Zes maanden na de operatie heeft Noor het zwaarste gedeelte van haar revalidatie erop zitten. Bij de laatste controle zag alles er goed uit, de twee stangen in haar rug voelen steeds meer standaard in plaats van vreemd. “Vanaf nu moet ik alles gewoon langzaam verder opbouwen. Ik ben bijvoorbeeld flink wat spieren kwijtgeraakt, over een maand mag ik met gewichten gaan werken om die spiermassa weer terug te krijgen.”

Noor was zich vooraf heel goed bewust van het lange traject dat haar te wachten stond na de operatie begin december. Op papier klinkt van aangepast ziekenhuisbed naar je eigen bed na een halve maand, zelfstandig naar school na drie maanden en weer mogen sporten na vijf maanden als een bijna logische rechte lijn. Maar in de praktijk blijft het elke dag knokken, met ups én downs: “Het duurde natuurlijk toch ontzettend lang, er kwam echt geen einde aan. Ik wilde soms ook te veel en te snel. En zo ergens na drieënhalf, vier maanden kreeg ik zelfs een terugval. Wat ik eerder al kon, kon ik toen opeens niet meer. Moest ik weer opnieuw rustig gaan opbouwen, duurde het nog langer.” Na ongeveer vijf maanden ging bij Noor een knop om. Het ongeduld verdween en vanaf dat moment kon ze veel beter omgaan met het tempo van haar revalidatie. Dat ze niet meer de pijn voelt van voor de operatie, was voor Noor ook een goede stimulans om door te zetten.

Op stap met vriendinnen

Tijdens de revalidatie genoot Noor vooral van die momenten waarop ze (een deel van) haar zelfstandigheid weer terugkreeg. “Ik ben nu twintig jaar en was al gewend om mijn eigen leven te leiden. Ik vond het zwaar voor mijn familie dat ik ze steeds voor zoveel nodig had. Bijvoorbeeld om me naar school te brengen. Daarom was het uitstapje in maart naar Dublin met vriendinnen echt een mijlpaal voor me.”

Eind januari ging ze voor het eerst weer naar school. Dat was best moeilijk. “Het waren voor mij op dat moment erg lange dagen en ik kon ook nog niet goed zo lang op een stoel zitten. In het begin nam ik een kussentje mee, later ging het steeds beter.” Het heeft er wel toe geleid (“dankzij mijn vriendinnen, die me toen ik thuis zat altijd op de hoogte hebben gehouden”) dat Noor haar studiejaar gelukkig succesvol heeft kunnen afronden.

Achterom kijken

Het was het afgelopen half jaar niet nodig om Noor te pushen om een nieuwe stap te zetten, ze stond daarvoor altijd meteen in de startblokken. Met één uitzondering: fietsen. Na drie maanden mocht ze zelfstandig naar school, maar koos ze voor het openbaar vervoer in plaats van de fiets. “Eerlijk gezegd voelt fietsen nog een beetje raar, vooral omdat ik niet goed achterom kan kijken. En dat heb je op de fiets in Amsterdam toch wel nodig.”

Maar ook die aarzeling zal binnenkort tot het verleden behoren. Zeker nu ze met sporten begonnen is, waardoor ze haar lichaam ook steeds beter zal gaan aanvoelen. “Het is nu een kwestie van langzaam verder opbouwen. Doen wat goed voelt en niet doen waar je nog niet aan toe bent, dat logische advies heeft het ziekenhuis me ook meegegeven.”

Afsluitende reactie dr. Horsting

Reactie van dr. Horsting op het hersteltraject van Noor:

“Eigenlijk zijn de meeste hersteltrajecten van scoliose-operaties redelijk vergelijkbaar. Tijdens het herstel is het normaal dat je periodes van snel herstel en periodes van wat moeizamer herstel meemaakt. Dat zie ik ook terug in het verhaal van Noor. Ik kan me voorstellen dat sommige patiënten de vertraging in herstel ervaren als een terugval. Begrijpelijk ook als ze na een dergelijke operatie het opbouwen wat voorzichtiger aanpakken. En dat is ook prima. Zoals Noor zelf al aangeeft komt het neer op doen wat goed voelt en niet doen waar je nog niet aan toe bent.”

Het gemiddelde hersteltraject is ook te lezen op onze website.