Per jaar worden in Nederland ongeveer een miljoen operatieve ingrepen uitgevoerd. Voor u komt een ingreep echter maar één of een paar keer in uw leven voor. Het is dus logisch als u een operatie spannend vindt. Sommige patiënten zijn zenuwachtig of zelfs wat angstig voor een ingreep.

Orthopedisch consulent Henriëtte de Gouw bereidt in haar functie bij de Sint Maartenskliniek dagelijks patiënten voor op een operatieve ingreep. Zij vertelt over de meest voorkomende zorgen en heeft enkele tips om zo ontspannen mogelijk de operatie in te gaan.

Waar komt de angst vandaan?

Heeft u angst voor de behandeling zelf? Of voor de verdoving die bij de operatie komt kijken? Voor de opname in het ziekenhuis of juist voor de revalidatie na de ingreep? Of bent u bijvoorbeeld bang voor naalden? Het is belangrijk om goed na te gaan waar uw angst precies vandaan komt. Zo kunt u met uw behandelaar bespreken hoe hier mee om kan worden gegaan en of er eventueel iets kan worden aangepast.

Angst voor verdoving of narcose

Veel mensen zijn bang dat de verdoving niet goed of te kort werkt. Het is goed om te weten dat alle verdoving uitvoerig wordt getest voor de behandeling start. Er wordt niet eerder aan de operatie begonnen voordat de anesthesist zeker weet dat deze goed functioneert.
 
Ook angst voor de narcose komt veel voor. Tijdens de narcose wordt u nauwkeurig in de gaten gehouden door het anesthesieteam. Uw bloed(druk), hartritme, lichaamstemperatuur en de diepte van uw slaap worden voortdurend gecontroleerd. Het is dan ook erg zeldzaam dat er iets misgaat tijdens een narcose.
 
Bij de meeste ingrepen gaat u echter niet onder narcose. Vaak worden operaties uitgevoerd onder blokverdoving. Dit betekent dat u slechts plaatselijk verdoofd bent. U krijgt een roesje en u hoeft niet aan de beademing. Na de ingreep ontwaakt u weer gemakkelijk.

Bang voor de opname

Bij sommige patiënten kan de opname ook voor spanningen zorgen. Hoewel ervoor wordt gezorgd dat u zo snel mogelijk weer in uw eigen bed kunt slapen, moet u soms nog een of meerdere nacht(en) in de kliniek blijven.

Het is logisch als u in de kliniek niet zo goed slaapt als in uw eigen bed, maar het is toch fijn als u zich kunt ontspannen. Het is daarom belangrijk dat u zich niet bezwaard voelt om hulp te vragen. Ook als u ‘s nacht moet plassen of iets nodig heeft, kunt u daar altijd om vragen.

Laat u goed voorlichten

De meeste mensen hebben vooral angst voor het onbekende. Het helpt dan om zoveel mogelijk te weten over wat er gaat gebeuren. Bij de Sint Maartenskliniek krijgt iedereen voor de behandeling alle informatie over de ingreep. Lees deze goed door.

Tijdens de voorbereidende gesprekken kunt u alle vragen stellen die u heeft. Het kan ook helpen om iemand mee te nemen naar deze afspraken. Vier oren horen nu eenmaal meer dan twee. Wilt u liever zo min mogelijk weten? Dat kan natuurlijk ook. Geef dit dan aan bij uw behandelaar.

Kijk uit met zoeken

Het is niet verstandig om zelf op zoek te gaan naar informatie over de behandeling. Lang niet alle informatie op internet is te vertrouwen. Het is bovendien lastig om onderscheid te maken tussen meer en minder betrouwbare informatie. Daarnaast voert iedere behandelaar een ingreep anders uit. Als u vragen heeft over uw operatie, kun u deze het beste stellen aan uw behandelaar of contactpersoon.