Tot en met 1956 waren er in Nederland veel poliogevallen, ook wel kinderverlamming genoemd. Ook baby’tje Francien uit Boxtel raakte besmet. In het begin was ze zelfs tot aan haar nek verlamd. Gelukkig herstelden de verlammingen grotendeels in de eerste twee jaar na de ziekte. Uiteindelijk bleek ze met name restverlammingen in haar linkerbeen te hebben. Totdat ze vanaf haar veertigste geconfronteerd werd met steeds meer klachten, zoals spierkrachtverlies en pijn. De diagnose: het postpoliosyndroom.

“Ik heb als klein kind veel getraind om weer te kunnen lopen”, vertelt Francien. “Op een gegeven moment liep ik zelfs met de andere kinderen mee naar school. Vier keer per dag anderhalve kilometer, want tussen de middag gingen we naar huis.” Ook hielp ze mee op het boerenbedrijf van haar ouders. Ze voerde de kippen en raapte eieren en aardappelen. Francien: “Al die dingen hebben me sterker gemaakt. Toch hield ik wel een aantal restverschijnselen over. Omdat ik de spier aan de voorkant van mijn linkerbovenbeen nauwelijks kon gebruiken, kon ik bijvoorbeeld niet hoogspringen en rennen. Ook was ik sneller moe dan de meeste kinderen.”

Stunten op de kermis

De beperkingen weerhielden haar er niet van om als twaalfjarige op dansles te gaan. Ze vond het geweldig. Francien: “Ik kreeg de smaak te pakken en ging op beatballet. Ondanks mijn polioverleden kon ik gewoon meedoen! Ik heb zelfs in een showballet gezeten en opgetreden. Eigenlijk deed ik de dingen die iedereen deed, zoals motorrijden en stunts uitvoeren op de kermis.” Ze ontdekte ook het fitnessen. En dat doet ze nog steeds. “Als je de spieren sterk houdt, blijf je namelijk langer overeind”, verklaart ze.

Hevige rugpijn

Elf jaar werkte ze in de thuiszorg in Boxtel. Dat ging goed, ook al deden haar linkerheup en –been steeds meer pijn. Totdat ze rond haar veertigste veel last kreeg van haar rug. “Ik kon niet meer bewegen zonder pijn. Fietsen, zitten, liggen of lopen: het ging niet meer. Ik bleek een hernia te hebben. Ze durfden me echter niet te opereren, vanwege het verhoogde risico op complicaties”, zegt Francien. Na enkele jaren oefeningen doen bij een fysiotherapeut ging het gelukkig weer beter met haar rug. Toen ze 48 jaar was, constateerde de neuroloog het postpoliosyndroom (PPS) bij haar. Een deel van de mensen die vroeger polio heeft gehad, krijgt last van PPS. Zij ontwikkelen na lange tijd (minimaal tien jaar, maar soms na meer dan veertig jaar) verschijnselen van toenemende zwakte en vermoeidheid, en afnemend functioneren. Dit wordt veroorzaakt door veroudering van cellen in het zenuwstelsel die de spieren aansturen. Deze veroudering kan anders verlopen als iemand op jonge leeftijd polio heeft gehad.

Goede fysiotherapeut

De neuroloog verwees Francien naar revalidatiearts Viola Altmann van de Sint Maartenskliniek, die enkele honderden PPS-patiënten onder controle heeft. “Wat me al snel opviel, is dat zij het snapte”, zegt Francien. “Ik hoefde me niet te verontschuldigen dat ik dingen niet kon. Dat was fijn.” Na de intake met de arts werd haar problematiek met aanvullende onderzoeken (waaronder een scan van de spieren en een gangbeeldanalyse) in kaart gebracht. Vervolgens maakten de instrumentmakers een beenorthese, waarmee ze nog maanden heeft geoefend in de ortheseloopgroep van de Sint Maartenskliniek. Francien: “Na de loopgroep ging ik over naar de fysiotherapeut in Boxtel, die mij tot nu toe fantastisch heeft geholpen. Ze verdiepte zich voor mij in PPS, want ze had nog nooit iemand geholpen die dat had. Ook had ze geregeld contact met dokter Altmann en stuurt ze vier keer per jaar een rapport naar de revalidatiearts, zodat die mijn fysieke toestand in de gaten kan houden.”

Francien van Doremalen

Geen pijn

“Door de orthese heb ik geen pijn meer door overbelasting”, vertelt ze opgetogen. “De spierafname is groter geworden, maar met de orthese kan ik veel meer. Die neemt de functie van de spieren over, waardoor het been minder moe wordt. Zo liep ik met de orthese de Akropolis in Athene op en af. Ik heb dokter Altmann daar nog een foto van gestuurd, anders had ze me misschien niet geloofd!”