Menu
Jonge mensen worden niet vaak getroffen door een beroerte. Gebeurt het toch, dan staat je wereld op z’n kop, is de ervaring van Fleur Megens (19) en Bas Wijnen (29). Ze vertellen over hun ervaringen.

April 2017. Vmbo-docent Bas Wijnen zit thuis te gamen. Ineens merkt hij dat zijn rechterhand de controller niet meer vast heeft. Met zijn linkerhand betast hij zijn rechterarm en constateert tot zijn schrik dat hij er geen gevoel meer in heeft: “Ik besefte dat het goed mis was en wilde naar de straat lopen om hulp te vragen. Maar het kostte me bijna een half uur om de achtertuin te bereiken, want mijn rechterbeen deed het niet meer. Eenmaal in de tuin aangekomen, was mijn energie op. Ik probeerde buren te roepen, maar het lukte niet meer.” Bas lag zo’n 2,5 uur in zijn tuin, voordat hij gevonden werd door zijn broer en met spoed naar het Radboudumc werd gebracht. De diagnose? Een herseninfarct.

Kindertaal

Fleur heeft een vergelijkbaar verhaal. In januari 2018 sliep de studente organisatiewetenschappen bij haar vriendje. Bij het wakker worden had ze geen gevoel in haar arm. “Ik stond op, maar viel meteen weer op de grond”, vertelt ze. “Ik merkte toen dat mijn spraak weg was. Ook had ik erge hoofdpijn en moest ik overgeven. Daarna weet ik niets meer.” Fleurs vriendje belde de huisarts en de ambulance; ook Fleur belandde in het Radboudumc. Van de eerste weken daar herinnert zij zich niks. “Ik sliep vooral. Pas na een week of drie vertelden mijn ouders dat ik een hersenbloeding had gehad. Dat moesten ze me trouwens echt in kindertaal uitleggen, anders snapte ik het niet. Door de hersenbloeding had ik afasie opgelopen, een taalstoornis. Ik had moeite met taal begrijpen, maar ook met spreken, schrijven, lezen.”

Herstelprogramma

Zowel Fleur als Bas ging voor revalidatie naar de Sint Maartenskliniek. Bas verbleef zo’n 2,5 maanden in de kliniek, Fleur een maand langer. Allebei volgden ze een intensief herstelprogramma met fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, gesprekken met een psycholoog. Daarop volgde een periode waarin ze meerdere dagen per week dagbehandeling hadden bij de Sint Maartenskliniek. Bas blikt terug: “De neuroloog in het Radboud had me vanaf het begin duidelijk gemaakt dat ik niet volledig zou herstellen, maar ik geloofde dat niet. Ik werkte hard, met resultaat: ik kan weer lopen, praten, de dagelijkse dingen doen. Maar de oude ben ik inderdaad niet meer geworden. Fysiek niet, maar ook mijn geheugen is minder goed, net als mijn concentratievermogen en emotieregulatie. En ik heb meer last van vermoeidheid. Voor de klas staan, gaat niet meer.” Herkenbaar voor Fleur. “Eerst dacht ik: ik pak straks mijn studie weer op. En ook ik ben flink vooruitgegaan, maar heb nog wel steeds fysieke beperkingen. Voor mijn rechteronderbeen draag ik nog altijd een brace en ik heb last van functieverlies van mijn rechterarm. Bovendien kan ik niet meer dezelfde mentale belasting aan als vroeger. De studie moest ik dus opgeven.”

Hoe verder?

Bas en Fleur zijn beiden bezig met de vraag: Wat nu? Hoe ga ik verder met opleidingen, werk, hobby’s? Waar haal ik nu mijn voldoening uit? Fleur gaf bij de Sint Maartenskliniek aan dat ze graag met een lotgenoot van ongeveer dezelfde leeftijd hierover wilde praten. Via de fysiotherapeut kwam zij in contact met Bas. Het klikte. “We zien elkaar bijna wekelijks. Dat is heel fijn”, aldus Fleur. “De meeste mensen die een beroerte hebben gehad, zijn veel ouder dan wij”, vult Bas aan. “Ze zitten in een andere levensfase. Wij delen veel; als jonge lotgenoten begrijpen we elkaar goed. We lopen tegen dezelfde dingen aan. We weten hoe het is om jong te moeten accepteren dat je niet meer hetzelfde kunt als vroeger. Hierdoor kunnen we elkaar goed steunen. We zijn echt vrienden geworden!”

Young stroke-revalidanten
Mensen die jonger zijn dan vijftig en een beroerte (herseninfarct of hersenbloeding) hebben doorgemaakt, behoren tot de groep ‘young stroke’. De Sint Maartenskliniek houdt in het (poli)klinische revalidatieprogramma rekening met specifieke vragen van deze jongere personen, bijvoorbeeld op het gebied van werk, gezin, school, sport. Daarnaast wordt samengewerkt met het Radboudumc, waar ze wetenschappelijk onderzoek doen naar deze groep revalidanten (lees hier meer).