In juni 2010 beklom Peter van Oene (toen 53 jaar) uit Arnhem samen met zijn zwager Frans de 5100 meter hoge Margherita-top in het Rwenzori-gebergte van Oeganda. Op de vijfde dag van de trektocht bereikten ze via twee gletsjers de top, samen met hun gids. Na een half uur genieten van de serene rust boven op de berg begonnen ze aan de afdaling. Een afdaling die zou uitmonden in een pijnlijke nachtmerrie. Peter: “Het gebeurde in een flits; ik ga nooit meer het ijs op.”

“We zaten met z’n drieën aan elkaar vast met twaalf meter lange touwen”, vertelt Peter. “De gids voorop, ik in het midden en Frans achteraan. Het was een route met veel gletsjerspleten waar je overheen moest stappen bij het smalste stuk. Nadat ik over een van die spleten was gestapt, gleed ik plotseling uit. Ineens ging het heel snel; ik kon me niet meer vastklampen en ik gleed zo de volgende gletsjerspleet in.” Binnen een paar seconden hing hij op twaalf meter diepte onder in die krappe, koude ruimte. Met bovendien enorm veel pijn aan zijn linkerbeen. Peter: “Het onderbeen bungelde er raar bij. Frans was door mijn val een stuk meegesleurd en was hard op zijn gezicht terechtgekomen. Hij was even bewusteloos geweest. Na vijf lange minuten had ik eindelijk contact met hem en de gids. Helaas konden ze mij met z’n tweeën niet omhoog trekken.”

Op de billen de berg af

De gids ging terug naar het eerstvolgende kamp om hulp te halen. Maar dat kamp lag niet om de hoek. Zes uur lang hing Peter daar met zijn verbrijzelde onderbeen. Met alleen maar ijs om hem heen en een klein beetje zonlicht in de verte boven hem. “Gelukkig kon ik nog met Frans communiceren. We concludeerden dat we de taxi terug naar Kampala niet meer gingen redden”, grapt Peter. “Toen de gids eindelijk terugkwam met twee anderen hadden ze mij er zo uit. Met klimstokken spalkten we mijn been en op mijn billen schoof ik vervolgens naar beneden. Een helse tocht, want pijnstillers had ik niet. Op 4800 meter hadden we een noodkampje opgezet om te overnachten. Ik was verkleumd en probeerde in de slaapzak warm en droog te worden. Bewegen was geen optie, dat was te pijnlijk.”

Plassen in een colafles

“Ruim dertig uur na mijn valpartij arriveerde het reddingsteam pas bij mij. Zij moesten helemaal vanaf het startkamp komen”, legt Peter uit. “Ze droegen me naar het dichtstbijzijnde kamp, waar we erachter kwamen dat het gelukkig geen open breuk was. Wel wist ik dat het behoorlijk fout zat. Onderaan bij de enkel zaten enorme bloeduitstortingen. En mijn kuitbeen en scheenbeen waren brokjes.” Peter kreeg antibiotica en paracetamol en werd helemaal ingesnoerd voor de tocht naar het startkamp. “Ik kon alleen nog maar plassen in een colafles. Daarom nam ik slechts een beetje water en fruit. Ze hebben me uiteindelijk prima gedragen, want onderweg heb ik weinig pijn gehad.”

Operatie geslaagd

In het ziekenhuis in Kampala kreeg hij gips en hebben ze hem transportgereed gemaakt. Peter: “De breuk was al vijf dagen oud, bovendien had ik een behoorlijke zwelling. Ik wilde liever naar huis om in Nederland geopereerd te worden.” Ondertussen had zijn vriendin gebeld met de Sint Maartenskliniek in Nijmegen. Door de zwelling kon hij daar pas een week later geopereerd worden. “Het was een zeer complexe breuk. De orthopeed is uiteindelijk zes uur bezig geweest om mijn onderbeen met verschillende platen en schroeven weer succesvol in elkaar te zetten”, aldus Peter.

Scootmobiel

“Omdat ik het been niet mocht belasten, heb ik uiteindelijk een half jaar in een rolstoel gezeten”, zegt hij. “Zo kon het bot weer aan elkaar groeien. In december 2010 ging het gips eraf en in juni 2011, een jaar na het ongeval, kon ik eindelijk weer lopen en fietsen. Ik was altijd heel actief, dus een jaar liggend en zittend doorbrengen was geen makkie. Ik had ook helemaal geen beenspieren meer.” Een scootmobiel zorgde ervoor dat Peter weer de deur uit kon en minder afhankelijk was van anderen. “Als je je alleen per rolstoel of scootmobiel kunt voortbewegen, weet je ook hoe het voelt om gehandicapt te zijn. Ik kon bijna niets. Gelukkig wist ik dat het maar tijdelijk zou zijn. Achteraf ben ik blij dat die voet er nog aanhangt en dat ik weer aardig wat dingen kan doen, die ik voorheen ook deed. Ik heb wel veel geluk gehad, het had heel anders kunnen aflopen!”