Menu

Voor specialistische zorg en behandeling bij een hersenaandoening of zenuw- en spieraandoening bent u bij de Sint Maartenskliniek in goede handen.

Als u net een dwarslaesie heeft opgelopen, wordt u bij ons op de afdeling Dwarslaesie opgenomen. Ook als u doorligwonden (decubitus) heeft of als er complexe problemen in uw thuissituatie zijn, krijgt u hier uw revalidatiebehandeling.

Tijdens de behandeling oefent u alledaagse handelingen die moeilijk voor u zijn geworden. Bijvoorbeeld eten, drinken, opstaan en gaan zitten, aan- en uitkleden. U traint wat voor u belangrijk is, op een manier die nu bij u past. Kunt u bepaalde activiteiten niet meer uitvoeren? Dan zoeken we samen met u naar mogelijkheden om toch zelfstandig te kunnen functioneren. Denk hierbij aan het aanpassen van uw handelen of het gebruikmaken van hulpmiddelen.

Als u bent opgenomen voor revalidatie dan volgt u in ieder geval de basisbehandelingen. In het gesprek met uw revalidatiearts en/of behandelteam bespreekt u welke andere behandelingen nog passen bij uw situatie en doelen.

Onze behandeling

Download dit plan
print

Bent u opgenomen in een ander ziekenhuis, dan wordt u vanuit dat ziekenhuis allereerst door een collega-revalidatiearts aangemeld voor onze afdeling.

Het kan ook zijn dat u van thuis uit wordt opgenomen. In deze gevallen nemen wij contact met u op.

print

Wilt u de volgende zaken meenemen naar de Sint Maartenskliniek?

  • Medicijnlijst met uw huidige medicatie
  • Uw zorgpas
  • Uw identiteitskaart of paspoort
  • Comfortabele kleding voor overdag
  • Nachtkleding, kamerjas
  • Toiletartikelen
  • Overdrachten vanuit het ziekenhuis, zoals die van de verpleging, van de specialist en van paramedici
  • Stevige schoenen

Verder kunt u bijvoorbeeld denken aan boeken of puzzelboekjes voor uw ontspanning.

print

Op de dag van opname wordt u met uw partner/familie door de verpleging van de afdeling ontvangen. Er vindt die dag een opnamegesprek plaats met de afdelingsarts en een verpleegkundige. De verpleging informeert u onder meer over uw verpleegkun­dig contactpersoon, de dagindeling en de regels van de afdeling.

Daarnaast maakt u op de dag van de opname of in de loop van de week kennis met verschillende behandelaars. De ergotherapeut regelt bijvoorbeeld een rolstoel voor u (als u deze nodig heeft). De fysiotherapeut maakt afspraken met u over transfers (bijvoorbeeld verplaatsen van uw bed naar de rolstoel), staan en lopen.

print

Onderzoek en observatie

Als u bent opgenomen dan besteden we in de eerste fase (eerste twee tot drie weken) aandacht aan onderzoek en observatie. U wordt in deze periode natuurlijk ook behandeld. Samen met u proberen wij een goed beeld te krijgen van uw situatie en hoe u uw beperkingen en problemen ervaart. Dit gebeurt aan de hand van gesprekken, testen, observaties en vragenlijsten. Het behandelteam probeert samen met u duidelijk te krijgen wat momenteel voor u het grootste probleem is waar u in het dagelijks leven tegen aanloopt. Dit kernprobleem staat centraal bij het kiezen van de doelstellingen en afspraken die we vastleggen in het revalidatieplan. Dit revalidatieplan is de rode draad in uw hele behandeling.

Behandeling

In het revalidatieplan beschrijven we de doelen die u wilt bereiken. Afhankelijk van deze doelen, kiezen we voor verschillende behandelingen. Revalideren vraagt veel inzet, geduld en doorzettingsvermogen. Wij bereiden u zo goed mogelijk voor op uw nieuwe leefsituatie en op het leren omgaan met uw beperkingen. Alle activiteiten binnen de revalidatiebehandeling zijn daarop gericht. De behandelingen kunnen individueel worden gegeven of in groepsverband. U volgt uw therapieën doordeweeks in de Sint Maartenskliniek, hiervoor krijgt u wekelijks een therapieprogramma.

Regelmatig is er een teambespreking, waarbij we de doelstellingen van de afgelopen periode evalueren en de doelstellingen van de komende behandelperiode vaststellen.

print

U krijgt een revalidatieplan dat zo goed mogelijk past bij uw vragen en mogelijkheden.

De afspraken die we in overleg met u maken over uw kernprobleem, doelstellingen en acties, komen na de bespreking in het revalidatieplan terecht. De revalidatiearts is verantwoordelijk voor de organisatie en de inhoud van uw revalidatieplan.

In de rapportage staan allerlei begrippen. Hieronder vindt u een korte toelichting bij deze begrippen.

Hulpvraag

De hulpvraag beschrijft:
De problemen waar u en/of uw naasten tegenaan lopen in het dagelijks leven. De wensen en verwachtingen die u en/of uw naasten hebben ten aanzien van de begeleiding en behandeling.

Kernprobleem

Het kernprobleem beschrijft het probleem waar u, volgens het team, op dit moment in het dagelijkse leven het meeste tegenaan loopt óf waardoor u op dit moment het meest wordt gehinderd.

Hoofddoelstelling

De hoofddoelstelling beschrijft het resultaat dat het team met de behandeling wil bereiken binnen een bepaalde termijn. Het team stelt in gezamenlijk overleg de hoofddoelstelling vast op basis van het kernprobleem en uw hulpvraag/–vragen.

Doelstellingen

Vanuit de hoofddoelstelling formuleren de individuele teamleden hun behandeldoelstellingen. Deze behandeldoelstellingen beschrijven altijd het resultaat dat de betreffende behandelaar met u wil bereiken binnen een bepaalde termijn, meestal tot de volgende bespreking.

Factoren

In het RAP (Revalidatie Activiteiten Profiel) onderscheiden we belemmerende en ondersteunende persoonsgebonden- en omgevingsfactoren. Bij het opstellen van doelstellingen is het zinvol gezamenlijk na te denken of deze haalbaar zijn. Het kan zijn dat er zaken aan te wijzen die uw behandeling gunstig beïnvloeden, bijvoorbeeld uw motivatie. Dat is dan een ondersteunende persoonsgebonden factor. Bij belemmerende omgevingsfactoren kunt u denken aan uw huis dat nog niet aangepast is aan uw handicap. Tijdens de bespreking kijken we gezamenlijk of het team invloed kan uitoefenen op deze factoren om haalbare doelstellingen te formuleren.

print

De afdeling Revalidatie werkt met een speciaal voor de revalidatie ontwikkelde methodiek: RAP (Revalidatie Activiteiten Profiel). Deze methodiek heeft betrekking op de gezamenlijke rapportage en het overleg van het team met u.

RAP

In het RAP worden de gemeenschappelijke doelstellingen die het behandelteam in overleg met u nastreeft geformuleerd en vastgesteld. Uw wensen en mogelijkheden vormen het uitgangspunt voor deze gemeenschappelijke doelstellingen. U krijgt hiermee te maken als u de teamrapportage ter inzage krijgt en/of een teambespreking bijwoont waarvoor u bent uitgenodigd.

NB: niet elk team nodigt de revalidant uit bij de bespreking bij te wonen. Meestal volgt dan een nabespreking met u.

Verslag

Het verslag dat u krijgt, informeert u en alle leden van het behandelteam over uw hulpvragen en vaardigheden op dit moment. Het wordt één totaalverslag van alle behandelaren die u begeleiden. Verder staan in het verslag een voorlopig kernprobleem, factoren en doelstellingen. Dit zijn ook de onderwerpen van het komend overleg.

Evaluatie behandeling

Periodiek (iedere vier tot zes weken) heeft het behandelteam een overleg over de voortgang: Multi Disciplinaire Patiëntbespreking (MDP). Afstemming en resultaten staan hierbij centraal.

Enkele weken na de start van uw behandeling, heeft het behandelteam een overleg met u. Ook bij afronding van uw behandeling plant het team een bespreking. Als u hiervoor bent uitgenodigd, krijgt u eerst de gelegenheid om vragen te stellen over het verslag.

Indien van toepassing, volgt daarna de evaluatie van het vorige revalidatieplan. Welke doelstellingen zijn gehaald? Welke niet? Is daar een oorzaak voor aan te wijzen? Vervolgens komen uw hulpvragen aan bod. Het behandelteam probeert samen met u duidelijk te krijgen wat momenteel het kernprobleem is. Dat is het grootste probleem voor u in het dagelijks leven. Dit kernprobleem stellen we centraal bij het kiezen van doelstellingen en afspraken die we vastleggen in uw revalidatieplan. Op deze manier kunnen we gezamenlijk doelgerichter werken en de behandeling beter afstemmen op uw hulpvraag.

print

Het telefoonnummer van de afdelingsbalie is:

  • Afdeling F2b: (024) 365 94 60
  • Afdeling F1a: (024) 365 94 55
  • Afdeling F1b: (024) 365 93 76

Informatie over de verpleegafdeling zoals bezoektijden leest u bij ‘Rondom uw zorg'.

print

In de periode van uw opname kunt u op weekendverlof naar huis. Het doel is dat u leert functioneren met uw huidige beperkingen in uw eigen omgeving. De revalidatiearts beoordeelt of u op weekendverlof kunt gaan. Als u bent opgenomen op de afdeling Neurorevalidatie dan verblijft u het eerste weekend van uw opname u in de Sint Maartenskliniek. De weekenden daarna beoordeelt de revalidatiearts of u op weekendverlof kunt gaan.
Misschien heeft u ondersteuning en begeleiding nodig tijdens het weekendverlof. Uw mantelzorger mag dit zelf doen, maar mag hiervoor ook iemand anders inschakelen. De persoon die u begeleidt tijdens het weekendverlof krijgt van tevoren informatie en instructies, mocht dit nodig zijn.

Bent u afhankelijk van thuiszorg? Dan komen de extra kosten voor de thuiszorg voor eigen rekening. Bij uw weekendverlof kunt u, als dit voor u nodig is, een rolstoelkussen met hoes en glijplank meenemen. Als u materialen leent dan kan een
borg en/of een huurbedrag per week berekend worden. Borg krijgt u terug als u de artikelen heeft ingeleverd.

Als u op weekendverlof gaat, kan het zijn dat u een vragenlijst mee naar huis krijgt. Deze vragenlijst is bedoeld om het weekend te evalueren. De lijst vult u samen met uw contactpersoon en/of begeleider in. Wanneer u weer terug bent van uw weekendverlof, bespreekt u samen met uw mantelzorger de aandachtspunten uit de vragenlijst met de verpleegkundige. Misschien heeft u nog vragen of wensen. Bijvoorbeeld om het verplaatsen van de rolstoel naar de auto extra te oefenen of om aanpassingen in uw huis te doen. De verpleegkundige zorgt dat deze vragen/wensen bij het behandelteam terechtkomen.

print

Op de afdeling Dwarslaesie kan in het weekend een logee blijven slapen, bijvoorbeeld uw partner. U heeft hiervoor toestemming nodig van de verpleging. Voorwaarde is dat er een slaapplaats beschikbaar is. Als meerdere revalidanten logees hebben, krijgen de logees die vanwege een revalidatiedoel blijven overnachten voorrang.

Voor een goed verloop hanteren we de volgende afspraken:

  • In overleg met u en uw partner of familielid bekijkt de verpleegkundig contactpersoon wat hij of zij aan hulp bij kan dragen in de zorg, of wat uw partner of familielid kan aanleren.
  • Logees slapen niet bij andere revalidanten op een kamer.
  • Voor de rust op de afdeling wordt van uw partner of familielid verwacht tussen 23.00 uur en 7.30 uur op uw kamer aanwezig te zijn.
  • Ontbijt, lunch en avondeten gebruiken de revalidanten gezamenlijk op de afdeling. Bij het ontbijt is uw logee welkom. De afdeling kan u echter geen faciliteiten bieden voor de overige maaltijden. Daarvoor kunt u gebruik maken van de huiskamer, mits deze vrij is, of van het restaurant 'het Rondeel'. Kookvoorzieningen zijn aanwezig in de eetzaal. Buiten de maaltijden om kunt u daar gebruik van maken.
  • Wanneer in overleg met u of uw logee besloten is van bovenstaande afspraken af te wijken, nemen we dat op in uw verpleegdossier.
  • Tot slot mag uw logee gebruik maken van de faciliteiten van de afdeling. Uiteraard verwachten wij wel dat u na gebruik alles weer opgeruimd en netjes achterlaat.
print

Wilt u tijdens uw behandeling een beroep doen op zittend ziekenvervoer? Dan geldt hiervoor dezelfde regelgeving als in uw thuissituatie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.

Regel de vergoeding vóór uw opname

Wilt u bij uw afspraken tijdens uw opname in de Sint Maartenskliniek gebruikmaken van zittend ziekenvervoer? Dan kan het zijn dat u hiervoor een machtiging nodig heeft. Dat hangt af van de zorgverzekeraar die u heeft. De machtiging kunt u voorafgaande aan uw opname bij deze verzekeraar regelen. De machtiging neemt u vervolgens mee op de dag van opname. Wilt u bij afspraken gebruikmaken van zittend ziekenvervoer, maar waren deze afspraken voorafgaand aan uw opname in de Sint Maartenskliniek niet bekend? Dan kan de afdelingssecretaresse u ondersteunen bij het regelen van de machtiging bij uw zorgverzekeraar.

print

Uw naasten zijn nauw betrokken bij de behandeling. Zij kunnen meekijken bij uw therapieën en krijgen concrete adviezen. Zij kunnen dan zien welke oefeningen u krijgt. Uw naasten kunnen deze vervolgens thuis samen met u oefenen. Ook kunnen wij hen voorlichting en uitleg geven.

print

Hulpmiddelen worden op voorschrift van een revalidatiearts aangemeten en gemaakt. Uw ziektekostenverzekeraar of de gemeente vergoedt een groot deel van deze producten. Dat is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Op het terrein van de Sint Maartenskliniek bevindt zich de onafhankelijke Prothese- en OrtheseMakerij die zich bezighoudt met hulpmiddelen. Zij verzorgen de productie van individuele hulpmiddelen op maat. Denk daarbij aan prothesen, maatschoenen, beugels en spalken. Daarnaast kunt u bij hen ook terecht voor de aanschaf, reparatie of aanpassing van andere hulpmiddelen. Bijvoorbeeld speciale fietsen, rolstoelen, loophulpmiddelen, zelfverzorgingsartikelen en statafels. Deze categorie hulpmiddelen kunt u tijdens uw opname ook lenen. Hiervoor brengen we geen kosten in rekening. Tijdens proefverlof en weekendverlof kunt u deze geleende hulpmiddelen mee naar huis nemen. Ook dit brengen we niet in rekening.

Kunt u na uw ontslag niet zonder een rolstoel? Dan is het mogelijk de rolstoel waarin u gerevalideerd heeft voor een korte periode te huren. Dit geldt ook voor eventuele rolstoelkussens. Dit kunt u in overleg met uw behandelend ergotherapeut regelen bij OIM/POM revalidatietechniek.

print

De duur van de opname is voor iedereen verschillend. Als uw ontslagdatum bekend is, zal de revalidatiearts de nabehandeling en eventuele nazorg met u bespreken.

We streven ernaar dat u (na ontslag) vanuit het revalidatiecentrum naar uw eigen huis kunt gaan. Als blijkt dat ontslag naar huis niet mogelijk is, bepaalt de revalidatiearts samen met u waar u dan naartoe kunt gaan. Dat kan bijvoorbeeld een aangepaste woning, een verpleeghuis of herstelhotel zijn.

Als uw revalidatiebehandeling nog niet afgerond is als u met ontslag gaat, kunt u een vervolgbehandeling krijgen. Dit kan een dagbehandeling zijn in de Sint Maartenskliniek, of een therapie bij een behandelaar bij u in de buurt, bijvoorbeeld bij een fysiotherapiepraktijk.

Afhankelijk van uw situatie kan worden afgesproken dat u na een bepaalde periode op controle komt op de polikliniek. De controle is bij de revalidatiearts of een verpleegkundig specialist. U ontvangt voor deze controle een uitnodiging. Tijdens de controle komen uw problemen en vragen aan bod. Soms is het niet nodig dat u naar de kliniek komt en kunt u een telefonische afspraak maken. Als u al eerder vragen heeft voor de revalidatiearts, kunt u contact opnemen om een (telefonische) afspraak te maken.

Bent u al langere tijd niet meer bij uw revalidatiearts geweest en heeft u nieuwe problemen door uw aandoening? Maak dan een afspraak met uw huisarts. Die kan met u bespreken of verwijzing naar de polikliniek van de Sint Maartenskliniek passend is voor uw situatie.