewrichten door ontstekingsreuma (zoals reumatoïde artritis) kan remmen. De reguliere behandeling van ontstekingsreuma kan dit wel.

Van de reumapatiënten die naast de reguliere behandeling kiezen voor een alternatieve behandeling, merkt een deel een positief effect van de alternatieve behandeling. Bijvoorbeeld meer energie. Het kan soms de moeite waard zijn om een alternatieve behandeling te proberen, omdat deze de klachten mogelijk kan verlichten.

Als u voor een alternatieve behandeling kiest, let dan op:

  • Overleg altijd eerst met uw behandelend arts of de apotheker van de Maartensapotheek voordat u met een alternatieve behandeling begint. Sommige behandelingen kunnen invloed hebben op uw reguliere behandeling. Denk bijvoorbeeld aan bijwerkingen of een wisselwerking tussen uw medicijnen en voedingssupplementen.
  • Wees kritisch: merkt u geen effect, of krijgt u meer klachten? Stop dan met de behandeling.
  • Spreek met uzelf af op grond waarvan u beoordeelt of de alternatieve behandeling u helpt.
  • Bepaal hoelang u het wilt proberen. Zo kunt u bijvoorbeeld na 3 maanden stoppen om te bekijken of uw klachten weer erger worden. Dan weet u of de behandeling bij u werkt. Het kan ook zijn dat de klachten niet terugkomen. Dat kan komen doordat de klachten vanzelf over zijn gegaan. Dan is het niet raadzaam om toch weer verder te gaan met de alternatieve behandeling.
  • Zie een alternatieve behandeling als een aanvulling op de gewone behandeling. Stop dus niet met uw reguliere behandeling, anders loopt u onnodige gezondheidsrisico’s.

Bekijk ook ons filmpje over alternatieve behandelingen voor reuma.

Wanneer een ‘gewoon’ geneesmiddel op de markt wordt gebracht, wordt er allereerst gekeken of het effect van het geneesmiddel opweegt tegen de bijwerkingen. Zo zullen voor maagmiddelen bijna geen bijwerkingen worden geduld, terwijl men voor een middel tegen kanker meer bijwerkingen voor lief neemt. Daarnaast wordt er ook gekeken of het nieuwe geneesmiddel wisselwerkingen heeft met andere geneesmiddelen. Alleen als de effectiviteit en bijwerkingen in balans zijn en de wisselwerkingen goed onderzocht zijn, wordt een geneesmiddel toegelaten tot de Nederlandse markt.

Voor kruidengeneesmiddelen gelden andere regels. Geneesmiddelen vallen onder de zogenaamde geneesmiddelenwet, terwijl kruidenpreparaten onder de warenwet vallen. De warenwet stelt veel lagere eisen op het gebied van kwaliteit. Ook wisselwerkingen tussen kruidengeneesmiddelen en andere producten hoeven in de warenwet nauwelijks worden onderzocht. Daar zit een risico, omdat bij enkele kruidengeneesmiddelen er wel degelijk een risico is dat een normaal geneesmiddel minder goed werkt of juist net sterker werkt met het risico op meer bijwerkingen.

Kruidengeneesmiddelen kunnen soms een wisselwerking hebben met ‘gewone’ geneesmiddelen, waardoor het ‘gewone’ geneesmiddel ineens een stuk minder goed gaat werken of meer bijwerkingen geeft. Het is daarom niet verstandig om kruidengeneesmiddelen te combineren met gewone geneesmiddelen zonder vooraf uw arts of apotheker van de Maartensapotheek te raadplegen. Ook als u een kruidengeneesmiddel bij de drogist koopt, vraagt u altijd aan uw arts of apotheker van de Maartensapoheek of dit middel te combineren is met andere geneesmiddelen die u gebruikt.

Medicinale cannabis bestaat uit de gedroogde bloemen van de vrouwelijke hennepplant (Cannabis sativa). Op basis van de huidige wetenschappelijke literatuur zijn er steeds meer aanwijzingen dat cannabis werkzaam is bij bijvoorbeeld pijn en krampen door MS (multiple sclerose), misselijkheid bij kanker en aids, misselijkheid en braken als gevolg van medicatie / bestraling (bij kanker, hepatitis C, HIV of aids) en chronische pijn (meestal zenuwpijnen).

Ook wordt medicinale cannabis inmiddels bij andere aandoeningen voorgeschreven, waaronder reuma. De ervaringen van patiënten zijn soms positief al is het effect wetenschappelijk onvoldoende bewezen. Medicinale cannabis lijkt nog geen enkele ziekte te genezen.

Bekijk ook ons filmpje over medicinale cannabis.

De Maartensapotheek declareert geneesmiddelen rechtstreeks bij de zorgverzekeraars. Geneesmiddelen die worden vergoed vanuit de basisverzekering hoeft u dus niet zelf te betalen. Geneesmiddelen die vallen in uw aanvullende verzekering kunnen wij net als andere apotheken niet declareren. Deze moet u zelf indienen bij uw zorgverzekeraar. Voor een aantal geneesmiddelen geldt een eigen bijdrage. Sommige worden niet vergoed. Deze geneesmiddelen kunt u contant of per pin betalen in de apotheek of achteraf betalen met een factuur. Het is ook mogelijk om vrij verkrijgbare geneesmiddelen te kopen. Geneesmiddelen die u tijdens de opname krijgt, vallen onder de kosten van het ziekenhuis.

Vragen over reuma, corona en het coronavaccin

Kijk op de website van ReumaNederland voor actuele adviezen en tips hierover. 

En bekijk ons filmpje over corona en reumamedicatie.

De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie heeft hiervoor een advies geschreven. Lees er op de website van ReumaNederland meer over

Bekijk ook ons filmpje over reuma en het coronavaccin.

Extra info Rituximab

Aan onze patiënten die het geneesmiddel Rituximab gebruiken, vragen we aandacht voor het moment waarop zij zich laten vaccineren. Van Rituximab is bekend dat de coronavaccinatie mogelijk minder goed werkt, vooral als vaccinatie kort na de infuusbehandeling plaatsvindt. 

Als de vaccinatie is gepland 3 maanden na het laatste infuus en minimaal 2 weken voor het eerstvolgende Rituximab infuus heeft dat geen invloed. De patiënt kan de vaccinatie gewoon krijgen.

Valt de vaccinatie binnen 3 maanden na het laatste infuus of minder dan 2 weken vóór de eerstvolgende Rituximab infuusbehandeling: neem dan contact met ons op. De reumatoloog denkt dan mee over het meest geschikte vaccinatiemoment en/of het eventueel iets uitstellen van de infuusbehandeling.

Bekijk voor antwoord op de meest gestelde vragen over het coronavaccin in combinatie met ontstekingsreuma onderstaand filmpje. 

Is uw vraag niet behandeld? Stel deze vraag dan aan uw behandelaar. 

Vragen over goed en veilig geneesmiddelgebruik

Mensen met reuma krijgen vaak meerdere geneesmiddelen voorgeschreven. Het ene middel remt de pijn, het andere zorgt ervoor dat de schade aan de gewrichten wordt beperkt en weer een ander geneesmiddel beschermt de maag. Al die geneesmiddelen kunnen elkaar beïnvloeden. Zo kan het ene geneesmiddel ervoor zorgen dat het andere geneesmiddel minder goed werkt of juist net sterker werkt dan anders, waardoor de kans op bijwerkingen toeneemt.

Als u ervoor zorgt dat bij de apotheken waar u komt bekend is welke geneesmiddelen u gebruikt, dan wordt daar gecontroleerd op wisselwerkingen tussen de geneesmiddelen die u gebruikt. Soms leidt dit ertoe dat de apotheker, samen met de arts, kiest voor een ander geneesmiddel. Het kan ook zijn dat u wordt geïnformeerd om extra alert te zijn op bepaalde bijwerkingen of dat wordt geadviseerd een geneesmiddel op andere tijdstippen in te nemen om wisselwerking te voorkomen. Het is belangrijk dat de apotheken waar u komt op de hoogte zijn van zowel de geneesmiddelen die u op recept van de arts gebruikt als de vrij verkrijgbare geneesmiddelen die u gebruikt.

U kunt apotheken toestemming geven om informatie over uw geneesmiddelgebruik elektronisch te delen met andere zorgverleners. U kunt meer informatie lezen en toestemming geven aan een apotheek via https://www.volgjezorg.nl/toestemming. Heeft u de Maartensapotheek nog geen toestemming gegeven? Dan kunt u via deze website aan de Maartensapotheek laten weten dat u wel toestemming wilt geven.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 20-30 procent van de mensen die net de diagnose reumatoïde artritis hebben gekregen, al gewrichtsschade heeft. Daarnaast staat vast dat vooral in het begin van de ziekte de gewrichtsbeschadigingen het snelst optreden. Uit vervolgonderzoek bleek dat mensen die meteen meerdere geneesmiddelen tegelijk kregen niet alleen minder klachten hadden, maar hun gewrichten gingen ook nog eens minder snel achteruit.

Bij mensen die aanvankelijk één geneesmiddel en later meerdere geneesmiddelen tegelijk kregen, was de achterstand in gewrichtsbeschadiging groter. Door mensen dus vroeg meerdere geneesmiddelen tegelijk te geven, lijkt er meer gewrichtsschade te kunnen worden voorkomen, dan wanneer mensen pas later meerdere middelen krijgen.

Zodra de reuma door het gebruik van deze geneesmiddelen rustiger is geworden, wordt samen met u gezocht naar de laagst effectieve dosering die nodig is om de reuma onder controle te houden. Zo wordt bijvoorbeeld bij biologicals gekeken naar de mogelijkheden om af te bouwen als de reuma gedurende een periode van 6 maanden stabiel / in remissie is. Hierdoor krijgt u zo min mogelijk geneesmiddelen binnen.

Het is verstandig om de geneesmiddelen die uw arts voorstelt, te blijven gebruiken. De reden hiervoor is dat de medicijnen dan optimaal hun werk in uw lichaam doen, op korte en op lange termijn. U kunt er nieuwe of andere klachten mee voorkomen en het zorgt er voor dat uw klachten van dit moment stabiel blijven of verbeteren. Neemt u het geneesmiddel niet, dan duurt het herstel langer of houdt u last van uw aandoening. Mocht u toch overwegen om te stoppen, overleg dat dan altijd met uw arts.

Geneesmiddelen werken beter als het u lukt de geneesmiddelen te gebruiken zoals u met de dokter heeft afgesproken. Toch vergeten de meeste mensen wel eens hun geneesmiddelen.

Tips om uw geneesmiddelen te gebruiken zoals u hebt afgesproken met uw dokter:

  • U kunt gebruikmaken van een medicijn-app op uw smartphone om u eraan te herinneren dat u uw medicijn moet innemen of injecteren. Elke app werkt weer een beetje anders, bijvoorbeeld door een signaal te sturen of een herinnerings-SMS-je. Kijk voor meer informatie op deze website.
  • Gebruik praktische hulpmiddelen zoals een medicijndoosje met vakjes voor elke dag, een medicijn-agenda of een medicijnrol.
  • Zet uw geneesmiddelen op een vaste plek, zodat u eraan herinnerd wordt dat u ze moet innemen, bijvoorbeeld op het aanrecht (buiten bereik van kinderen).
  • Zorg dat u uw geneesmiddelen in uw tas heeft. Als u niet thuis bent kunt u toch uw geneesmiddelen innemen.
  • Vraag uw dokter, apotheek of verpleegkundige van de Sint Maartenskliniek om met u mee te denken.

Als u een dosering gemist heeft, is het afhankelijk van het geneesmiddel dat u gebruikt wat u het beste kan doen. Op de website www.apotheek.nl staat per geneesmiddel beschreven wat u moet doen als u een dosering heeft gemist. Voer in de zoekbalk op die website de naam van het geneesmiddel in waarvan u een dosering heeft gemist. Kijk vervolgens onder het kopje: "Wat moet ik doen als ik een dosis ben vergeten?"

Neem contact op met de arts of apotheek als u twijfelt wat u het beste kunt doen of als u meerdere dagen uw doseringen heeft gemist.

Het is verstandig om de geneesmiddelen die uw arts voorstelt, te blijven gebruiken zoals de arts met u heeft besproken. De reden hiervoor is dat de geneesmiddelen dan optimaal hun werk in uw lichaam doen, op korte en op lange termijn. U kunt er nieuwe of andere klachten mee voorkomen en het zorgt ervoor dat uw klachten van dit moment stabiel blijven of verbeteren.

Neemt u het geneesmiddel niet, dan duurt het herstel langer of houdt u last van uw aandoening. Mocht u toch overwegen om de hoeveelheid geneesmiddelen aan te passen of mocht u overwegen te stoppen met uw geneesmiddelen, overleg dat dan altijd met uw reumatoloog.

Werkt uw geneesmiddel minder dan u gewend bent en duurt het nog te lang voordat u weer een consult hebt bij de reumatoloog? Neem ook dan contact op met uw reumatoloog.

Als u aanhoudende diarree heeft, worden geneesmiddelen niet voldoende uit de darmen opgenomen in het bloed. Dit geldt voor spontane diarree, diarree als bijwerking van geneesmiddelen en diarree door het gebruik van laxeermiddelen.

Soms wordt diarree veroorzaakt door het gebruik van een nieuw geneesmiddel. De darmen moeten hier dan aan wennen. De diarree is dan tijdelijk van aard. Heeft u last heeft van aanhoudende diarree? Neemt dan contact op met uw arts.

Bij diarree verliest u veel vocht. Om uitdroging te voorkomen, is veel drinken noodzakelijk. Bijvoorbeeld water, thee, heldere soep of bouillon. Volwassenen moeten per dag minstens 1,5 liter drinken. Drinkt u niet te veel achter elkaar, maar één kopje vocht per keer (dit is 100-150 milliliter). Voor kinderen geldt dat ze minstens 1 liter per dag moeten drinken.

Heeft u meer dan een uur na inname gebraakt? Dan kunt u ervan uitgaan dat de medicijnen voldoende door het lichaam zijn opgenomen. Heeft u korter dan 60 minuten na inname gebraakt, vraag dan de apotheker van de Maartensapotheek om advies.

Informeer uw reumatoloog over uw geplande operatie. De reumatoloog zal bekijken welke geneesmiddelen u kunt blijven gebruiken en welke eventueel gestopt moeten worden. Daarnaast is het van belang dat u de arts die de operatie uitvoert en de anesthesist op de hoogte stelt van alle geneesmiddelen die u gebruikt.

Het is gebleken dat 60-80% van de mensen de inname van hun geneesmiddelgebruik tijdens de Ramadan veranderen. Mensen slaan dan doseringen over of nemen geneesmiddelen tegelijk in die niet tegelijk ingenomen mogen worden in verband met wisselwerkingen. Hierdoor kan het effect van het geneesmiddel afnemen of kunnen er bijwerkingen ontstaan.

Het is niet helemaal duidelijk of tijdens de Ramadan tussen zonsopkomst en zonsondergang geneesmiddelen mogen worden gebruikt. Sommige Islamitische stromingen beschouwen alle substanties die het lichaam binnenkomen, met uitzondering van zuurstof, als een doorbreking van het vasten. In dat geval zou geen enkel geneesmiddel, ongeacht de toedieningsvorm, overdag tijdens de Ramadan mogen worden gebruikt. Andere stromingen van de Islam erkennen dat geneesmiddelengebruik duidt op ziekte en merken gebruikers dan ook als patiënten aan, die op grond van de vrijstellingsregeling overdag geneesmiddelen zouden mogen gebruiken.

Doorgaans heeft men geneesmiddelen die worden geïnjecteerd of op de huid worden aangebracht liever dan tabletten of zetpillen, omdat deze laatste twee worden toegediend via het spijsverteringkanaal en meer lijken op voedselinname.
Gelukkig is er veel mogelijk om het geneesmiddelgebruik af te stemmen op de Ramadan. Welke mogelijkheid het beste is, hangt af van de onderliggende ziekte, het type geneesmiddel, de algemene gezondheidstoestand en persoonlijke voorkeuren. Het is daarom verstandig om vooraf informatie te vragen bij apotheker of arts.

Sommige middelen kunnen zonder probleem alleen tussen zonsondergang en zonsopkomst worden ingenomen. Het kan dan echter wel betekenen dat er een andere dosis nodig is of dat een ander type tablet (dat langer werkt) beter kan worden toegepast. Van sommige pijnstillers, bloeddruk- en epilepsiemiddelen zijn ook langwerkende tabletten verkrijgbaar die minimaal twaalf uur effect hebben. Het is soms ook mogelijk een geneesmiddel in de vorm van een pleister toe te passen. Dan hoeft er niets oraal te worden ingenomen. Bepaalde morfineachtige pijnstillers en hormoonpreparaten zijn verkrijgbaar in de vorm van een pleister. Wanneer er tijdens de Ramadan een geneesmiddel wordt voorgeschreven, kunt u afwegen of het niet beter is het geneesmiddelgebruik uit te stellen tot na de Ramadan. Kan dat niet zonder risico, dan is het te overwegen tijdelijk het vasten te onderbreken en later het vasten in te halen, of op een andere manier aan de religieuze plichten te voldoen.

Bekijk ook ons filmpje over geneesmiddelen en de Ramadan.

Vragen over injecteren van reumamedicatie

Voor de reumamedicatie die zelf geïnjecteerd moet worden, heeft de Sint Maartenskliniek meerdere instructiefilmpjes gemaakt. U vindt ze op onze website.

Injectienaalden voor injectie onder de huid worden zo dun mogelijk gemaakt. Toch kan een naaldje bot aanvoelen. Twee tips om de naald minder bot aan te laten voelen:

  • Op een injectienaald zit een smeerlaagje om de naald soepel in de huid te laten gaan. Het is belangrijk dat dit smeerlaagje op de naald blijft zitten. Trek de dop daarom recht van de naald. Dit lukt het beste door de dop bij de ribbeltjes tussen duim en wijsvinger vast te pakken. Hierdoor blijft het smeerlaagje op de naald.
  • Een injectienaald heeft aan het uiteinde een ovale opening, hierdoor is een naald aan 1 zijde scherper. Indien u onder een hoek van 45 graden injecteert, zorg er dan voor dat u bij het injecteren in het oog van de naald kijkt, dan gaat eerst de scherpe kant in de huid. Bij sommige injecties mag ook loodrecht geïnjecteerd worden, dan gaat altijd de scherpe kant van de naald eerst in de huid.

Pijn bij het injecteren kan op verschillende manieren verzacht worden. Hieronder volgt een aantal tips om de pijn bij het injecteren te verzachten:

  • Wissel bij iedere injectie van injectieplaats. Er moet minimaal 3 cm tussen iedere injectie zitten of kies bijvoorbeeld de ene keer voor het linker been en de andere keer voor het rechter been. Wanneer u in uw buik injecteert, doe dat dan minimaal 5 cm van de navel en wissel hier ook links en rechts af.
  • Het koelen van de huid vóór en na de injectie werkt verdovend. Doe dit door er een koelelement (in een theedoek gewikkeld) tegenaan te houden.
  • Wanneer u gewend bent om tijdens de injectie de huidplooi vast te houden, kunt u eens proberen de huidplooi los te laten. Hierdoor krijgt de vloeistof meer ruimte om onder de huid te verdelen.
  • Als u een geneesmiddel injecteert dat in de koelkast bewaard moet worden, zorg er dan voor dat het geneesmiddel eerst op kamertemperatuur is gebracht. Dit doet u door het geneesmiddel minimaal 30 minuten van tevoren uit de koelkast te halen.
  • Vraag iemand anders de injectie bij u toe te dienen.
  • Wanneer deze tips niet werken, vraag dan de arts of u in aanmerking komt voor een verdovende crème of spray.
  • Injecteert u met een spuit waarbij u zelf de zuiger indrukt? Het kan helpen om de injectie langzamer toe te dienen.

Een branderig gevoel bij het injecteren kan op verschillende manieren verzacht worden. Hieronder volgt een aantal tips om een branderig gevoel bij het injecteren te verzachten:

  • Het koelen van de huid vóór en na de injectie werkt verdovend. Doe dat door er een koelelement (die in een theedoek gewikkeld zit) tegenaan te houden.
  • Wissel bij iedere injectie van injectieplaats. Er moet minimaal 3 cm tussen iedere injectie zitten of kies bijvoorbeeld de ene keer voor het linker been en de andere keer voor het rechter been. Wanneer u in uw buik injecteert, doe dat dan minimaal 5 cm van de navel en wissel hier ook links en rechts af.

Om te voorkomen dat iemand zich kan prikken aan de naald nadat de injectie is toegediend, worden steeds meer injecties voorzien van een veiligheidssysteem. Daardoor wordt de naald na de injectie afgedekt.

Nadat tijdens het injecteren de zuiger van de injectiespuit helemaal is ingedrukt, wordt het veiligheidssysteem geactiveerd met een klikje. Als u na het klikje de duim te snel van de zuiger haalt, zult u merken dat de naald in de beschermhuls schiet.

Houd daarom na het volledig indrukken van de zuiger de spuit op zijn plaats en verminder langzaam de druk op de zuiger zodat deze omhoogkomt. Daardoor wordt het naaldje in het veiligheidssysteem getrokken. U kunt ook eerst het naaldje uit de huid trekken en dan de zuiger langzaam omhoog laten komen.

Het dopje heeft aan beide zijden een geribbeld oppervlak. Pak het dopje tussen duim en wijsvinger vast bij deze ribbeltjes en trek het dopje in een rechte beweging van de naald.

De meeste zelf toe te dienen injecties zijn voor injectie van een geneesmiddel onder de huid. De naaldjes van injecties onder de huid zijn kort. Toch kan het zijn dat er bij het injecteren een klein haarvaatje wordt geraakt. Dit is niet gevaarlijk, er kan daardoor wel een blauwe plek of bloeduitstorting ontstaan.

Een blauwe plek na het injecteren kan ook ontstaan doordat u over de injectieplaats wrijft na injectie. Wrijf daarom niet over de injectieplaats na injectie.

Als een spuit hapert vragen wij u om de Maartensapotheek te bellen. De medewerker stelt u een paar vragen en geeft u instructies. In veel gevallen blijkt dat de spuit alsnog gebruikt kan worden. Als een spuit na verschillende pogingen toch blijft haperen, dan moet deze in uitzonderlijke gevallen worden ingeleverd worden bij de Maartensapotheek ter vernietiging.

Vragen over geneesmiddelen op reis

Gebruikt u reumamedicatie die uw afweer remt en hebt u reizigersvaccinaties nodig? Vaak gaat dat goed, bijvoorbeeld bij de hepatitis-, DTP- en buiktyfusvaccinaties. Het is dan wel verstandig om op tijd een afspraak te maken bij een travel clinic of bij de GGD. Sommige vaccinaties worden liever niet gegeven aan mensen die bijvoorbeeld biologicals of JAK-remmers gebruiken. Een voorbeeld hiervan is het gele koortsvaccin, dat soms wordt geadviseerd als u naar sommige delen van Zuid-Amerika of Afrika gaat.

Gaat u starten met een biological en wilt u verre reizen maken? Overweeg dan om voor de start van de biological al de nodige vaccinaties te halen. Hebt u verder nog vragen waar u aan moet denken als u reizigersvaccinaties nodig heeft en u reumamedicatie gebruikt die uw afweer remt? Bespreek die dan tenminste 6 weken voordat u uw reis gaat boeken of vertrekt, met uw arts of de apotheker van de Maartensapotheek.

Verklaringen

Als u geneesmiddelen gebruikt en op reis gaat, neem dan altijd een geneesmiddelpaspoort mee. In het buitenland bent u verplicht om in het bezit te zijn van een geneesmiddelpaspoort om aan te kunnen tonen dat u deze geneesmiddelen gebruikt en bij u heeft om een medische reden. Een geneesmiddelpaspoort is een document waarop uw geneesmiddelgebruik, gebruik van hulpmiddelen (zoals spuiten en naalden), eventuele allergieën en overige bijzonderheden met betrekking tot het gebruik van geneesmiddelen staan vermeld. Er staat in het Nederlands, Engels, Duits, Spaans en Turks op dat u deze genees- en hulpmiddelen op doktersadvies gebruikt. Daarnaast is het verstandig een dergelijk paspoort bij u te dragen met daarop uw actuele geneesmiddelgebruik en allergieën voor het geval u onverhoopt een arts moet bezoeken of wordt opgenomen in een ziekenhuis. De Maartensapotheek verstrekt deze geneesmiddelpaspoorten gratis.

Voor sommige geneesmiddelen is alleen een geneesmiddelpaspoort onvoldoende. Dit is het geval bij geneesmiddelen die onder de Opiumwet vallen. Dit zijn bijvoorbeeld sterke pijnstillers (zoals morfine en oxycodon), maar ook ADHD-middelen (zoals methylfenidaat) en slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals oxazepam). In veel landen is het bezitten of gebruiken van deze middelen streng verboden. Daarom heeft u hiervoor een extra verklaring nodig. Het verkrijgen van een dergelijke verklaring kan een aantal weken duren.

Gebruikt u één van deze geneesmiddelen en gaat u naar het buitenland, kijk dan op www.hetcak.nl wat u moet doen. Het is belangrijk om te weten dat het regelen van een verklaring een aantal weken in beslag neemt. Heeft u nog vragen, neem dan contact op met de Maartensapotheek.

Bewaren

Er zijn geneesmiddelen die in de koelkast bewaard moeten worden. Voor diverse injectiespuiten die gekoeld bewaard moeten worden, heeft de fabrikant koeltasjes ontwikkeld. Daarin kunt u deze spuiten met behulp van een koelelement gekoeld vervoeren. Zorg ervoor dat de spuiten niet in direct contact komen met de koelelementen, om bevriezing te voorkomen. Zo’n koeltasje bevindt zich in het starterspakket. Mocht u geen koeltasje hebben, neem dan contact op met de Maartensapotheek. Leg de koeltas nooit in de zon.

Reizen met het vliegtuig

Wij adviseren u om ruim voor aanvang van uw reis contact op te nemen met uw vliegmaatschappij. U kunt dan vertellen dat u geneesmiddelen gebruikt die gekoeld bewaard moeten worden en afspreken dat uw geneesmiddelen tijdens de vlucht in de koelkast bewaard worden. Neem uw spuiten mee in een koeltas met koelelement. U kunt ook afspreken dat de koelelementen in de koelkast (bij voorkeur in het vriesgedeelte) bewaard kunnen worden.
Let op: in het laadruim van het vliegtuig kan de temperatuur dalen tot onder het vriespunt. Geneesmiddelen kunnen bij deze temperaturen minder werkzaam of zelfs onwerkzaam worden. Wij adviseren daarom om uw geneesmiddelen altijd in uw handbagage mee te nemen. Daarnaast kan uw koffer vertraagd of kwijt raken. Ook om die reden kunt u beter uw geneesmiddelen in uw handbagage meenemen.

Reizen met de auto

Gaat u met de auto op vakantie? Dan raden wij u aan de spuiten te vervoeren in een koeltas met koelelement. Een nadeel hiervan is dat koelelementen binnen een paar uur ontdooien (afhankelijk van de temperatuur). Als u lang moet reizen, kunt u ervoor kiezen om een elektrische koelbox te gebruiken. Heeft u nog vragen, neem dan contact op met de Maartensapotheek.

Toedienen

Tijdens reizen en vakantie vergeten de meeste mensen wel eens hun geneesmiddelen.
Tips om uw geneesmiddelen tijdens reizen en vakantie te gebruiken zoals u hebt afgesproken met uw arts:

  • U kunt gebruikmaken van een medicijn-app op uw smartphone om u eraan te herinneren dat u uw medicijn moet innemen of injecteren. Elke app werkt weer een beetje anders, bijvoorbeeld door een signaal te sturen of een herinnerings-SMS-je. Meer informatie hierover. Bekijk meer informatie hierover.
  • Indien er sprake van is van een tijdsverschil met het land waar u naartoe reist, kan een innameschema praktisch zijn. De medewerkers van de Maartensapotheek denken graag mee bij het opstellen van een innameschema.
  • In het geval van een korte reis is het soms mogelijk om in overleg met uw reumatoloog of een apotheker van de Maartensapotheek uw toedienschema iets aan te passen, waardoor u geen injectie mee hoeft te nemen op reis. Overleg hierover altijd met uw reumatoloog of de apotheker van de Maartensapotheek.

Algemene tips

  • Het is slim om de geneesmiddelen in de originele verpakking te vervoeren. Zo lijken geneesmiddelen minder op drugs.
  • Gaat u met het vliegtuig, doe dan niet alle geneesmiddelen in één koffer. Als die koffer dan kwijtraakt, heeft u geen enkel medicijn meer voorhanden.

Bekijk ook ons filmpje over op vakantie gaan met medicijnen.

Er zijn geneesmiddelen die in de koelkast bewaard moeten worden. Voor diverse injectiespuiten die gekoeld bewaard moeten worden, heeft de fabrikant koeltasjes ontwikkeld. Daarin kunt u deze spuiten met behulp van een koelelement gekoeld vervoeren. Zorg ervoor dat de spuiten niet in direct contact komen met de koelelementen, om bevriezing te voorkomen. Zo’n koeltasje bevindt zich in het starterspakket. Mocht u geen koeltasje hebben, neem dan contact op met de Maartensapotheek. Leg de koeltas nooit in de zon.

Reizen met het vliegtuig

Wij adviseren u om ruim voor aanvang van uw reis contact op te nemen met uw vliegmaatschappij. U kunt dan vertellen dat u geneesmiddelen gebruikt die gekoeld bewaard moeten worden en afspreken dat uw geneesmiddelen tijdens de vlucht in de koelkast bewaard worden. Neem uw spuiten mee in een koeltas met koelelement. U kunt ook afspreken dat de koelelementen in de koelkast (bij voorkeur in het vriesgedeelte) bewaard kunnen worden.
Let op: in het laadruim van het vliegtuig kan de temperatuur dalen tot onder het vriespunt. Geneesmiddelen kunnen bij deze temperaturen minder werkzaam of zelfs onwerkzaam worden. Wij adviseren daarom om uw geneesmiddelen altijd in uw handbagage mee te nemen. Daarnaast kan uw koffer vertraagd of kwijt raken. Ook om die reden kunt u beter uw geneesmiddelen in uw handbagage meenemen.

Reizen met de auto

Gaat u met de auto op vakantie? Dan raden wij u aan de spuiten te vervoeren in een koeltas met koelelement. Een nadeel hiervan is dat koelelementen binnen een paar uur ontdooien (afhankelijk van de temperatuur). Als u lang moet reizen, kunt u ervoor kiezen om een elektrische koelbox te gebruiken. Heeft u nog vragen, neem dan contact op met de Maartensapotheek.

Bekijk ook ons filmpje over op vakantie gaan met medicijnen.

Als u geneesmiddelen gebruikt en op reis gaat, neem dan altijd een geneesmiddelpaspoort mee. In het buitenland bent u verplicht om in het bezit te zijn van een geneesmiddelpaspoort om aan te kunnen tonen dat u deze geneesmiddelen gebruikt en bij u heeft om een medische reden. Een geneesmiddelpaspoort is een document waarop uw geneesmiddelgebruik, gebruik van hulpmiddelen (zoals spuiten en naalden), eventuele allergieën en overige bijzonderheden met betrekking tot het gebruik van geneesmiddelen staan vermeld. Er staat in het Nederlands, Engels, Duits, Spaans en Turks op dat u deze genees- en hulpmiddelen op doktersadvies gebruikt. Daarnaast is het verstandig een dergelijk paspoort bij u te dragen met daarop uw actuele geneesmiddelgebruik en allergieën voor het geval u onverhoopt een arts moet bezoeken of wordt opgenomen in een ziekenhuis.

De Maartensapotheek verstrekt deze geneesmiddelpaspoorten gratis. Om een geneesmiddelpaspoort aan te vragen, kunt u het beste inloggen in Zorgdoc en uw geneesmiddeloverzicht kloppend maken. Stuur vervolgens een bericht via het berichtencentrum, waarin u ons laat weten graag een paspoort te ontvangen. Wij sturen deze dan ondertekend per post naar u op. Als u om een andere reden dan een bezoek aan het buitenland een overzicht wilt hebben (bijvoorbeeld als u binnenkort een arts buiten de Sint Maartenskliniek bezoekt), dan kunt u zelf een overzicht printen vanuit uw geneesmiddelenoverzicht. Deze is dan uiteraard niet ondertekend door één van onze medewerkers.

Vragen over (het gebruik van) Zorgdoc

Zorgdoc is een online platform voor patiënten. In Zorgdoc kunt u uw geneesmiddelgegevens inzien, wijzigen en een geneesmiddeloverzicht printen. Daarnaast kunt u via Zorgdoc vragen stellen aan de Maartensapotheek en eenvoudig uw geneesmiddelen bestellen.

De Sint Maartenskliniek gebruikt Zorgdoc daarnaast voor het samenstellen van uw geneesmiddeloverzicht voorafgaand aan uw bezoek aan de polikliniek Reumatologie.

Heeft u al een Zorgdoc account? Ga dan naar www.zorgdoc.nl of download de Zorgdoc app en log in.

Heeft u nog geen Zorgdoc account? Ga dan naar de registratiepagina en klik op 'registreren'. Na het doorlopen van de stappen ontvangt u een e-mail van de Sint Maartenskliniek, waarmee u de registratie kunt voltooien. Het is belangrijk dat u het e-mailadres invult dat bekend is bij de Sint Maartenskliniek. Heeft u geen e-mail ontvangen? Controleer dan ook de spam-box, soms komen berichten van de Sint Maartenskliniek daarin terecht.

Lukt het u niet om in te loggen of een account aan te maken? Neem dan contact op met de Maartensapotheek.

Ga naar www.zorgdoc.nl, klik op 'Inloggen' en vervolgens op 'Inloggegevens vergeten'. U kunt de herstelcode ontvangen via e-mail of per SMS. Kies de manier die u wilt gebruiken. U ontvangt vervolgens de herstelcode. Klik in de e-mail op de link óf neem de herstelcode over uit het SMS-bericht.

Heeft u hulp nodig bij het herstellen van inloggegevens? Neem dan contact op met de Maartensapotheek.

Uw arts kan alleen veilig geneesmiddelen aan u voorschrijven als hij/zij een actueel geneesmiddeloverzicht van u heeft. Als dit voorafgaand aan het consult al is samengesteld, blijft er tijdens het consult meer tijd over om andere belangrijke aspecten van uw behandeling te bespreken. Daarnaast gaat het bezoek aan de apotheek sneller, omdat uw geneesmiddeloverzicht niet opnieuw samengesteld hoeft te worden.

Wij vragen u om uw geneesmiddeloverzicht ook te controleren als er sinds uw vorige bezoek aan de Sint Maartenskliniek niets gewijzigd is aan uw geneesmiddelgebruik.

U ontvangt een uitnodiging van de Sint Maartenskliniek om uw geneesmiddelgegevens te controleren. U logt in via de Zorgdoc app of website (www.zorgdoc.nl) en u klikt op de knipperende knop 'Lijst nakijken'. Per geneesmiddel klikt u op 'Juist' als het gegeven klopt en op 'Wijzig' om het gegeven aan te passen.

Als u een geneesmiddel mist, dan kunt u dit onderin het scherm toevoegen. Klopt het overzicht, ga dan naar het volgende scherm. Vervolgens stellen wij u een aantal vragen over uw ervaringen met uw geneesmiddelgebruik.

Als u de vragen doorlopen heeft, ziet u een samenvatting van wat u heeft ingevuld en klikt u op 'Versturen'. Daarna bent u klaar en zijn de gegevens verzonden naar de Sint Maartenskliniek.

Via Zorgdoc kunt u gemakkelijk uw geneesmiddelen online bestellen bij de Maartensapotheek. Dit geldt voor alle geneesmiddelen waarvoor de Maartensapotheek een recept heeft.

Tijdens het bestellen, kunt u aangeven wanneer u de levering wilt ontvangen. Als de Sint Maartenskliniek weet dat uw geneesmiddelen bijna op zijn, ontvangt u een e-mail om u eraan te herinneren dat het tijd is om een bestelling te plaatsen.

Hoe gaat het precies in zijn werk?

  • Klik op de link in de mail of log in en kies voor ‘bestel medicatie’
  • Als u gekoelde reumamedicijnen gebruikt, vraagt het systeem u hoeveel u daarvan nog op voorraad heeft. Vult u dit alstublieft in.
  • Geef in het volgende scherm aan wat u precies wilt bestellen. U kunt daarnaast ook aanvinken dat u een medicatiepaspoort wilt ontvangen of, als u injecties gebruikt, dat u een nieuwe naaldencontainer wilt ontvangen of een volle wilt inleveren.
  • Geef aan hoe en wanneer u de geneesmiddelen wilt ontvangen.
  • Om veilig geneesmiddelen af te kunnen leveren, willen wij graag weten welke geneesmiddelen u nog meer gebruikt. Daarom vragen wij u om uw geneesmiddeloverzicht te actualiseren. Als u alleen een biological aanvraagt, dan stellen wij deze vraag niet.
  • Vervolgens ziet u een samenvatting. Klik onderin het scherm op 'Versturen' om uw bestelling te plaatsen.

Open uw patiëntdossier door in te loggen op de app of via de website. Klik vervolgens op de knop 'Berichtencentrum'. Daar ziet u uw bestellingen en alle berichten die u via Zorgdoc heeft verstuurd naar of heeft ontvangen van de Sint Maartenskliniek.

Vragen over biologische geneesmiddelen en JAK-remmers

Een biologisch geneesmiddel tegen ontstekingsreuma bevat een eiwit waarvan de werkzame stof is gemaakt door een levend organisme of afkomstig is van een levend organisme. Daarom heten ze ‘biologische’ geneesmiddelen.

Biologische geneesmiddelen onderdrukken de werking van je afweersysteem. Dat gebeurt op verschillende manieren. Ze remmen de eiwitten die ervoor zorgen dat er een ontsteking ontstaat,  zoals TNF of interleukines of de cellen die deze eiwitten maken (de T- en B-cellen). Alleen een reumatoloog mag deze biologische geneesmiddelen voorschrijven. U krijgt biologische geneesmiddelen toegediend via een injectie onder uw huid, of met een infuus.

Bekijk ook het filmpje van ReumaNederland over de werking van biologicals.

Meer informatie over biologische geneesmiddelen (bDMARD's) vindt u ook op de website van ReumaNederland.

Doordat biologische geneesmiddelen tegen ontstekingsreuma het afweersysteem onderdrukken, is er een verhoogde kans op infecties, zoals een luchtweginfectie, gordelroos of een blaasontsteking.

Voor meer informatie over biologische geneesmiddelen (bDMARD's) bekijkt u de website van ReumaNederland.

Meer informatie over bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt, vindt u op de pagina Medicatie bij reuma.

JAK-remmers (zoals baricitinib en tofacitinib) remmen janus kinase eiwitten in het lichaam. Janus kinase eiwitten zijn in het lichaam betrokken bij het doorgeven van boodschappen in het immuunsysteem via cytokines. Cytokines zijn hele kleine deeltjes in het immuunsysteem. Zo klein dat ze zelfs met een speciale microscoop niet te zien zijn.
Die cytokines kunnen ‘verkeerde’ boodschappen doorgeven waardoor pijn, stijfheid en zwellingen die bij reumatoïde artritis (RA) horen ontstaan.
Een JAK-remmer remt de ‘cytokines’ waardoor de RA tot rust komt.

Bekijk meer informatie over JAK-remmers (tsDMARD's) en over de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Als bijwerking van JAK-remmers komen infecties zoals neusverkoudheid, gordelroos of blaasontsteking regelmatig voor. Ook maag- en darmklachten zoals misselijkheid en diarree en een verhoogd cholesterol zijn bekende bijwerkingen.

Bekijk meer informatie over JAK-remmers (tsDMARD's) en over bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Ja, dat gebeurt wel eens bij een aantal biologische geneesmiddelen. Dit kan komen doordat uw lichaam zogenaamde ‘antistoffen’ tegen de gebruikte biological ontwikkelt. Hierdoor vermindert de werking ervan. Om te voorkomen dat u een dergelijke reactie krijgt, schrijft uw reumatoloog naast het biologische geneesmiddel vaak ook methotrexaat voor.

Werkt uw geneesmiddel minder dan u gewend bent en duurt het nog te lang voordat u weer een consult hebt bij de reumatoloog? Neem dan contact op met uw reumatoloog.

Ja, als een biological niet werkt, dan is er nog steeds een goede kans dat de volgende biological wel werkt. Zelfs als u niet goed reageerde op een anti-TNF-middel, is het daarna nog zeker de moeite waard om een ander anti-TNF-middel te gebruiken.

Een groot deel van de mensen met reuma heeft baat bij reumamedicatie zoals biologicals en JAK-remmers. Maar, omdat het afweersysteem door dit soort geneesmiddelen wordt geremd, lijkt het er op dat het lichaam zich ook iets minder goed kan beschermen tegen infecties door bacteriën en virussen. Mensen die deze geneesmiddelen gebruiken, hebben een grotere kans op een infectie. Bij mensen die bijvoorbeeld anti-TNF blokkerende biologicals gebruiken, lijken vooral luchtweg- en blaasinfecties ongeveer twee keer zo vaak voor te komen.

Bepaalde reumamedicatie zoals biologische geneesmiddelen en JAK-remmers remmen de werking van specifieke cellen of eiwitten in uw afweersysteem. Hierdoor wordt ook uw afweer tegen infecties geremd. U kunt dus makkelijker een infectie krijgen en soms verlopen infecties ook heftiger.

Door gezond te eten, genoeg te slapen en regelmatig te bewegen, blijft uw algehele weerstand zo hoog mogelijk. Met een goede weerstand is uw lichaam beter in staat om ziekmakende bacteriën en virussen te bestrijden en wordt u vaak minder snel of hevig ziek. Mocht u toch ziek worden, dan herstelt u meestal sneller.

Bij het gebruik van een biological of JAK-remmer kunt u makkelijker een infectie krijgen en soms verlopen infecties ook heftiger. Denk aan verkoudheden en keelpijn. Dit komt doordat biologicals en JAK-remmers de werking van specifieke cellen of eiwitten in uw afweersysteem remt. Hierdoor wordt ook uw afweer tegen infecties geremd. Als u een gewone verkoudheid heeft zonder koorts, dan kunt u biologicals of JAK-remmers gewoon door blijven gebruiken.

Koorts is vaak een teken van een infectie in het lichaam. Gebruikt u een biological of JAK-remmer, neem dan bij koorts contact op met uw reumatoloog. Het kan nodig zijn tijdelijk te stoppen tot u weer beter bent. De arts zal u hierover adviseren.

Als u een tandheelkundige ingreep krijgt vanwege een infectie, wanneer er een infectie wordt vermoed of als de ingreep een risico op infectie met zich meebrengt, dient u te overleggen met de arts. De arts zal bekijken welke geneesmiddelen u kunt blijven gebruiken en welke eventueel gestopt moeten worden. Daarnaast is het van belang dat u de tandarts die de ingreep uitvoert op de hoogte stelt van alle geneesmiddelen die u gebruikt.

Het kan zijn dat de tandarts u preventief antibiotica voorschrijft. Deze kunt u veilig gebruiken in combinatie met uw biologicals of JAK-remmer.

Vragen over klassieke reumageneesmiddelen (csDMARD's)

Klassieke reumageneesmiddelen onderdrukken de afweerreactie van het lichaam. Hierdoor verminderen de gewrichtsontstekingen. Dat is te merken aan het afnemen van de pijn, zwelling en stijfheid van de gewrichten. Met deze geneesmiddelen (waaronder methotrexaat) komt de reuma tot rust waardoor gewrichtsschade voorkomen wordt.

Bekijk meer informatie over klassieke reumageneesmiddelen (csDMARD's) en over de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Bekijk ook ons filmpje over methotrexaat en de bijwerkingen.

Klassieke reumageneesmiddelen kunnen de weerstand verlagen en bijwerkingen geven. De meest voorkomende bijwerkingen zijn maag- en darmklachten zoals diarree, misselijkheid, braken, verminderde eetlust en buikpijn.

Bekijk meer informatie over klassieke reumageneesmiddelen (csDMARD's) en over de bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Bekijk ook ons filmpje over methotrexaat en de bijwerkingen.

De kans op kanker bij reumatologische doseringen van methotrexaat is niet verhoogd. Methotrexaat is de hoeksteen van de behandeling van reumatoïde artritis. Het middel is bij veel mensen effectief en heeft voor veel mensen (helaas niet voor iedereen) acceptabele bijwerkingen. Bovendien is er veel ervaring met methotrexaat en is het middel ook betaalbaar. Dat de balans tussen positief effect en negatieve bijwerkingen gunstig uitpakt voor methotrexaat, blijkt wel uit het feit dat na vijf jaar, nog steeds de helft van de mensen met reuma methotrexaat gebruikt.

Methotrexaat wordt bij reuma in een dosis van 5-30 mg per week voorgeschreven. Het geneesmiddel wordt ook bij kanker gebruikt, maar dan in een dosis van enkele grammen per dag. Omdat methotrexaat bij kanker wordt gebruikt, zijn sommige mensen bang dat je van methotrexaat kanker krijgt. Er zijn echter vele onderzoeken die laten zien dat langdurig gebruik van methotrexaat de kans op kanker niet of nauwelijks lijkt te verhogen.

De reumaremmer methotrexaat kan als bijwerking maagklachten en misselijkheid veroorzaken. Dit is soms op te lossen door de wekelijkse dosering methotrexaat niet in één keer in te nemen maar in twee tot drie porties verspreid over één dag.

Moet u bijvoorbeeld elke vrijdag negen tabletten innemen, dan mag u de methotrexaat uitspreiden over 24 uur: dus vrijdagochtend drie tabletten, vrijdagavond drie tabletten en zaterdagochtend drie tabletten. Als dat onvoldoende helpt kan de wekelijkse dosering methotrexaat op de wekelijkse dag van inname voor de nacht worden ingenomen. Patiënten geven regelmatig aan dan minder last van misselijkheid te ervaren. Als ook dit onvoldoende helpt dan kunnen methotrexaat injecties worden overwogen.

Als al deze opties niet werken kan de arts een extra geneesmiddel tegen misselijkheid voorschrijven (ondansetron), dit wordt vaak 1 uur voor en indien nodig nog 1 keer binnen 12 uur na methotrexaat ingenomen.

Bekijk ook ons filmpje over methotrexaat en de bijwerkingen.

Haaruitval is een zeer zeldzame bijwerking van de methotrexaat. Veel bijwerkingen van methotrexaat ontstaan doordat methotrexaat de aanmaak van foliumzuur verhindert. Lichaamscellen hebben foliumzuur nodig om zich te kunnen vermenigvuldigen en zo te groeien. De bijwerkingen ontstaan door het tekort aan foliumzuur in de gezonde cellen. Dat is vooral het geval op plaatsen waar de cellen zich van nature snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van de mond, maag en darmen, de huid, het haar en het bloed.

Daarom schrijft de arts behalve methotrexaat ook foliumzuur voor. Meestal moet u 2 keer per week 5 milligram foliumzuur   innemen, minstens 24 uur nadat u methotrexaat heeft gebruikt én 4 dagen nadat u de methotrexaat heeft gebruikt. U heeft dan minder kans op bijwerkingen. Als dat onvoldoende helpt om bijwerkingen zoals haaruitval te voorkomen kan in overleg met uw reumatoloog de dosering foliumzuur worden verhoogd.

Aften zijn een bekende bijwerking van het gebruik van methotrexaat. Aften zijn lastig te behandelen. Soms vermindert de pijn door op de aft wat pijnstillende gel met lidocaïne aan te brengen. Soms ook worden aften behandeld met een zalf met corticosteroïden (stofjes die op prednison lijken). Gebruik dan een speciale zalf die blijft plakken op het mondslijmvlies (vraag hiernaar in de apotheek). Alle andere crèmes en zalven blijven niet op het mondslijmvlies zitten. De zalf moet drie tot vier keer per dag op de aften worden aangebracht. Heel soms wordt een mondspoeling met een antibioticum (tetracycline) gegeven. Als het niet lukt met een spoeling of een zalfje, kunnen tabletjes met prednisolon worden gegeven.

Kijk voor tips over wat u zelf kunt doen als u aften heeft op de website van thuisarts.nl.

De meest voorkomende bijwerkingen van methotrexaat zijn maag- en darmklachten (een vol gevoel, misselijkheid, diarree) en een toename van bepaalde leverenzymen in het bloed. Van deze afwijkende waarden merkt u zelf niets. De arts zal daarom uit voorzorg uw bloed regelmatig controleren. Een afwijkende uitslag van de leverfunctie is doorgaans van voorbijgaande aard. Om deze afwijking te voorkomen, schrijft de arts foliumzuur voor.

Door foliumzuur te gebruiken, neemt de kans op leverbijwerkingen door methotrexaat drastisch af.
Daarom is het is belangrijk dat u naast methotrexaat ook foliumzuur tabletten gebruikt. Meestal moet u 2 keer per week 5 milligram foliumzuur innemen, minstens 24 uur nadat u methotrexaat heeft gebruikt én 4 dagen nadat u de methotrexaat heeft gebruikt.

Vragen over ontstekingsremmende pijnstillers (NSAIDs)

Veel reumatische aandoeningen gaan gepaard met pijn en ontsteking. Meestal is paracetamol bij pijn de eerste keuze, omdat het effectief en zeer veilig is. Maar wanneer er sprake is van een ontsteking, werkt paracetamol niet zo goed. Voor ontstekingspijn worden vaak de NSAIDs (Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drugs, ofwel ontstekingsremmende pijnstillers) gebruikt. Deze middelen zijn doorgaans zeer effectief bij ontstekingspijn.

Bekijk meer informatie over ontstekingsremmende pijnstillers of over de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Bekijk ook ons filmpje over veelgestelde vragen over pijnstillers.

De belangrijkste bijwerkingen van ontstekingsremmende pijnstillers zijn maag- en darmklachten. Soms krijgen mensen ook last van hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid en slapeloosheid. Omdat oudere mensen en mensen met bepaalde andere geneesmiddelen en/of ziekten meer kans hebben op maagbijwerkingen, krijgen zij soms uit voorzorg al een maagbeschermer om de maagklachten te verminderen.

Bekijk meer informatie over ontstekingsremmende pijnstillers of over de bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Ontstekingsremmende pijnstillers (NSAIDs) kunnen soms maagklachten veroorzaken, omdat ze de vorming van stofjes remmen die de maag beschermen tegen het maagzuur.

Meestal zijn de maagbijwerkingen van ontstekingsremmende pijnstillers mild. Maar soms kunnen er maagbloedingen ontstaan. De kans op zo’n maagbloeding na een jaar gebruik van ontstekingsremmende pijnstillers is afhankelijk van de leeftijd en het hebben van andere aandoeningen. Als je een jaar lang een ontstekingsremmende pijnstiller gebruikt, is de kans op een maagbloeding ongeveer 1:1.000. Bij ouderen en vooral bij ouderen die ook andere aandoeningen hebben, neemt de kans toe tot 1:100.

Om de kans op een maagbloeding te verkleinen kan de arts er voor kiezen om een maagbeschermer (bijvoorbeeld omeprazol of pantoprazol) voor te schrijven. Deze maagbeschermers halveren de kans op een maagbloeding.

Heeft u de maagbeschermer alleen voorgeschreven gekregen in verband met het gebruik van een ontstekingsremmende pijnstiller (NSAID)? Dan kunt bij het stoppen van de pijnstiller aan uw arts vragen of u ook mag stoppen met het gebruik van uw maagbeschermer.

Gebruikt u dit medicijn langer dan 8 weken achter elkaar? Dan kunt u beter niet in één keer stoppen. Bij langdurig gebruik van een maagbeschermer kan het zijn dat uw lichaam gewend is aan de maagbeschermer. Als u plotseling stopt met de maagbeschermer, nemen mogelijk de maagklachten toe, omdat uw maag dan reageert met de aanmaak van extra veel maagzuur. Hierdoor komen uw klachten weer terug. U kunt het gebruik het beste in 2 tot 3 weken langzaam afbouwen om dit te voorkomen. Overleg hierover met uw apotheker of arts.

Heeft u de maagbeschermer korter dan 8 weken gebruikt? Dan kunt u wel in één keer stoppen.

Vragen over corticosteroïden (zoals prednisolon) 

Corticosteroïden (zoals prednisolon) werken snel ontstekingsremmend en zijn te verkrijgen in pil-vorm, of als injectie. Corticosteroïden krijgt u vaak als de arts net de diagnose heeft gesteld en u een vorm van ontstekingsreuma heeft. U krijgt het voorgeschreven omdat het snel werkt tegen ontstekingen. Meestal krijgt u daarnaast een ander (langzaam werkend) reumamedicijn, waarvan het langer duurt voordat het zijn werk gaat doen.

Er wordt ook vaak tijdelijk prednison voorgeschreven wanneer er een plotselinge opvlamming van de reumatische aandoening is.

Prednisolon wordt zodra het mogelijk is door de reumatoloog afgebouwd. Bij reumatologische aandoeningen die ook worden behandeld met langzaam werkende reumaremmers wordt prednisolon vaak afgebouwd zodra deze langzame reumaremmers voldoende werken.

Bekijk meer informatie over corticosteroïden (prednisolon) of over de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Bekijk ook ons filmpje over prednisolon en de bijwerkingen van dit geneesmiddel.

Bij kortdurend gebruik van prednisolon kunt u last krijgen van maag- en/of darmklachten. Ook zijn er mensen die ervaren dat hun stemming verandert. Sommige mensen worden energieker, rustelozer of prikkelbaarder, anderen somberder.

Daarnaast kan het voorkomen dat door het gebruik van prednison een wondje of een infectie minder goed geneest. Ook kan bij iemand met suikerziekte de bloedsuiker ontregeld raken.

Wanneer prednisolon langer wordt gebruikt, worden sommige mensen wat dikker. Dit kan komen doordat de vetstofwisseling verandert, maar ook doordat je meer trek krijgt en daardoor meer gaat eten. Let daarom bij langdurig gebruik van prednison extra op eetgewoonten.

Regelmatig krijgen mensen een opgezwollen (‘vollemaans’) gezicht. Langdurig gebruik van prednison (zeker in doseringen boven de 7,5-15 mg/dag) zorgt er ook voor dat de botten wat brozer worden. Hierdoor kan de kans op een botbreuk toenemen. Dit is dan ook de reden dat mensen die langdurig prednison gebruiken, soms tabletten moeten slikken om de botontkalking tegen te gaan. Vaak zijn dat wekelijkse tabletten met alendroninezuur of risendroninezuur. Bij deze tabletten is het altijd raadzaam om ook vitamine D te gebruiken. Daarnaast is het belangrijk om voldoende calcium binnen te krijgen, via de voeding of via een geneesmiddel. 

Bekijk meer informatie over corticosteroïden (prednisolon) of over de bijwerkingen van de specifieke geneesmiddelen die u gebruikt op de pagina Medicatie bij reuma.

Bekijk ook ons filmpje over prednisolon en de bijwerkingen van dit geneesmiddel.

Zoals bij veel geneesmiddelen geldt ook bij het voorschrijven van prednison dat de dosis en de behandelduur bepalen of een geneesmiddel veel bijwerkingen geeft. De bijwerkingen bij een hoge maar kortdurende dosering vallen mee en ook bij een langdurige, maar lage dosis prednisolon lijken de bijwerkingen hanteerbaar.

Prednisolon is belangrijk bij de behandeling van reumatische aandoeningen, zoals reumatoïde artritis, jicht, systeemziekten en polymyalgia rheumatica. Het middel wordt daarnaast bij vele andere aandoeningen toegepast waaronder astma, huidziekten en darmziekten. Behalve dat het een snel ontstekingsremmend effect heeft, zorgt prednisolon (zeker in het vroege stadium van reumatoïde artritis) voor remming van schade aan de gewrichten.

Omdat prednisolon zo snel werkt, wordt het vaak gebruikt bij de begin van de ziekte en als de aandoening even opvlamt. Ook kan prednisolon veilig worden toegepast bij vrouwen met reuma die een kinderwens hebben.

Bij kortdurend gebruik van prednisolon kunt u last krijgen van maag- en/of darmklachten. Ook zijn er mensen die ervaren dat hun stemming verandert. Sommige mensen worden energieker, rustelozer of prikkelbaarder, andere daarentegen somberder. Daarnaast kan het voorkomen dat door het gebruik van prednisolon een wondje of een infectie minder goed geneest.

Tot slot kan bij iemand met suikerziekte de bloedsuiker ontregeld raken. Wanneer prednisolon langer wordt gebruikt, worden sommige mensen wat dikker. Dit kan komen doordat de vetstofwisseling verandert, maar ook doordat je meer trek krijgt en daardoor meer gaat eten. Let daarom bij langdurig gebruik van prednisolon extra op eetgewoonten.

Regelmatig krijgen mensen een opgezwollen (‘vollemaans’) gezicht. Veel mensen ervaren dit als een belangrijk nadeel van de behandeling. Niet alleen vanwege het uiterlijk, maar ook omdat de buitenwereld denkt dat het voorspoedig met je gaat, terwijl je je helemaal niet zo lekker voelt.

Langdurig gebruik van prednisolon (zeker in doseringen boven de 7,5-15 mg/dag) zorgt er bovendien voor dat de botten wat brozer worden. Hierdoor kan de kans op een botbreuk toenemen. Dit is dan ook de reden dat mensen die langdurig prednisolon gebruiken, soms tabletten moeten slikken om de botontkalking tegen te gaan. Vaak zijn dat wekelijkse tabletten met alendroninezuur of risendroninezuur. Bij deze tabletten is het altijd raadzaam om ook vitamine D te gebruiken.

Bekijk ook ons filmpje over prednisolon en de bijwerkingen van dit geneesmiddel.

Zowel prednison als prednisolon zijn zogenaamde ‘corticosteroïden’. Dit zijn geneesmiddelen die een sterk ontstekingsremmend effect hebben.

Prednison en prednisolon hebben precies dezelfde werking in het lichaam. Als u prednison slikt, zal de lever de prednison omzetten in prednisolon. Krijgt u prednisolon, dan hoeft de lever dat niet meer te doen. De prednisolon doet onmiddellijk zijn werk.

Vaak worden deze twee namen in de praktijk door elkaar gebruikt. Wees dan ook niet verbaasd als uw arts over prednison praat, en prednisolon voorschrijft.

Prednison kunt u overigens alleen als tablet of capsule krijgen. Prednisolon komt daarnaast ook voor in injecties, oogdruppels of zalf.

Prednisolon kan botontkalking (osteoporose) veroorzaken. Wanneer iemand langere tijd matig hoog of hoge doseringen prednisolon (boven de 7,5-15 mg/dag) krijgt, zal de arts dan ook overwegen om geneesmiddelen voor te schrijven die de botafbraak remmen. Als u stopt met prednisolon of u met afbouwen op lage doseringen prednisolon uitkomt, dan kunt u aan uw arts vragen of u ook mag stoppen met het gebruik van uw geneesmiddel tegen botontkalking.