Biopsychosociale behandeling bij scoliose: meer resultaat, minder medicatie
Adult spinal deformity (ASD), ofwel een scoliose komt voor bij 68% van de volwassenen boven de 60 jaar. De meest beperkende klacht is rugpijn. De ziektelast voor patiënten én de maatschappelijke en economische impact zijn groot in vergelijking met andere chronische aandoeningen en nemen toe, gezien de vergrijzing van de wereldbevolking.
Behandeling kan operatief of niet-operatief plaatsvinden. Niet-operatieve behandeling (zoals fysiotherapie, pijnmedicatie, injecties, braces, oefentherapie of afwachtend beleid) wordt beschouwd als de eerstelijnsbehandeling. Systematische reviews laten echter zien dat het wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit van deze niet-operatieve behandelingen beperkt en van lage kwaliteit is.
Bij chronische lage rugpijn is bekend dat naast lichamelijke factoren ook psychologische en sociale factoren een belangrijke rol spelen. Biopsychosociale behandelprogramma’s laten bij deze patiëntengroep aantoonbare en langdurige verbeteringen zien in functioneren, pijn, kwaliteit van leven en zorggebruik.
Doel onderzoek
Doel van dit onderzoek is het vergelijken van twee soorten niet-operatieve behandelingen voor ASD patiënten, beide met een follow-up van één jaar:
- Care-as-usual (n=95): Behandelingen met een biomedische focus, gericht op het direct verminderen van de verkromming in de rug of de rugpijn, zoals pijnmedicatie of fysiotherapie.
- Biopsychosociale behandeling (n=95): Een twee weken durende, intensieve groepsbehandeling, gericht op het verbeteren van het dagelijkse functioneren (bukken, lopen, werken, slapen, etc.) door middel van het aanleren van zelfmanagementvaardigheden. De behandeling is een samenwerking tussen de orthopedisch chirurg, psycholoog, psychomotorisch therapeut en de fysiotherapeut. Deze behandeling wordt sinds 20 jaar succesvol aangeboden door de Sint Maartenskliniek voor patiënten met aanhoudende rugpijn. Sinds enkele jaren wordt deze behandeling ook aangeboden aan ASD patiënten, wanneer een operatie niet mogelijk of wenselijk is.
Resultaten
- Dit onderzoek toont aan dat de biopsychosociale behandeling een grotere verbetering laat zien in vergelijking met de care-as-usual behandelingen. Er is een grotere verbetering in functioneren, pijn en kwaliteit van leven, zowel fysiek als mentaal, tot zeker een jaar na behandeling.
- Ongeveer de helft van de patiënten in de biopsychosociale behandeling laat een klinisch relevante verbetering zien ten aanzien van functioneren, ten opzichte van 23% van de patiënten in de care-as-usual behandeling. Een derde van de patiënten in de biopsychosociale behandeling functioneert zelfs weer ‘normaal/gezond’. Het grootste verschil in klinisch relevante verbetering tussen beide cohorten is zichtbaar ten aanzien van de fysieke kwaliteit van leven. In de biopsychosociale behandeling laat 63% van de patiënten een relevante verbetering zien, ten opzichte van 9% van de patiënten in het care-as-usual cohort.
- Tevens neemt het pijnmedicatiegebruik af bij patiënten in de biopsychosociale behandeling. Het aantal patiënten dat opioïden gebruikt, is een jaar na behandeling gehalveerd.

Conclusie
Een behandeling gericht op biopsychosociale factoren is een veelbelovende behandelmogelijkheid voor volwassenen met een scoliose en rugpijn, bij wie een operatie niet mogelijk is. Het lijkt erop dat de patiënten in staat zijn zelfmanagementvaardigheden aan te leren om hun functioneren op de lange termijn te verbeteren. Tevens zorgt het voor een afname van pijnmedicatiegebruik, waardoor mogelijk zorgkosten en risico’s gekoppeld aan pijnmedicatiegebruik kunnen verminderen.
Meer informatie over de conservatieve behandeling RealHealth Sint Maartenskliniek?
Lees hier over de inclusiecriteria en verwijscriteria.