Thuismeten van urinezuur heeft positief effect op jichtpatiënten

Gepubliceerd op: 21-12-2022

Jichtpatiënten van de Sint Maartenskliniek die urinezuurverlagende medicatie gebruiken, hoeven in de nabije toekomst misschien niet meer naar het ziekenhuis of de prikpost te komen om hun bloedwaardes te meten. Zij kunnen deze metingen gemakkelijk zelfstandig thuis doen. Dit geeft hen meer regie over hun behandeling en heeft mogelijk een gunstig effect op hun behandeling.

Op dit moment doet de Sint Maartenskliniek een pilot onder dertig patiënten met jicht die met allopurinol starten. De dosering van deze medicatie wordt aangepast aan de hoogte van het urinezuurgehalte in het bloed. Het is daarom belangrijk om de bloedwaarde elke vier weken te controleren.

Voordelen

“Het thuismeten heeft voor patiënten met jicht veel voordelen. Het werkt eenvoudig: een kleine druppel bloed via een vingerprik is voldoende en geeft binnen enkele seconden uitslag. Het scheelt tijd en geld, want patiënten hoeven niet naar het ziekenhuis of laboratorium te komen”, vertelt Marcel Flendrie, reumatoloog in de Sint Maartenskliniek. “Patiënten geven aan dat ze meer inzicht krijgen in het beloop van hun ziekte en zich meer in de regie voelen. De patiënt kan, in overleg met de reumaverpleegkundige, meteen zelf actie ondernemen bij een te hoge of lage waarde.”

Uitbreiding en samenwerking

Zogenaamde ‘point-of-care testen’ voor urinezuur worden op dit moment nog nauwelijks gebruikt in de zorg. Daarnaast staat zorg op afstand voor jichtpatiënten nog in de kinderschoenen. En dat terwijl het juist van grote meerwaarde kan zijn voor deze patiëntengroep; jicht is de meest voorkomende reumatische ontstekingsziekte, en tevens de snelst groeiende. Marcel Flendrie: “We gaan de pilot de komende jaren verder uitbreiden. Daarbij zoeken we de samenwerking op met andere ziekenhuizen en de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, maar natuurlijk ook met huisartsen, apothekers en ervaringsdeskundigen. Hierbij kijken we breder dan het meten van het urinezuur in de thuisomgeving. Centraal hierin staat hoe we op een goede manier zorg op afstand kunnen inbedden in de Nederlandse zorg.”