Menu

Het kan zijn dat u in aanmerking komt voor neuromodulatie. Andere namen voor deze behandeling zijn ook wel 'implanteerbare ruggenmergstimulatie' of SCS (Spinal Cord Stimulation). Bij deze behandeling plaatsen we tijdens een operatie een apparaatje in uw lichaam.

Dit apparaatje zorgt ervoor dat de pijn wordt vervangen door een lichte tinteling. Daardoor voelt u veel minder pijn. Het plaatsen van dit apparaat, de 'neuromodulator', is voor veel patiënten de laatste kans om de chronische pijn in rug of been dragelijk te maken. Het is een kostbare ingreep. Daarom vindt er vooraf eerst een uitgebreide medische en psychologische screening plaats.

Bekijk het filmpje hieronder over neuromodulatie.

 

 

Gerelateerde behandeling

Onze behandeling

Download dit plan
print

Als de pijnspecialist denkt dat neuromodulatie een goede behandeling voor u kan zijn, kijken we eerst volgens een vast landelijk protocol of u hiervoor geschikt bent. Dit begint met het invullen van allerlei vragenlijsten, met betrekking tot uw pijn, uw activiteitenpatroon, de kwaliteit van leven en uw algemene gezondheid. Nadat u deze vragenlijsten ingevuld heeft teruggezonden, plannen we voor u een afspraak met de pijnspecialist.

Intakegesprek

Tijdens deze afspraak bespreek de pijnspecialist met u welke behandelingen en operaties u heeft ondergaan, welke medicatie u heeft gebruikt en hoe uw algemene gezondheid is. U krijgt verder uitleg over de behandeling en wat u wel en niet mag na de operatie.

Multidisciplinair besluit

Na dit gesprek kan er nog een gesprek met de psycholoog volgen. Meestal is het nodig om nog een MRI-scan te laten maken. Als we alle gegevens verzameld hebben, bespreken we uw behandeling in het multidisciplinair overleg. Dit is een overleg met de radioloog, pijnspecialist, orthopeed, revalidatiearts, psycholoog en neuromodulatie verpleegkundige. Gedurende dit overleg besluit dit behandelteam of neuromodulatie voor u een geschikte behandeling is. Soms is een extra bezoek aan de psycholoog of orthopedisch chirurg nodig voordat het team het definitieve besluit neemt. Na dit besluit plaatsen we u op de wachtlijst voor neuromodulatie.

print

Als het behandelteam heeft besloten dat uw neuromodulatie behandeling door kan gaan, plannen we u in voor het pre-operatief onderzoek. Tijdens het pre-operatief onderzoek ziet u de verpleegkundig specialist, sedatiespecialist en de apothekersassistent. De verpleegkundig specialist geeft u informatie over de operatie, de periode direct na de operatie en de nazorg.

De sedatiespecialist voert het pre-operatief onderzoek uit. Dit onderzoek is nodig om te beoordelen of de operatie kan worden uitgevoerd of dat er redenen zijn voor aanvullend onderzoek.

De apothekersassistent neemt met u uw medicatie door. Hij/zij zal bespreken welke medicatie u dient te staken voor de operatie.

Bereidt u goed voor op het pre-opreatief onderzoek. De volgende punten kunnen u hierbij helpen:

  • Beschrijf voor uzelf wat u op dit moment niet kunt door de pijn en wat u na de operatie wel weer zou willen doen. Denk hierbij aan activiteiten als fietsen, boodschappen doen, oppassen op uw (klein)kinderen, werk hervatten, et cetera. Neem dit mee naar het gesprek.
  • Vragen die u heeft, schrijft u op en neemt u mee naar het gesprek.
print

Een operatie is een ingrijpende gebeurtenis. Het is belangrijk u hierop goed voor te bereiden.

Brief met informatie

Ruim vóór uw operatie ontvangt u een brief van ons met informatie over hoe u zich kunt voorbereiden. Daarin staat een aantal zaken waarmee u rekening moet houden, wat u moet meenemen voor uw opname en wanneer u contact moet opnemen met de orthopedisch consulent. Het is dus belangrijk dat u deze brief goed doorleest.

Wanneer moet u contact opnemen met de verpleegkundig specialist neuromodulatie?

Wanneer uw persoonlijke omstandigheden vlak voor de operatie wijzigen, kan dit van invloed zijn op de operatie. Bijvoorbeeld wanneer u ineens last krijgt van een allergische reactie of griepverschijnselen.

We vragen u daarom om zo snel mogelijk contact op te nemen met de verpleegkundig specialist neuromodulatie, als er binnen 14 dagen voor de opname sprake is van één van de volgende situaties:

  • Koorts
  • Gebruik van antibiotica
  • Verandering in medicijngebruik
  • Griepverschijnselen
  • Allergische reactie
  • Wondjes of overige huidbeschadigingen
  • Zetten van piercing of tatoeage
  • Een ingreep bij de tandarts (geldt niet voor een normale controle)
  • Medicijngebruik (indien van toepassing)

Het kan zijn dat u één of meer dagen voor de ingreep moet stoppen met het innemen van bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld bloedverdunners). Lees meer informatie hierover op de pagina Geneesmiddelgebruik bij opname. Houd u zich aan de afspraken die u hierover met uw arts tijdens het pre-operatief onderzoek heeft gemaakt.

Neuszalf, Hibiscrub of desinfecterende doekjes

Bij een aantal operaties, bijvoorbeeld gewrichtsvervangende operaties, wordt materiaal in uw lichaam gebracht dat erin blijft zitten. Als dit zo is, krijgt u tijdens het pre-operatief onderzoek een neuszalf mee, samen met een brief over het gebruik van dit medicijn. U start drie dagen vóór de operatiedag met deze antibioticumhoudende neuszalf of Hibiscrub/desinfecterende doekjes. U heeft dan minder kans op een infectie.

Alcohol, drugsgebruik en roken

Voor alcohol en drugs geldt dat overmatig gebruik ervan een nadelige invloed heeft op de anesthesie. Wij raden u aan uw alcoholconsumptie in de twee weken vóór de operatie te matigen, en in de laatste twaalf uur vóór de operatie helemaal te stoppen. Vanaf 00.00 uur ’s nachts (in de nacht vóór uw opname) mag u absoluut geen alcohol drinken. Wanneer u drugs gebruikt, bespreek dit dan bij het pre-operatief onderzoek met uw anesthesioloog. Voor uw eigen veiligheid moet u minimaal 72 uur voor de operatie stoppen met het gebruik ervan. Roken heeft nadelige effecten op het functioneren van uw lichaam. Zo hebben rokers meer complicaties en pijn na een operatie. Wanneer u een aantal weken vóór de operatie niet rookt, heeft u na de operatie minder last van de anesthesie en verloopt de wondgenezing sneller en beter. Bekijk onze informatie over stoppen met roken.

Voor praktische informatie over uw opname leest u ook Voorbereiding van uw opname.

print

Zodra de anesthesioloog akkoord heeft gegeven, plannen wij uw opname in. Van onze afdeling Opname krijgt u hierover een brief thuisgestuurd waarin de opnamedatum staat.

De opnamedatum is onder voorbehoud, omdat er een spoedoperatie tussendoor kan komen. Als dit zo is, bellen wij u en bekijken we samen met u wat de mogelijkheden zijn voor een nieuwe datum. Helaas kan het voorkomen dat u al bent opgenomen in de Sint Maartenskliniek en dat de operatie op het laatste moment niet doorgaat in verband met een spoedgeval. U blijft dan bovenaan de lijst staan. Uiteraard zoeken we dan zo snel mogelijk een nieuwe datum.

Tijdstip

Eén werkdag voordat u wordt opgenomen, geven wij u het tijdstip van de operatie door. We laten u telefonisch weten hoe laat u in het ziekenhuis moet zijn. De opname is tussen 6.45 en 13.00 uur. Het kan dus zijn dat u vroeg in de ochtend wordt opgenomen.

Opname in Nijmegen

Wij bellen u tussen 8.30 en 12.00 uur om het tijdstip van de opname door te geven. Mocht u van ver komen en files willen vermijden, dan is het mogelijk om gebruik te maken van onze hotelservice.

Voor praktische informatie over uw opname leest u ook Voorbereiding van uw opname.

print

Voor een behandeling bij het Pijnbehandelcentrum wordt u voor een aantal uren opgenomen. U kunt na de behandeling altijd weer naar huis. Op het afgesproken tijdstip meldt u zich op de afdeling C0, route 0.60 bij de balie. Als u een rolstoel nodig heeft, kunt u die in de hal bij de receptie vinden.

Vervolgens wacht u in de wachtruimte tot een medewerker u komt ophalen voor behandeling. Deze medewerker informeert u over de verdere gang van zaken tijdens deze opname.

In de Sint Maartenskliniek wordt ‘gemengd verpleegd’, dat wil zeggen dat het kan voorkomen dat mannen en vrouwen bij elkaar in één ruimte liggen.

print

Het is belangrijk dat u voor de operatie duidelijk weet waar u pijn heeft. Denk hierbij niet alleen aan de plekken waar u de meeste pijn heeft, maar ook aan plekken waar u minder pijn heeft. Op de dag van de operatie vraagt de verpleegkundig specialist dit nogmaals aan u voor de operatie.

Doorgaans plaatsen wij het totale neuromodulatiesysteem (elektrode en stimulator) in één keer. Dit noemen we de 'all in one procedure'. Als het bij u niet duidelijk is of de stimulatie succesvol gaat zijn, dan doen wij een proefplaatsing.

Voor meer informatie rondom uw verdoving en pijnbehandeling leest u Anesthesie en pijnbehandeling bij uw operatie.

print

Instellen neuromodulator

Op de verpleegafdeling komt de verpleegkundig specialist bij u langs om de neuromodulatie (opnieuw) in te stellen. Daarbij geeft u duidelijk aan waar u de prikkels of tintelingen voelt. Het is bovendien belangrijk dat deze prikkels of tintelingen comfortabel aanvoelen en dat u hiermee in slaap zou kunnen vallen. De verpleegkundig specialist kijkt samen met u wat de beste instelling is. Dit kan geruime tijd in beslag nemen. Als u de tintelingen in uw pijngebied voelt, dan leggen we u het gebruik van de afstandsbediening uit. Hiermee kunt u de stimulator hoger en lager zetten. Het nieuwe systeem voor neuromodulatie heeft een instellingsmogelijkheid zonder prikkels of tintelingen.

U blijft in principe een nacht opgenomen. Tijdens uw verblijf op de afdeling kunt u alvast oefenen met de afstandsbediening. Probeer hierbij eens wat er gebeurt als u de stimulator hoger zet of een stuk lager. Houd de afstandsbediening altijd in de buurt. Vaak is het namelijk nodig om de stimulator iets hoger te zetten als u staat, terwijl als u gaat liggen de stimulator wat zachter gezet moet worden.

Pijnbehandeling

Voor meer informatie rondom uw verdoving en pijnbehandeling leest u Anesthesie en pijnbehandeling bij uw operatie.

Douchen

Op uw operatiewonden hebben we speciale pleisters geplakt die vijf dagen blijven zitten. U mag hiermee wel douchen, maar niet mee in bad zitten. Let op! Als u een proefplaatsing heeft, mag u niet douchen en niet in bad tijdens de proefperiode.

print

De dag na de operatie komt de verpleegkundig specialist langs op de afdeling en bespreekt met u hoe de avond en nacht is verlopen. Als het nodig is, stelt de specialist de stimulator opnieuw in. Eventueel krijgt u ook verdere uitleg over de stimulator en het oplaadsysteem. Ook maken we die dag een röntgenfoto van de neuromodulator.

Daarnaast zal de apothekersassistent langskomen die het gebruik van de pijnmedicatie met u bespreekt. Zij levert deze genees- en hulpmiddelen doorgaans bij u aan bed, maar het kan ook dat u deze zelf ophaalt in de apotheek. Na het bezoek van de verpleegkundig specialist en de röntgenfoto mag u naar huis.

print

De eerste acht weken na de operatie vermijdt u extreme en abrupte bewegingen en rijdt u niet op een fiets, scooter, bromfiets, motor Als u na die periode actief deelneemt aan het verkeer, dan moet u de neuromodulatie tijdens het rijden uitzetten.

Let erop dat u een operatie heeft ondergaan en uw lichaam hiervan moet herstellen. U kunt last hebben van vermoeidheid. Verzet u daar niet tegen, maar neem op gezette tijden even rust.

Ook kunt u tijdelijk last hebben van wondpijn. Hiervoor krijgt u pijnmedicatie mee naar huis. We adviseren de pijnmedicatie die u voor de operatie innam, gedurende de eerste drie maanden te blijven gebruiken.

print

U komt twee weken na de operatie op de poli bij de verpleegkundig specialist. Tijdens dit bezoek bespreekt u hoe het met u gaat en of de stimulator naar wens werkt. De specialist controleert ook uw wonden. Daarna komt u drie maanden na de operatie op de poli, na zes maanden en na een jaar. Vervolgens nodigen wij u één keer per jaar uit op de poli. Als er bijzonderheden zijn, dan kunt u natuurlijk ook buiten de afgesproken controles contact met ons opnemen. Bijvoorbeeld als de neuromodulatie niet meer goed functioneert.

Problemen met de stimulator

Ondanks dat de stimulator goed werkt, kan het toch zijn dat u problemen ervaart. Als u last heeft van de stimulatie, kunt u tijdens kantooruren altijd contact opnemen met de verpleegkundig specialist. Ter overbrugging kunt u de stimulatie zelf uitzetten.

print

Andere ingrepen of behandelingen

Als u een andere ingreep of behandeling ondergaat (operatie, tandheelkundige behandeling) terwijl u een neuromodulatiesysteem heeft kan het dat u extra antibiotica nodig heeft. Overleg hierover met de verpleegkundig specialist.

print

Als u na het lezen van deze informatie of na ontslag vragen of klachten heeft, kunt u op doordeweekse dagen contact opnemen via ons contactcentrum op telefoonnummer (024) 365 99 11 of u gebruikt het algemene contactformulier.