Artikeloverzicht

Tien vragen over CT-onderzoek

Veel hedendaagse medische kennis dateert van honderden jaren geleden. Dat geldt echter niet voor de CT-scan, die pas sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw bestaat. Toch heeft de revolutionaire techniek al enorme sprongen gemaakt, zo legt radioloog Marc Romijn uit. Hij beantwoordt tien vragen over CT-onderzoek.

Wat is CT-onderzoek?

“CT-onderzoek gebruikt röntgenstraling om een dwarsdoorsnede van het lichaam te maken. De eerste CT-scanner gebruikte in plaats van de analoge röntgentechniek een ronddraaiende digitale detector tegenover een röntgenbuis. Daarmee werd het mogelijk uit allerlei richtingen afbeeldingen te krijgen van het lichaam. Bij de eerste scan werden de hersenen van een vrouw in beeld gebracht. In totaal duurde de verwerking van de beelden bijna 9 uur. Tegenwoordig is dat nog maar enkele seconden. De uitvinder van de CT-scan, Hounsfield, heeft er zeer terecht een Nobelprijs voor Geneeskunde voor gekregen.”

Wat is het doel van CT-onderzoek?

“Het doel van CT-scans is om dwarsdoorsneden van iemands lichaam te kunnen bekijken en zo te beoordelen wat er aan de hand kan zijn.”

Wat kun je uit een CT-scan afleiden?

“Je kunt interne organen bekijken zoals longen, lever, hart of hersenen. Maar ook botstructuren, breuklijnen, prothesemateriaal en gewrichten zijngoed zichtbaar. Bovendien kun je met een scan bekijken waar een bepaalde afwijking in een orgaan zich bevindt. Om bijvoorbeeld een infectie, een tumor of bloedvaten beter in beeld te brengen, wordt contrastvloeistof gebruikt. Die kan vlak voor de scan via een naaldje in de arm of een drankje worden toegediend. In ons ziekenhuis worden CTscans vooral gebruikt om naar de botstructuren, de gewrichten en de positie van protheses te kijken. Een klein deel van de scans wordt gebruikt om longweefsel te bekijken of herseninfarcten zichtbaar te maken.”

Wat is het verschil tussen CT-scans en een röntgenfoto, echo of MRI?

“Met CT kun je echt in het lichaam kijken. Dat is de meerwaarde ten opzichte van een röntgenfoto. Het detailniveau is bovendien een stuk hoger dan van echografie. Het verschil met MRI is dat deze techniek geen röntgenstraling gebruikt maar magnetische velden. MRI maakt ook plakjes, net als CT, maar is minder in staat botstructuren zichtbaar te maken. MRI wordt meer gebruikt om weke delen van elkaar te onderscheiden.”

Bij wie wordt het toegepast?

“In ons ziekenhuis wordt CT-onderzoek met name gedaan bij mensen met artrose, breuken en protheses en voor de preoperatieve planning. Verder kijken we naar mensen die een scoliose-ingreep hebben ondergaan waarbij de wervelkolom wordt rechtgezet. We kunnen dan goed zien of alle schroeven en plaatjes op de juiste plek zitten. De afdeling Reumatologie gebruikt CT vooral om naar de longen te kijken.”

Hoe gaat CT-onderzoek in zijn werk?

“We kijken eerst of contrastvloeistof nodig is. Dat is afhankelijk van wat de aanvrager van het onderzoek wil weten. Met contrastvloeistof kun je een tumor of bloedvaten beter zichtbaar maken of bijvoorbeeld kijken of er een lek in een bloedvat zit. Als er contrastvloeistof nodig is, checken we eerst altijd de nierfunctie van een patiënt. Het middel verlaat namelijk via de nieren weer het lichaam en het is dus van belang dat die goed functioneren. Vervolgens gaat de patiënt op de CT-tafel liggen en start het onderzoek. Dat duurt meestal slechts enkele minuten. Welk soort CT-protocol we gebruiken, hangt ook weer af van wat de aanvrager wil weten.”

Kan het bij iedereen worden toegepast?

“Er zijn twee situaties waarin we extra voorzichtig zijn. Als iemand zwanger is, moet je ontzettend terughoudend zijn met röntgenstraling. Dat geldt ook voor jonge patiënten waarbij röntgenstraling op de geslachtsdelen terechtkomt. We willen niet onnodig veel straling op de borsten of eileiders van meisjes of de testikels van jongens gebruiken. Daarnaast kijken we dus altijd naar de nierfunctie als er contrastvloeistof moet worden toegepast, en of de patiënt niet overgevoelig is voor het contrastmiddel. Als CT-onderzoek niet mogelijk is, wijken we uit naar echografie of MRI.”

Wat zijn de risico’s van CT-onderzoek?

“Bij CT wordt een dosis röntgenstraling gebruikt die vele malen hoger is dan bij een gewone röntgenfoto. Röntgenstraling is schadelijk en richt zijn schade aan op het moment van toediening. Als standaard zou je kunnen aanhouden dat iemand niet meer dan drie maal per jaar CT-onderzoek mag ondergaan. In de toekomst is er echter steeds minder straling nodig door gevoeliger detectoren en verbeterde software.”

Moet iemand zich speciaal voorbereiden voor CT-onderzoek?

“Nee, dat is niet nodig. Men hoeft niet nuchter te zijn. Voor ons is het alleen belangrijk om de nierfunctie en eventuele overgevoeligheid te checken voordat we beginnen.”

Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen op CT-gebied?

“De snelheid waarmee data wordt geanalyseerd neemt nog steeds toe. Dat is te danken aan betere software. Ook zijn er ontwikkelingen in het tegelijkertijd meten met verschillende buissterktes, wat een rol kan spelen bij het vaststellen van jicht. Verder worden de beelden bij mensen met protheses steeds duidelijker. De techniek om beeldverstoringen door metaal tegen te gaan, wordt steeds beter. Ook de resolutie verbetert. Waar voorheen gekeken werd op 5 millimeter, gaan we nu langzamerhand naar structuren van 1 millimeter. Voor de patiënt zijn die ontwikkelingen natuurlijk mooi. Er kan meer duidelijk worden gemaakt en de uitslag van het onderzoek komt steeds eerder.”