Artikeloverzicht

Wanneer biedt een verwijzing naar de handrevalidatie uitkomst?

Pijn- of bewegingsklachten in de handen hebben vaak een grote impact op het dagelijks leven van een patiënt. Wanneer deze klachten lang aanhouden ontwikkelt de patiënt vaak een ander beweegpatroon, om de hand(en) te ontzien. Juist zo’n ander beweegpatroon kan andere klachten teweeg brengen. Het is daarom belangrijk om klachten snel te verminderen en te werken aan het behouden van het juiste beweegpatroon. Maar wat als de behandeling in de eerste lijn handtherapie onvoldoende resultaat oplevert? Of bestaande klachten ondanks behandeling aanhouden? Revalidatiearts M. van den Broek licht de mogelijkheden toe aan de hand van het protocol en een casus.

Casus

Marie, 71-jarige vrouw wordt in november 2017 verwezen door de huisarts met aanhoudende klachten van de hand. Zij is in mei 2017 gevallen, nadien een afwijkende stand van de pink, waarschijnlijk luxatie PIP. Op de spoedeisende hulp werd een foto van de vinger gemaakt, waarop een avulsiefractuur gediagnosticeerd is van PIP. Hierop heeft zij tijdelijk een spalkje gehad en zelf oefeningen gedaan. Zat de hele dag te oefenen met haar vinger. Sinds de vakantie in augustus een doof gevoel in pink. Daarnaast begint de hand te trillen bij bijvoorbeeld het pakken van een kopje. In het begin ook "blokkeren" van PIP gehad. Patiënt geeft dan aan niet verder te komen met buiging van de pink.

Bij inspectie aan beide handen bij DIP gewrichten zwelling en lichte roodheid zichtbaar passend bij artrotische afwijkingen. Stand van digiti 5 rechts is goed.

Palpatie: bij uitvoeren van test van Tinel ter hoogte van kanaal van Gyon ontstaan toename van tintelingen in digiti 4 en 5. Tevens is sprake van lichte hypertonie van de onderarms musculatuur.

Mobiliteit: licht beperkte bewegelijkheid in flexie van DIP en in minder mate PIP. Actieve range of motion is gelijk aan passieve range of motion.

Sensibiliteit: iets verminderd aan digiti 5 en ulnaire kant van digiti 4.
Bij oppakken van een beker is het trillen nu niet te objectiveren.

  • X-digiti 5 rechts: Spoorvorming aan de dorsale zijde van de basis van de distale falanx. Verspreid wat artrotische veranderingen. Los botfragmentje aan de volaire zijde van de basis van de midfalanx, vermoedelijk (oude) avulsiefractuur.
  • Handanalyse door handfysiotherapeut en handergotherapeut: Hieruit komt naar voren een verminderde sensibiliteit dig 4 en 5 en tintelingen op te wekken bij palpatie van kanaal van Gyon. Patiënte zet de hand verder goed in bij activiteiten.

Status na luxatie PIP digiti 5 rechts met avulsiefractuur bij val in mei 2017, waarbij patiënte zelf veel heeft geoefend op verbeteren van bewegelijkheid PIP en DIP. Hierbij waarschijnlijk een hypertonie van onderarms musculatuur ontstaan, waardoor toegenomen druk op n.ulnaris ter hoogte van kanaal van Gyon. Hierdoor sensibele stoornissen in digiti 4 en 5 rechts. Daarnaast nog klachten van DIP door trauma in combinatie met artrose.

Patiënte is kortdurend in poliklinische revalidatiebehandeling geweest. Gedurende 6 weken met 1x/week fysiotherapie en 1x/week ergotherapie, met als doelen verbeteren van de belastbaarheid en uithoudingsvermogen van pols- en vingerflexoren en –extensoren. Daarnaast adviezen in voorkomen van overbelasting, leren van actieve en passieve ontspanning van de arm.

Patiënte heeft geen tintelingen meer in digiti 4 en 5. Merkt nog wel trillingen van de hand in stressvolle periodes. Werkt nog aan ontspanning, maar is zich meer bewust van de factoren die van invloed zijn op de klachten.

In deze casus is het initiële letsel genezen, echter doordat de patiënte de cognitie had dat zij veel moest bewegen/oefenen en in combinatie met pre-existente artrose ontstonden er andere klachten. Door de patiënte voor te lichten en beter de hand/pols te leren voelen en in te zetten in de dagelijkse activiteiten konden de klachten worden doorbroken.

Bij lang bestaande pijnklachten kan eventueel een psycholoog worden ingeschakeld en bij vragen omtrent werk en/of verwerking kan een maatschappelijk werker. In deze casus was dat niet noodzakelijk.

Heeft u vragen over hand/pols problemen? Neem dan contact op met revalidatieartsen S. Houwen-van Opstal of M. van den Broek. Of onze physician assistant C. van Koolwijk, via (024) 365 87 68.

Praktische informatie

Verwijzen kan voor lang bestaande hand-/polsklachten (orthopedisch of neurologisch van origine) voor een analyse en eventueel behandeling, waarbij we ook de mogelijkheid hebben om eventueel de (plastisch-) chirurg of orthopeed in te schakelen.

Verwijzing via ZorgDomein CWZ: Revalidatie > hand/polsklachten
De revalidatiearts van de Sint Maartenskliniek voert deze behandeling uit. Deze informatie is ook te vinden op de verwijzer app.

U kunt deze app downloaden in de Apple App store (iPhone/iPad) of Google Play (Android-toestellen) en installeren op de telefoon of tablet. De gegevens van de app zijn ook beschikbaar in een desktopversie voor op de pc: https://zorgpartners-zuidoost.nl/.

Het Protocol

Patiënten doelgroep

Patiënten met hand- en polsklachten die langer bestaan en waarbij met 1ste lijn handtherapie onvoldoende resultaat wordt behaald. Of complexe problemen met invloed op activiteiten- en participatieniveau.

Wat zijn de doelen van de behandeling?

De diagnose en persoonlijke doelen van de patiënt zijn hierin leidend. Vaak komt dit neer op het verbeteren mee kunnen doen aan activiteiten en participatieniveau.

Protocol

Patiënt wordt verwezen door huisarts of andere medisch specialist voor handrevalidatie en wordt gezien op de polikliniek door de revalidatiearts of een physician assistant. Hierbij kunnen 3 fasen worden onderscheiden:

  • Intake
  • In kaart brengen van patiënt.
  • Uitvoeren van medische diagnostiek al of niet ondersteund door aanvullend onderzoek (bijvoorbeeld beeldvormende technieken).
  • Indien noodzakelijk doorverwijzing naar ander behandelteam indien de hand- en polsrevalidatie onderdeel is van de interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie van een andere ziekte / klachten complex.
  • Behandeling
  • Medische behandeling, waaronder medicamenteuze behandeling of injectietechnieken.
  • Inschakelen behandelteam voor paramedische en/of (neuro)psychologische behandeling.
  • Patiënt samen zien met plastisch chirurg, orthopeed of traumachirurg indien gedacht wordt aan chirurgische interventies.
  • Al of niet verwijzen voor lichaamsgebonden (technische) aanpassingen en voorzieningen (orthesen, prothesen, hulpmiddelen).
  • Advisering aan collega’s (huisarts, verwijzer) en/of bij patiënt betrokken maatschappelijke organisaties.
  • Evaluatie

Klinimetrie

  • Pijn: NRS (Numeric Rating Scale), schaal 0 – 10
  • Kracht: manueel testen, dynamometer: JAMAR (knijpkracht), Preston (pinchkracht), pollexograph
  • Gewrichtsmobiliteit: goniometer, Kapandji
  • Sensibiliteit: Semmes-Weinstein monofilamenten
  • Beperkingen: COPM
  • Activiteiten/Participatie: (Quick)-DASH (Disability of Arm, Shoulder, Hand), PRWHE (Patient Rated Wrist and Hand Evaluation), MHQ (Michigan Hand outcomes Questionnaire)