Menu

Bij een radiuskopprothese vervangt de chirurg het kopje van het spaakbeen in uw ellebooggewricht door een prothese.

Waarom?

Het ellebooggewricht bestaat uit het uiteinde van het bot van de bovenarm (humerus) en het begin van het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) van de onderarm. De ellepijp heeft een kleine kom waarin het uiteinde van het bot van de bovenarm past. Naast de ellepijp ligt het spaakbeen (radius), dat ook met een klein kopje grenst aan het uiteinde van het bot van de bovenarm. Zowel de kom van de ellepijp als de kop van het spaakbeen (radiuskop) en het uiteinde van het bot van de bovenarm zijn bekleed met kraakbeen. Hiertussen bevindt zich een laagje gewrichtsvocht, zodat het gewricht soepel kan bewegen. Het geheel wordt omgeven door het gewrichtskapsel.

Slijtage

Het kraakbeen kan slijtage (artrose) gaan vertonen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Als u reumatoïde artritis heeft, wordt de artrose veroorzaakt door een ontsteking van het gewricht. Als het kraakbeen versleten is, kan het gewricht niet meer soepel bewegen. Dit veroorzaakt pijn, beperkt uw bewegingsvrijheid en zorgt voor stijfheid van uw gewricht. Bovendien kan het gewricht gaan zwellen omdat er door de irritatie die ontstaat bij het bewegen, er meer gewrichtsvocht wordt aangemaakt.

De radiuskop kan ook door een botbreuk onherstelbaar beschadigd raken, waardoor ook dan vervanging de beste oplossing is. De belangrijkste reden voor de operatie is de pijn. Deze pijnklachten zijn na de operatie vrijwel helemaal verdwenen, al zult u hiervoor in de plaats wel een andere pijn voelen. Die pijn wordt geleidelijk minder, maar kan tot een jaar na de operatie aanhouden.

Waar moet u zijn?

De Sint Maartenskliniek probeert haar zorg zo dicht mogelijk bij uw woonplaats te organiseren. Sommige behandelingen, zoals operaties, worden echter slechts op een paar locaties uitgevoerd. Het kan daarom zijn dat niet het gehele traject van uw behandeling op dezelfde locatie van de Sint Maartenskliniek plaatsvindt. De voorbereiding en nazorg kunnen bijvoorbeeld ergens anders zijn dan de operatie. In het bericht dat u van ons ontvangt, melden we altijd de locatie waar u verwacht wordt.

Onze behandeling

Download dit plan
print

Tijdens uw afspraak spreekt u een behandelaar. Naar aanleiding van de verwijsbrief wordt er getoetst binnen welke termijn u opgeroepen dient te worden.

Orthopedisch team

Uw afspraak bij de Sint Maartenskliniek heeft u met de orthopedisch chirurg of met een van de gespecialiseerde behandelaars uit het team. Dit kunnen zijn:

  • De AIOS: een orthopedisch chirurg in opleiding
  • De verpleegkundig specialist (NP) of de physician assistant (PA)
  • De ANIOS : assistent geneeskundige niet in opleiding tot medisch specialist (AA)

Uw behandelplan wordt met de orthopedisch chirurg afgestemd.

Hoe verloopt een afspraak?

In de meeste gevallen wordt er van te voren een röntgenfoto gemaakt. De behandelaar vraagt eerst naar uw klachten en voert vervolgens een lichamelijk onderzoek uit. Mocht dit onderzoek of uw ziektegeschiedenis daartoe aanleiding geven, dan kan de specialist tot verder aanvullend onderzoek besluiten. Dat kan bijvoorbeeld het maken van een röntgenfoto, een CT-scan, een MRI-scan, een nucleaire scan of echo zijn. Als dit onderzoek niet dezelfde dag plaats kan vinden plannen we een andere afspraak voor u in.

Medicatie

Als u medicatie nodig heeft, is het goed om te weten welke medicatie u op dit moment al gebruikt of in het verleden heeft gebruikt. Vergeet ook niet te vermelden of u allergisch bent voor bepaalde medicatie. Neemt u daarom eventueel een medicijnenoverzicht mee. Dit overzicht kunt u ophalen bij uw apotheek of opvragen bij het landelijke registratiepunt LSP.

Pre-operatief onderzoek

Als de behandelaar een operatie adviseert en u stemt hiermee in, dan volgt er nog een pre-operatief onderzoek. Hiervoor plannen we een afspraak voor u in. Meestal vindt deze afspraak plaats op een andere dag.

print

In de zorg wordt het steeds belangrijker om de resultaten van een behandeling te meten. Zo krijgen we meer inzicht in de kwaliteit van zorg, en kunnen we die zorg verbeteren. De Sint Maartenskliniek meet de behandelresultaten aan de hand van PROMs (Patient Reported Outcome Measures).

Met de digitale vragenlijsten van PROMs brengen we pijn, functioneren in het dagelijks leven en kwaliteit van leven in kaart. Vóór en na de behandeling vragen wij u om (steeds dezelfde) vragenlijsten in te vullen. Dat gebeurt op verschillende momenten. Door op meerdere momenten te meten, krijgen we inzicht in de effectiviteit van de behandeling(en) en in uw herstel. Bovendien kunnen we op deze manier ook de effecten van de behandelingen van bepaalde groepen patiënten blijven beoordelen.

Hoe vaak en wanneer?

De momenten waarop we u vragen een vragenlijst in te vullen, hangen af van de behandeling die u krijgt. Over het algemeen krijgt u rondom de eerste behandeling of wanneer u in aanmerking komt voor een operatie de eerste vragenlijst aangeboden. De twee tot drie vragenlijsten daarna ontvangt u op diverse momenten na de behandeling of de operatie.

Hoe werkt de meting met PROMs?

U krijgt op diverse momenten rondom uw behandeling een uitnodiging om een vragenlijst in te vullen. De vragenlijsten ontvangt u per e-mail of vult u in op de locatie van de Sint Maartenskliniek. Het invullen van een vragenlijst zal ongeveer vijftien minuten duren. Uw behandelend arts wordt op de hoogte gesteld van de gegevens die u invult en krijgt daarmee ook een goed inzicht in uw herstel.

Waarvoor gebruiken we deze gegevens?

De gegevens die u invult, worden door ons geanonimiseerd gebruikt voor het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de zorg. Wij behandelen de informatie die u geeft strikt vertrouwelijk. Als u niet wilt of kunt meedoen aan de vragenlijsten, kunt u dat bij de behandelend arts aangeven. Verder kunnen we de gegevens (geanonimiseerd) gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek of voor landelijke kwaliteitsregistraties. Deze landelijke registraties vormen een door artsen opgerichte gegevensverzameling, waarmee we ook de kwaliteit tussen ziekenhuizen kunnen vergelijken.

 

print

Als uit het poliklinisch bezoek blijkt dat u geopereerd moet worden, kan het zijn dat u dezelfde dag een pre-operatief onderzoek in de Sint Maartenskliniek krijgt. Als dit onderzoek niet direct na de poliklinische afspraak wordt gepland, ontvangt u van ons nog een aparte uitnodiging.

Conditie bepalen en uitleg geven

Het pre-operatief onderzoek duurt ongeveer 1,5 uur. Wij kijken hoe uw gezondheidstoestand is, geven u uitleg over medicatiegebruik, de operatie, de verdoving tijdens de operatie, pijnstilling na de operatie en de nazorg.

Wie ziet u tijdens het pre-operatief onderzoek?

Tijdens het pre-operatief onderzoek kunt u de volgende personen te spreken krijgen:

  • Anesthesioloog - Deze specialist kijkt vanuit het oogpunt van de verdoving naar uw algehele gezondheid en vertelt u over de verdoving en pijnstilling rondom de operatie. Voor meer informatie op de pagina over Anesthesiologie.
  • Orthopedisch consulent of informatieverpleegkundige - Deze bespreekt met u de praktische zaken over de operatie, de verpleegafdeling en hoe het verder gaat na de operatie. Als u vragen heeft, kunt u altijd bij deze persoon terecht. Ook voorafgaand aan de operatie, na de operatie, of wanneer u alweer thuis bent.
  • Apothekersassistent - Deze neemt uw eventuele huidige medicatie met u door. Soms krijgt u medicatie mee naar huis. De nieuwe medicatie wordt dan door de apothekersassistent toegelicht.
  • Screenings- of opnamearts (niet op locatie Boxmeer) - Deze arts kijkt naar uw algehele gezondheid. Hij vertelt u ook of u de eventuele antibiotica en antistollingsmiddelen die u slikt kunt blijven gebruiken of dat u hiermee tijdelijk moet stoppen. Ook kan het zijn dat u een vervangend middel voorgeschreven krijgt.

Op indicatie geven wij u een verwijzing mee, zodat u een afspraak kunt maken bij een fysiotherapeut bij u in de buurt.

Aanvullend onderzoek

Het kan zijn dat er aanvullend onderzoek nodig is. Hierbij kunt u denken aan een hartfilmpje, bloedonderzoek of een bezoek aan de internist of geriater. Dit aanvullende onderzoek plannen we bij voorkeur dezelfde dag nog in. Als het aanvullend onderzoek niet dezelfde dag uitgevoerd kan worden, plannen we een andere afspraak voor u in.

Meenemen

Voor het pre-operatief onderzoek moet u een aantal zaken meenemen:

  • Een ingevuld gegevens-opnameformulier
  • Uw medicijnenoverzicht

Boxmeer

Heeft u een pre-operatief onderzoek op onze behandellocatie in Boxmeer? Dan wordt u verwacht in het Maasziekenhuis. Daar houdt de Sint Maartenskliniek in samenwerking met de artsen van het Maasziekenhuis een pre-operatief spreekuur.

print

Zodra de anesthesioloog akkoord heeft gegeven, plannen wij uw opname in. Van onze afdeling Opname krijgt u hierover een brief thuisgestuurd waarin de opnamedatum staat.

De opnamedatum is onder voorbehoud, omdat er een spoedoperatie tussendoor kan komen. Als dit zo is, bellen wij u en bekijken we samen met u wat de mogelijkheden zijn voor een nieuwe datum. Helaas kan het voorkomen dat u al bent opgenomen in de Sint Maartenskliniek en dat de operatie op het laatste moment niet doorgaat in verband met een spoedgeval. U blijft dan bovenaan de lijst staan. Uiteraard zoeken we dan zo snel mogelijk een nieuwe datum.

Tijdstip

Eén werkdag voordat u wordt opgenomen, geven wij u het tijdstip van de operatie door. We laten u telefonisch weten hoe laat u in het ziekenhuis moet zijn. De opname is tussen 6.45 en 13.00 uur. Het kan dus zijn dat u vroeg in de ochtend wordt opgenomen.

Opname in Nijmegen

Wij bellen u tussen 8.30 en 12.00 uur om het tijdstip van de opname door te geven. Mocht u van ver komen en files willen vermijden, dan is het mogelijk om gebruik te maken van onze hotelservice.

Opname in Boxmeer

U kunt ons voor het tijdstip van opname bellen tussen 14.00 en 16.00 uur: (0485) 845 350.

Voor praktische informatie over uw opname leest u ook Voorbereiding van uw opname.

print

Op de dag van uw opname in de Sint Maartenskliniek, heeft u eerst nog ondermeer een opnamegesprek voordat u geopereerd wordt.

Melden en opnamegesprek

Een dag voor de operatie krijgt u van ons te horen hoe laat u zich moet melden in de Sint Maartenskliniek. U mag zich op dat tijdstip melden bij de balie op de afdeling waar u wordt opgenomen. Eén van onze verpleegkundigen komt u vervolgens halen voor een opnamegesprek. In dit gesprek krijgt u te horen hoe de opname verder zal verlopen en neemt de verpleegkundige met u door of de voorbereiding volgens afspraak is verlopen. Dit gesprek heeft u op de afdeling. Het kan zijn dat u meteen ’s ochtends vroeg om 6.45 uur wordt opgenomen. In dat geval vindt het opnamegesprek al een dag van tevoren telefonisch plaats.

Verpleegafdeling

U verblijft voorafgaand aan én na de operatie op de verpleegafdeling. De verpleegkundige zal u de afdeling laten zien en u naar uw kamer brengen. Als tijdens de preoperatieve screening is besloten dat we bloed moeten prikken, gebeurt dit op de verpleegafdeling. Ook worden er door de verpleegkundige enkele andere metingen gedaan, zoals bijvoorbeeld het meten van uw temperatuur en uw hartslag. Het kan een tijd duren voordat u uiteindelijk naar de operatiekamer wordt gebracht. U krijgt een operatiejasje aan en ontvangt medicatie als voorbereiding op de narcose.

Nuchterbeleid

Tijdens de operatie moet u nuchter zijn. Een lege maag is belangrijk om de risico’s van de anesthesie zo klein mogelijk te houden. Wij hanteren over het algemeen de volgende regels:

  • Vanaf 24.00 uur ’s nachts (in de nacht voor uw operatie) mag u niets meer eten.
  • Tot uiterlijk 2 uur voor de geplande opnametijd mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken. Toegestaan zijn water en heldere vruchtsappen, deze mogen koolzuurgas bevatten, evenals thee en zwarte koffie. Om een vochttekort te voorkomen is het bovendien aan te bevelen dat u deze heldere vloeistoffen in normale hoeveelheden tot uiterlijk 2 uur voor de opnametijd nog drinkt.
  • Uw eigen medicijnen (mits niet tijdelijk gestopt) neemt u bij voorkeur in op de voor u gebruikelijke tijden met een slokje water.

U wordt één werkdag voor de operatie opgebeld. Tijdens dit telefoongesprek wordt u geïnformeerd over de opnametijd. Er wordt dan ook met u besproken tot hoe laat u (heldere vloeistoffen) mag drinken.

Neem thuis een douche

Neem thuis op de ochtend van de opname een douche. Gebruik daarbij geen huidolie of bodylotion. Ook mag u het operatiegebied niet scheren (u mag ontharen tot uiterlijk 1 week voor de operatie).

Meenemen naar het ziekenhuis voor opname

  • Actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt
  • Medicijnen die u tijdens de opname van thuis gebruikt, zoals afgesproken tijdens de preoperatieve screening (bijv. zalven, inhalatiemedicatie)
  • Gegevens van uw zorgverzekeraar
  • Kleding, ondergoed en schoenen
  • Nachtkleding, eventueel kamerjas, pantoffels (in verband met infectiegevaar)
  • Toiletartikelen
  • Neem uw bagage mee in een afsluitbare reistas
  • In uw reistas maakt u een apart tasje met: t-shirt, nachthemd of pyama en ondergoed voor na de operatie. In dit tasje doet u ook de medicatie die zoals afgesproken op de screening u zelf zou meenemen.
  • Eventueel krukken of andere hulpmiddelen (zoals afgesproken tijdens het preoperatief onderzoek).
  • Als u een spalk, brace of bijvoorbeeld orthopedische schoenen heeft, dan verzoeken wij u deze mee te nemen
  • Met name na voet- en rugoperaties raden we aan een kussen mee te nemen voor de terugreis.
print

Uw operatiegegevens worden opgenomen in de landelijke 'Registratie Orthopedische Implantaten' onder vermelding van uw burgerservicenummer. Door registratie van deze gegevens kunnen we een beter beeld krijgen van de levensduur van protheses. Hiermee kunnen we de kwaliteit van zorg verder verbeteren. Als u bezwaar heeft tegen registratie van uw gegevens in dit register, maak dit dan kenbaar bij uw behandelaar.

print

Een radiuskopprothese-operatie duurt circa vijfenzeventig minuten. U krijgt hiervoor een zenuwverdoving. Voor meer informatie rondom uw verdoving en pijnbehandeling leest u Anesthesie en pijnbehandeling bij uw operatie.

De operatie

Als de verdoving werkt, maken we een incisie (snede) over de buitenzijde van de elleboog en wordt de radiuskop vrijgelegd. Hierna volgt een zaagsnede net onder het radiuskopje. Na het maken van de zaagsnede wordt het versleten of beschadigde radiuskopje verwijderd. We openen de mergholte van het spaakbeen met raspjes om een goede verankering van de prothese mogelijk te maken. Daarna bevestigen we een pin in de mergholte van het spaakbeen. Tijdens de operatie beoordelen we of we de pin klemvast kunnen plaatsen, of dat we dat met botcement gaan doen. Daarna wordt bovenop de pin het kopje vastgeklikt. Er zijn kopjes met verschillende doorsnedes, de chirurg bepaald welke maat prothese het beste past in elleboog.

Pasprothese

Met een pasprothese controleren we of een goede passing is bereikt. Die pasprothese verwijderen we vervolgens weer om de definitieve prothese in te brengen.

Er wordt een wonddrain achtergelaten. Vervolgens hechten en verbinden we de wond en leggen we een drukverband aan.

Röntgenfoto

Om de stand van de prothese te controleren, maken we na de operatie een röntgenfoto.

print

Na de operatie is goede zorg essentieel. Stap voor stap werken we toe naar uw ontslag.

Na de operatie zal het gevoel in de hand nauwkeurig gecontroleerd worden. De eerste weken na de operatie is het belangrijk dat u de arm en elleboog goed hoog houdt. Dit om de zwelling van het wondgebied zo snel mogelijk af te laten nemen.

De wond

De wond wordt gesloten met oplosbare hechtingen, deze hoeven niet te worden verwijderd. Wel mag de huisarts als er knoopjes zichtbaar zijn na 14 dagen deze knoopjes verwijderen. Het drukverband wordt na twee dagen verwijderd.

Sling

De eerste dagen na de operatie is het belangrijk dat u de arm en elleboog voldoende steun geeft en regelmatig goed hoog houdt. Dit om de zwelling van de arm en het wondgebied zo snel mogelijk af te laten nemen. U krijgt na de operatie een collar-and-cuff (draagband) aangemeten. Dit is een ondersteunende draagband waarin u uw arm de eerste weken draagt.

Fysiotherapeut

De eerste vier weken na de operatie mag u uw pols niet heffen door de spieren van uw onderarm aan te spannen.

De eerste dag na de operatie komt een fysiotherapeut bij u langs om uitleg te geven over het oefenprogramma. U begint dan meteen met oefenen. De fysiotherapeut komt dagelijks bij u langs om, tot aan uw ontslag, samen met u te oefenen. Daarnaast voert u deze oefeningen ook nog zelfstandig driemaal daags zelfstandig uit. Het is belangrijk dat u niet alleen de elleboog, maar ook de schouder, de pols en de hand oefent.

Ontslag

De verwachte opnameduur is twee dagen. Afhankelijk van uw individuele situatie kan dit ontslag ook iets later plaatsvinden. De zaalarts of verpleegkundige bespreekt dit met u.

print

Zodra u zich zelfstandig (eventueel met een loophulpmiddel) kunt redden en de pijn onder controle is, wordt u ontslagen en kunt u naar huis.

Wanneer mag u naar huis?

Om vast te stellen hoe het met uw conditie is, bekijkt de zaalarts per dag hoe het ervoor staat met uw geopereerde gewricht. Tijdens uw verblijf krijgt u tevens begeleiding van een fysiotherapeut. U mag naar huis zodra de pijn onder controle is en u voldoende zelfredzaam bent. Als u alleen thuis woont, moet u bijvoorbeeld in staat zijn om trap te lopen. Gaat u naar het verpleeghuis? Dan is zelfstandig uit bed komen voldoende. Samengevat:

  • U kunt zelf uw bed in- en uitstappen
  • U kunt zelf op een stoel gaan zitten en er weer uit komen
  • U kunt zelfstandig lopen (eventueel met krukken)
  • De pijn is voldoende onder controle met pijnstilling (tabletten)

Ontslaggesprek

Voordat u uit de Sint Maartenskliniek vertrekt, heeft u eerst een ontslaggesprek met de verpleegkundige. Daarin kunt u aangeven hoe u het verblijf op de verpleegafdeling heeft ervaren. Ook vertelt de verpleegkundige u waar u op moet letten als u weer thuis bent.

Fysiotherapeut

Voordat u naar huis gaat, komt ook de fysiotherapeut nog een laatste keer bij u langs. Hij vertelt u welke activiteiten u de komende weken wel of beter niet kunt ondernemen. Ook zorgt hij voor een goede overdracht en machtiging aan de fysiotherapeut die u in uw woonomgeving gaat bezoeken.

Medicijnen

Klinische opname
De arts schrijft medicijnen voor, die de apotheek voor uw vertrek bij u langs komt brengen. U krijgt dan uitleg over hoe u de medicijnen moet gebruiken.

Dagopname
Als u op de dag van de operatie naar huis mag krijgt u een 'pijntray'. Hierop vindt u alle pijnmedicatie voor thuis. De verpleegkundige op de afdeling geeft u uitleg hierover.

Vervoer naar huis

Omdat u net bent geopereerd, mag u niet zelf naar huis rijden. Het is daarom verstandig om van tevoren het vervoer te regelen, zodat een familielid, vriend of goede buur u naar huis brengen. U kunt zich ook door een taxi naar huis laten brengen. Vraag bij uw zorgverzekeraar na of zij de taxikosten vergoeden.

Meer lezen over leefregels?

In de folder ‘Leefregels na ontslag’ die u heeft meegekregen, leest u wat u het beste wel en niet kunt doen als u weer thuis bent. Lees deze regels goed door en neem ze in acht.

print

Om uw herstel na uw ontslag zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen, hebben we enkele leefregels voor u opgesteld.

Na uw operatie kunt u zich enige tijd niet helemaal fit voelen, zeker als u onder narcose bent geweest. U kunt last hebben van spierpijn en/of keelpijn (bij narcose). Een regionale anesthesie (blokverdoving) kan het betreffende lichaamsdeel 24 tot 48 uur na de operatie uitschakelen. Dit betekent dat u dit lichaamsdeel pas weer mag belasten als de verdoving is uitgewerkt en u er weer gevoel in heeft. Leg het verdoofde lichaamsdeel tot dat moment op een zachte ondergrond, ook om drukplekken te voorkomen.

Onze arts heeft u na de operatie uitleg gegeven over de ingreep en over uw mobilisatie daarna. Verder moet u na een algehele narcose voorzichtig zijn met zware maaltijden. Als u rookt, houdt er dan rekening mee dat roken na een narcose vaak klachten van duizeligheid, misselijkheid en braken veroorzaakt. Houd verder uw arm zoveel mogelijk hoog, zeker in de eerste dagen na de operatie. Hiermee voorkomt u dat de hand dik wordt, of de vingers blauw en pijnlijk.

Formulier met overige leefregels

U krijgt na uw operatie een formulier mee naar huis, waarin verdere leefregels en afspraken staan. Afhankelijk van uw ingreep/behandeling krijgt u leefregels mee over:

  • Hechtingen
  • Wondverzorging
  • Mobiliteit na uw ontslag
  • Bijzonderheden met betrekking tot leefregels en risicobewegingen
  • Medicatie
  • Controleafspraken

U mag tot aan uw eerste controle bij de polikliniek (zes tot acht weken na de operatie) niet fietsen, met de bromfiets of scooter weg of autorijden. De eerste vier weken na de operatie mag u uw pols niet actief heffen. Daarna begint u met het heffen van de pols door de spieren aan te spannen en spierversterkende oefeningen uit te voeren. De fysiotherapeut zal u hierover uitvoerig inlichten.

Fysiotherapie thuis

Na ontslag uit het ziekenhuis gaat u verder met het oefenprogramma. Het is belangrijk dat u vóór de operatie al een afspraak maakt bij de fysiotherapeut van uw keuze, zodat u na de opname meteen kunt starten met het oefenprogramma en de nabehandeling. U ontvangt van de fysiotherapeut in het ziekenhuis een overdracht voor de door u uitgekozen fysiotherapeut. Ook met vragen over de oefentherapie kunt u bij hem terecht.

print

Na de operatie blijft u onder controle staan van de Sint Maartenskliniek.

Poliklinische controle

Zes tot acht weken na uw operatie komt u voor controle naar de polikliniek. We maken dan ter controle een röntgenfoto van uw elleboog. Daarna bespreekt de arts, physician assistant of arts-assistent met u het resultaat van de operatie en het verdere verloop van uw herstel. Drie maanden na de operatie komt u nogmaals op controle om het vervolg te bespreken.

print

Vragen rondom uw behandeling

Vragen die u nog heeft na het lezen van deze informatie kunt u stellen tijdens het pre-operatief onderzoek of aan de orthopedisch consulenten. Ook als u op een later tijdstip of na ontslag vragen heeft, kunt u contact opnemen via ons contactcentrum. Zij brengen u in contact met de orthopedisch consulenten. U belt telefoonnummer (024) 365 96 59 of u gebruikt het algemene contactformulier.

Wat te doen bij complicaties

Als u een complicatie heeft, neemt u dan contact op met ons contactcentrum. Zij brengen u in contact met de orthopedisch consulenten. U belt telefoonnummer (024) 365 96 59.

Indien u in Woerden onder behandeling bent

Voor vragen gedurende uw behandeling, neemt u contact op met de orthopedisch consulenten in Woerden via telefoonnummer (024) 365 95 75.

Vragen over uw afspraken (alle locaties)

Bent u verhinderd? Neem dan via het afsprakenformulier contact met ons op.

Moet u uw afspraak onverwacht annuleren? Geef dit dan zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur van tevoren, telefonisch aan ons door. U kunt ons bellen op telefoonnummer (024) 365 98 90.

Voor overige vragen over afspraken, kunt u contact opnemen met ons centraal planbureau. U belt telefoonnummer (024) 365 98 90 of u gebruikt het algemene contactformulier.

 

print

Onderstaande informatie kan ook gerelateerd zijn aan uw behandeling. Lees dit goed door indien dit voor u van toepassing is.

  • Nazorg na het ziekenhuisontslag
    Het kan zijn dat u na uw opname in de Sint Maartenskliniek professionele zorg nodig heeft. Tijdens het preoperatief onderzoek krijgt u van onze orthopedisch consulent advies en informatie over de nazorg die het beste bij u past.
  • Stoppen met roken
    Uit onderzoek blijkt dat als u rookt, u veel meer kans heeft op problemen (complicaties) na uw operatie. Hier vindt u meer informatie over stoppen met roken.
  • Plotseling optredende verwardheid (delier)
    Als u door uw aandoening of ziekte plotseling tijdelijk verward raakt, noemen we dit een ‘delier’. Hier leest u meer over de behandeling hiervan en geven we enkele praktische tips.
  • Geneesmiddelgebruik bij opname
    Voor, tijdens en na uw opname in de Sint Maartenskliniek wordt uw geneesmiddelgebruik begeleid door de medewerkers van de apotheek. Lees hier meer over geneesmiddelgebruik bij opname.
  • Medicijn tegen trombose
    Aansluitend aan de operatie zult u dagelijks enoxaparine (Clexane) moeten gebruiken om een trombosebeen te voorkomen.
  • Als u diabetes heeft
    Om uw herstel na de operatie en de wondgenezing zo goed mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat uw bloedsuikergehalte rondom de operatie goed geregeld is.